Brieven

We stemden in 2005 niet tegen de EU

In het commentaar ‘Het Britse ongemak’ (Opinie, 25 januari) wordt de fout gemaakt dat „de Nederlanders (in 2005) per referendum een krachtig nee tegen Europa liet(en) horen”. Weliswaar hebben Europasceptische partijen het referendum indertijd ‘geframed’ als een referendum over Europa – en het moet gezegd dat ze daarin zeer succesvol zijn geweest, want nagenoeg alle politici en commentatoren inclusief nrc.next nemen deze ‘framing’ sindsdien keer op keer klakkeloos over – maar het referendum ging in werkelijkheid toch echt niet over voor of tegen Europa, maar over de voorgestelde Europese grondwet.

In mijn omgeving hebben velen bij het referendum tegengestemd, niet omdat zij tegen Europa zijn (integendeel!), maar omdat de voorgestelde Europese grondwet, ondanks uitbreidingen van de bevoegdheden van het Europees Parlement, nog steeds veel te weinig waarborgen voor democratische invloed en controle bevatte en dus gewoon niet goed genoeg was.

Overigens wordt in het commentaar vervolgens wel terecht gesteld dat „de basisvoorwaarde voor een goed functionerende interne markt nu juist een gelijk speelveld voor iedereen (is)”. Derhalve dient niet de positie van het nationale parlement te worden versterkt (zoals een bangige premier Rutte onder druk van de electorale concurrentie van de PVV wil), maar die van het Europees Parlement, opdat de Europese integratie (die in het belang van de open economie van de BV Nederland is!) op het overeenkomstige niveau kan worden ingebed in adequate democratische waarborgen en controle.

Lammert Douma

Rotterdam

Selectie van studenten negeert hun potentie

Uit het artikel ‘Ze kiezen hun studenten liever zelf uit’ (nrc.next, 28 januari) blijkt dat steeds meer hogescholen en universiteiten hun studenten selecteren. De deur naar selectie aan de poort bij alle opleidingen is wijd opengezet nu opleidingen een numerus fixus kunnen aanvragen en studenten mogen selecteren.

Helaas kijkt selectie niet naar potentie voor de toekomst, maar beloont ze prestaties uit het verleden. Waarop selecteer je een achttienjarige? Cijfers? Motivatie? Intelligentie? Voorkennis? Een schrijfvaardige broer of zus die zich bekommert om de motivatiebrief of een dure stampcursus aan een bijlesinstituut kan het verschil maken. De werking van selectie is wetenschappelijk omstreden. Onderzoek uit de Verenigde Staten toont dat de meest gebruikelijke selectiemethoden – motivatiegesprekken en cijferlijsten – vrouwen en allochtonen discrimineren.

Selectie leidt ertoe dat onnodig veel studenten niet de studie van hun eerste keuze kunnen volgen. Suboptimale studiekeuze is een van de belangrijkste redenen voor studievertraging en uitval. Universiteiten en hogescholen kunnen beter inzetten op goede voorlichting en studiekeuzegesprekken.

Waarom willen steeds meer opleidingen selecteren? Prestatieafspraken tussen de overheid en onderwijsinstellingen belonen studierendement met geld. Veel onderwijsbestuurders zijn ervan overtuigd dat selectie hun rendement doet stijgen.

Het is onbegrijpelijk en onwenselijk dat minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) opleidingen vrijlaat om een numerus fixus in te stellen. Juist de PvdA heeft altijd verkondigd dat toegankelijkheid een groot goed is. Zij moet controleren of een studentenlimiet maatschappelijk nut dient of dat een opleidingshoofd vooral eurotekens in zijn ogen heeft.

Kai Heijneman

Voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)