De geheimen van ‘Babbo Monte’

Een derivatenschandaal bij de Italiaanse bank Monte dei Paschi brengt links in verlegenheid – enkele weken voor de parlementsverkiezingen.

Het hoofdkantoor van de Monte dei Paschi di Siena, de derde bank van Italië. Foto AFP

Een groot financieel schandaal in Italië heeft de oudste bank ter wereld in opspraak gebracht en vragen opgeroepen over de soliditeit van de Italiaanse banken in het algemeen. Bovendien is, met minder dan vier weken te gaan tot de verkiezingen, de op winst staande linkse Democratische Partij in grote verlegenheid gebracht.

Inzet is de derde bank van Italië, de Monte dei Paschi di Siena, onderdeel van een links machtsbolwerk in Toscane. De bank verkeerde al enige tijd in de problemen en moest noodsteun aanvragen aan de regering. Onlangs is bekend geworden dat de vorig jaar aangetreden nieuwe leiding ontdekte dat drie complexe financiële deals, met onder andere derivaten, buiten de boeken waren gehouden.

Deze constructies waren gekozen om de financiële problemen te verhullen die waren ontstaan na de aankoop van de bank Antonveneta, in 2007, vlak voor het uitbreken van de kredietcrisis.

Antonveneta was door ABN Amro in 2007 verkocht aan de Spaanse Banco Santander. Die verkocht Antonveneta een paar maanden later voor ruim 9 miljard euro door aan Monte dei Paschi. De bank uit Siena wilde niet achterblijven in de golf van bankfusies in Italië en was daarom bereid bijna 50 procent meer te betalen dan de Spanjaarden hadden betaald.

Justitie onderzoekt speculaties in Italiaanse media dat hierbij smeergeld is betaald. Specifiek wil het Openbaar Ministerie meer weten, zo schrijven Italiaanse kranten vanmorgen, over een betaling aan ABN Amro van 9,3 miljard euro.

De schade door verliezen op de derivaten wordt door de bank voorlopig geschat op zo’n 700 miljoen euro. Dat komt bovenop het verlies van 1,7 miljard euro dat de bank de eerste negen maanden van vorig jaar leed. De bank krijgt nu voor 3,9 miljard euro noodhulp van de staat.

De voorzitter van de Italiaanse Bankenassociatie, Giuseppe Mussari, is vorige week afgetreden. Hij was van 2006 tot 2012 president van Monte dei Paschi di Siena. En hoewel het parlement officieel niet meer in zitting is, zouden de commissies van Financiën van de Kamer van Afgevaardigden en Senaat vanmiddag in een bijzondere zitting minister Grilli (Economie en Financiën) aan de tand voelen over deze affaire.

De bank, opgericht in 1472, werd in Siena Babbo Monte genoemd, vadertje Monte. Hij stond garant voor allerlei vormen van subsidiëring, sponsoring en goedkope kredieten in Siena en omgeving, variërend van opstartkrediet voor een biotechbedrijf tot financiële steun voor de Palio, de paardenrace die twee keer per jaar wordt gehouden op het centrale plein in Siena, de Piazza del Campo.

De bank werd, zoals veel Italiaanse banken, aangestuurd door een stichting met een controlerend belang. In Siena werden dertien van de zestien leden van de raad van bestuur van de stichting benoemd door de gemeenteraad en de provinciale raad, die beide worden gecontroleerd door links. Daarom hebben de berichten over malversaties bij de Monte dei Paschi di Siena directe politieke gevolgen.

Oud-premier Berlusconi ruikt zijn kans. In een aanval op de Democratische Partij zei hij: „Als links niet in staat is een bank te besturen, dan kan het zeker niet het land besturen.”

Hij probeert ook premier Monti bij zijn aanvallen te betrekken. Hij belooft de gehate belasting op het eerste huis, ingevoerd door Monti, weer af te schaffen. Al weken roept Berlusconi dat deze belasting niet nodig is om de overheidsfinanciën weer op orde te brengen. Nu roept hij dat deze onroerendgoedbelasting is ingevoerd om de 3,9 miljard euro staatssteun mogelijk te maken – waarbij hij eraan voorbijgaat dat voor ongeveer 2 miljard steun is besloten toen híj nog premier was.

Ook Monti vertaalt dit schandaal politiek. „De PD heeft hiermee te maken”, zei hij zondag. Hij koppelde dat aan een bredere oproep om de nog steeds hechte banden tussen veel banken en politieke partijen door te snijden.

De Italiaanse Centrale bank claimt dat Monte dei Paschi de informatie over de derivaten geheim heeft gehouden. Fabrizio Viola, topman van Monte dei Paschi, zei dat informatie over de derivaten in oktober vorig jaar in een kluis werd ontdekt. Sommige critici zeggen dat de centrale bank alerter had moeten reageren. Gouverneur van de centrale bank was toen Mario Draghi, nu president van de Europese Centrale Bank.

Door dit schandaal rijzen ook vragen over de gezondheid van andere Italiaanse banken. De banden tussen banken en politiek zijn daarbij het hoofdprobleem. „Wat als Monte nu eens het topje van de ijsberg blijkt te zijn?” vraagt La Repubblica zich af in een commentaar.

„Er is wel gezegd dat de achterstand van ons kredietsysteem, dat bestaat uit nogal provinciale banken, ons heeft gered van de grote crises elders. Het schandaal van Monte dei Paschi, met een geheim akkoord dat jaren in een kluis verborgen is gehouden, maakt een lachertje van deze veronderstelling.”

    • Marc Leijendekker