Beatrix legt haar ambt neer

Het Koninkrijk bestaat 200 jaar en het staatshoofd wordt 75. Met deze bakens in zicht besloot koningin Beatrix gisteren haar aftreden aan te kondigen en het koningschap over te dragen aan haar oudste zoon, de prins van Oranje. In de Nederlandse staatsrechtelijke traditie nam zij daarmee de enige politieke beslissing waarover zij aan niemand verantwoording is verschuldigd.

Premier Rutte luidde haar gisteren uit in goed gekozen bewoordingen die wij hier van harte omschrijven: respect en bewondering voor haar betrokkenheid. Ze maakte indruk met haar werklust, professionaliteit en discipline, zeker. Ze was er, inderdaad, ‘altijd’. Aan de eisen die de premier toeschreef aan de opvattingen van haar opvolger, Willem-Alexander, voldeed zij ruimschoots. Ze bond de natie samen, vertegenwoordigde haar in het buitenland en moedigde de natie aan. Hoewel de kroonprins met dat laatste vermoedelijk meer aan zichzelf en aan sportcompetities moet hebben gedacht. Beatrix bemoedigde eerder dan dat ze aanmoedigde. Daarbij putte ze uit haar persoonlijk leven, haar relatie met de geëngageerde prins Claus en haar geloof.

Het koningschap was voor haar een historische, haast religieus gewortelde plicht waarmee zij zich volledig identificeerde. Beatrix herstelde in zekere zin ook de rol van de monarchie door het functioneler en afstandelijker te presenteren. Zij koos uiterlijk een sterk symbolische stijl die haar als staatshoofd herkenbaar maakte, in een omgeving die steeds meer op beeld leunde. Ze wist behalve het volk ook de maatschappelijke elite aan zich te binden. Onder meer door zich met kunst en literatuur te engageren. Een prestatie, na de roerige aanloop naar de kroning en haar destijds controversiële huwelijk.

Publieke controverses in de decennia die volgden gingen nooit over haar persoon, maar altijd over een ander lid van het Huis van Oranje. Of die nu verborgen microfoontjes van de RVD vermoedde of alsnog buitenechtelijke bloedverwanten onthulde, Beatrix bleef publiekelijk onaangedaan. Daardoor was zij ook in zekere zin een raadsel – wat Beatrix werkelijk vindt of voelt, bleef goed verborgen. Dat droeg bij aan de waardigheid van het ambt, haar neutraliteit en daarmee aan haar houdbaarheidsdatum als functionaris.

Als staatshoofd was zij topdiplomaat voor de BV Nederland en tevens overtuigd Europeaan in Nederland. Zij hielp zo de deur openhouden. Maar ook was ze trooster van de natie als een grote schok verwerkt moest worden. Bij de aanslag in Apeldoorn zag de natie een staatshoofd die met een zucht de harten van de geschrokken burgers raakte. Zij neemt nu afscheid met een melancholieke glimlach. Ook die wordt begrepen.