Woonbladen

Ik ben op zoek naar een nieuw huis en daardoor ben ik ook ineens op zoek naar een nieuw interieur, aangezien mijn huidige meubels allemaal uit elkaar vallen of een bekleding hebben met daarop een niet acceptabel aantal kip-tandoori-vlekken.

Om vast te stellen wat voor interieur ik dan wel wilde, snorde ik een aantal woonbladen op. Nu zijn woonbladen de ergste blaadjes op aarde. Die tijdschriften staan altijd vol met interieurs die op het eerste gezicht nog best haalbaar zijn voor de gemiddelde meubelkoper. Maar schijn bedriegt. De huizen zijn namelijk altijd volgestouwd met een mix van design, Hema en een oude hutkoffer die de bewoners op de kop hebben getikt op een brocantemarkt ergens in de Dordogne. Normale mensen komen heus ook weleens op een brocantemarkt in de Dordogne, maar sloffen daar langs alle vergeelde lp-hoezen en zijn die hele markt al zat voordat ze de verborgen schatten – die een tandeloos boertje achterin zijn deux chevaux heeft staan – hebben gezien.

Bij normale mensen is het interieur een eclectische mix van Zweedse aanbiedingen, papieren rijstbollampen, rolgordijnen die een beetje haperen en een grand foulard op de bank. Met tandoori-vlekken.

Het feit dat je geen designstoelen hebt, omdat je die niet kunt betalen en dat je Zweedse aanbieding scheefstaat, omdat je bij het in elkaar zetten van dat onding al drie schroeven kwijtraakte, kun je al behoorlijk depressief maken. Maar wat nog veel treurigmakender is, is het geluk dat de bewoners van de geportretteerde huizen uitstralen. Kijk ze daar nou zitten, op hun designbanken met daarboven aan de muur een aantal nonchalant opgehangen kindertekeningen. Zoet speelt het kroost met een verantwoorde houten trein, roert de vrouw des huizes in een pan soep en staat de man voor de, op kleur gesorteerde, boekenkast. Wat een harmonie. Wat een liefde.

Met zo’n interieur kun je je niet voorstellen dat dit gezin weleens ruzie heeft. Tegen zo’n schitterend gesausde muur gooi je geen servies kapot. In die hal met die prachtige natuurstenen vloer zal het behoorlijk galmen wanneer je „WAT DOEN DIE GEILE SMS’JES VAN HAAR IN JOUW TELEFOON!?!”, roept. Dat roep je niet in zo’n hal. In zo’n perfect huis móét je wel een perfect leven hebben.

Dat is natuurlijk niet zo, maar mij zakt de moed in de schoenen bij het zien van zoveel perfectie. Daar zit ik dan, met mijn rijstbollampen en mijn kuthumeur. Nog lang niet woonbladwaardig. Maar je moet ergens beginnen. Ik vertrek morgen richting Dordogne.

    • Nynke de Jong