Beatrix’ portretten kunnen rekenen op aandacht

Phil Bloom, Beauty Queen, collage (1998)

Ze is opgebouwd uit potloodkrijt, haalt een muntstuk uit een kleine damesbeurs terwijl een kat zijn witte vacht likt. Naast deze casual Beatrix staat een boodschappentas van Albert Heijn, een prei steekt eruit. „Ik wilde de koningin eens in een setting zetten waar ze nooit in verkeert. Alleen, bij de glasbak, met een kopje koffie.”

Aldus de tekenaar, René Boin. Hij maakte de prent, van 35 bij 45 centimeter, ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de koningin, nu alweer bijna vijftien jaar geleden. Hij weet niet wat ze er zelf van vond. Wel dat ze de tekening heeft gezien. Boin: „Omdat-ie geëxposeerd was, met andere portretten van haar, in een galerie op het Noordeinde in Den Haag. De koningin heeft die tentoonstelling bezocht.” De tekening, zo weet Boin ook, is verkocht aan „iemand uit haar gevolg”. Wie precies, dat weet hij niet.

Boin kreeg opvallend veel opmerkingen over juist deze tekening, veel meer dan over andere van zijn portretten. „Onlangs heb ik ook een tekening gemaakt van Willem-Alexander en Máxima op de camping, met hetzelfde vervreemdende effect. Daar kreeg ik ook veel reacties op.”

Het werkt kennelijk, de koningin portretteren. Althans, als een kunstenaar aandacht voor zijn werk wil. Dat geldt zelfs voor bekende kunstenaars, als Luc Tuymans. Is zijn Beatrixportret dat anonieme gevers in 2012 aan het Stedelijk schonken (zie hierboven), inmiddels zijn bekendste werk? Onder Nederlanders waarschijnlijk wel.

De koningin kan schilderijen waarde verlenen. Amateurs begrijpen dat ook. Boin wijst op een actie van Paleis het Loo, dat met hulp van de NOS mensen vroeg hun zelf geschilderde Beatrixportret op te sturen. Het leverde in één week meer dan 250 werken op.