Het nieuws van 29 januari 2013

‘Cito moet morgen al duidelijkheid geven over uitgelekte toets’

Is de Cito-toets nog wel betrouwbaar nu de opgaven zijn uitgelekt? En hoeveel vragen liggen er precies op straat? Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker wil morgen al antwoord op die vragen. Het is nog maar de vraag of het bedrijf de omvang van het lek op z’n korte termijn in kaart kan brengen.

Camerons toespraak heeft niets veranderd aan Ruttes Europa-visie

Cameron mag dan vorige week een Brits referendum over EU-lidmaatschap in het vooruitzicht hebben gesteld, het Nederlandse kabinet kijkt niet anders naar Europa dan voorheen. Dat is het antwoord van Rutte en Timmermans op de vraag van de Tweede Kamer om een reactie op Camerons woorden.

Museum Catharijneconvent in Utrecht beroofd - ‘monstrans meegenomen’

Het museum Catharijneconvent in Utrecht is vanmiddag slachtoffer geworden van een roof. Twee jongens sloegen een vitrine in en gingen er met een buit vandoor op een scooter. Het lijkt er sterk op dat er een achttiende-eeuwse monstrans is meegenomen.

Justitie eist stukken VolkerWessels in corruptiezaak Van Rey

In het corruptieonderzoek naar VVD-politicus Jos van Rey heeft de rijksrecherche vanmorgen in het kantoor van bouwconcern VolkerWessels in Rijssen documenten gevorderd. Eerder op de dag zijn de privéwoning, de kantoren en de vakantievilla in Saint-Tropez van projectontwikkelaar Piet van Pol uit Roermond doorzocht.

NRC Handelsblad: Cito-toets 2013 te koop via Marktplaats

Opgaven van de Cito-toets van dit jaar, die volgende week dinsdag begint, zijn uitgelekt en worden te koop aangeboden via Marktplaats.nl. NRC Handelsblad heeft een aantal vragen ingezien en voorgelegd aan het Cito. Een woordvoerder van de toetsontwikkelaar bevestigt dat het gaat om opgaven uit de test van dit jaar.

o, zoete onbereikbaarheid

als kind al bezat ik een zwak voor glinsterkwallen, keizerpinguïns: zwaar en ijl

maar zacht als paleizen stonden ze rechtop in water en ijs, als wachtkamers

op een uitkijk naar binnen – daarom wilde ik worden: koninginnen

eerst juliana, later de dame die full colour over haar heen kwam.

deze, de mantelglanzende ging ik worden: beatrix leek haalbaar in die dagen

ik was vijf, deed mijn best haar geheim te kraken: ’s avonds stond ik in de tuin

sjieke liedjes te neuriën, overdag op de dam wierp ik druiven naar landgenoten

ik struinde kermissen af, stalkte majorettes, tot ik tot mezelf kwam, opgaf.

nu pas, vannacht – net nu ik groot, gelukkig en eenzaam was

nu stond zij daar, een schemer aan het hoofd van mijn dromende lichaam

en links van mij duikelde de zon en rechts begon zij rustig te stormen, oranje

daalde ze over me neer, met alle gloeitristesse die ze had, languit stamelend:

‘wij wilden een slagregen zijn voor onze geliefden, fluisterdauw uitspreiden

over de doden, de jaren alleen wilden wij breken met koele wintervuisten

groene duinen verflensen met zonlicht, kortom: wat mensen doen, wij wilden

kinderen, ouders, een man wilden wij, maar ze werden windstil rondom ons.’

ze toonde mij hoe ze boog en het ging niet: ze werd heldere mist, kou minus hitte

knipte zich los – vannacht lig ik wakker, stuurloos als een wapperend lint.

envoi:

u bent mooi majesteit, soeverein en mooi, nu het verdriet om u heen komt bloeien

u bent mijn eigen aangetaste moeder, diep in haar vermoedde ik uw ijs, uw water

u was mijn jeugd, zoete onbereikbaarheid – en omdat dit mijn laatste verzen zijn

schenk ik ze u, om er onze prinses in terug te vinden: beginnend meisje van vijf.

o, zoete onbereikbaarheid

als kind al bezat ik een zwak voor glinsterkwallen, keizerpinguïns: zwaar en ijl

maar zacht als paleizen stonden ze rechtop in water en ijs, als wachtkamers

op een uitkijk naar binnen – daarom wilde ik worden: koninginnen

eerst juliana, later de dame die full colour over haar heen kwam.

deze, de mantelglanzende ging ik worden: beatrix leek haalbaar in die dagen

ik was vijf, deed mijn best haar geheim te kraken: ’s avonds stond ik in de tuin

sjieke liedjes te neuriën, overdag op de dam wierp ik druiven naar landgenoten

ik struinde kermissen af, stalkte majorettes, tot ik tot mezelf kwam, opgaf.

nu pas, vannacht – net nu ik groot, gelukkig en eenzaam was

nu stond zij daar, een schemer aan het hoofd van mijn dromende lichaam

en links van mij duikelde de zon en rechts begon zij rustig te stormen, oranje

daalde ze over me neer, met alle gloeitristesse die ze had, languit stamelend:

‘wij wilden een slagregen zijn voor onze geliefden, fluisterdauw uitspreiden

over de doden, de jaren alleen wilden wij breken met koele wintervuisten

groene duinen verflensen met zonlicht, kortom: wat mensen doen, wij wilden

kinderen, ouders, een man wilden wij, maar ze werden windstil rondom ons.’

ze toonde mij hoe ze boog en het ging niet: ze werd heldere mist, kou minus hitte

knipte zich los – vannacht lig ik wakker, stuurloos als een wapperend lint.

envoi:

u bent mooi majesteit, soeverein en mooi, nu het verdriet om u heen komt bloeien

u bent mijn eigen aangetaste moeder, diep in haar vermoedde ik uw ijs, uw water

u was mijn jeugd, zoete onbereikbaarheid – en omdat dit mijn laatste verzen zijn

schenk ik ze u, om er onze prinses in terug te vinden: beginnend meisje van vijf.