Wie zwijgt over Syrië stemt toe

Het Westen is verantwoordelijk voor de radicalisering in Syrië. Onze passieve houding is een misdaad tegen de menselijkheid, betoogt Iba Abdo.

Vorige week legde Toon Beemsterboer in deze krant uit waarom het Westen wel ingrijpt in Mali, maar niet in Syrië (23 januari). Ingrijpen, met VN-mandaat of niet, gebeurt zelden uit morele overwegingen, maar is gemotiveerd door belangen. Ook het Westen heeft belangen in Syrië. Het treurige voor de Syrische bevolking is dat juist vanwege die belangen het Westen niet ingrijpt.

De opstand gaat bijna zijn tweede jaar in met als gruwelijk resultaat: meer dan 60.000 doden, 100.000 vermisten, 2,5 miljoen intern ontheemden en 500.000 geregistreerde vluchtelingen. De woedeaanval en explosie van geweld van het regime tegen de bevolking is nog steeds gaande, mede gestoeld op de tot voor kort rotsvaste en grenzeloze steun van Rusland en Iran. Ondertussen zijn de VS en de EU – om maar te zwijgen van de Arabische landen – muisstil. Is hier het gezegde ‘wie zwijgt, stemt toe’ wellicht van toepassing? Hoelang zal de internationale gemeenschap wachten voordat zij besluit de Syrische bevolking eindelijk te helpen?

De eerste zes maanden van de opstand verliepen tamelijk vreedzaam. Dit werd ook bevestigd door Bashar al-Assad zelf in een van zijn toespraken. Hierna was de vreedzaamheid, hoe effectief en gewenst ook, niet lang meer te houden. Het geweld van de troepen van het Assad-regime en het bovenmenselijke vermogen van zijn shabiha om af te rekenen met mogelijke tegenstanders, hebben een golf aan gewapend verzet uitgelokt die niet meer in te dammen valt. Sinds september 2011 nam de golf van militarisering steeds duidelijkere vormen aan, al dan niet gesteund door regionale spelers die belangen hebben in Syrië. Ondertussen faalden de diplomatieke pogingen van Kofi Annan en Lakhdar Brahimi om een politieke uitweg voor het conflict te vinden, mede door het onvermogen en de onwelwillendheid van Assad om de eisen van de bevolking tegemoet te komen.

Vanaf het begin van de opstand heeft het Westen geweigerd de Syrische rebellen te bewapenen. De deserteurs uit het Syrische leger, die een nationalistische agenda hebben met als doel een vrij en democratisch Syrië voor iedereen, waren niet in staat om de macht van het reguliere staatsleger te evenaren – dat nog steeds kan rekenen op een constante stroom van militaire en financiële steun vanuit Iran en Rusland.

Tot op de dag van vandaag houdt het Westen voet bij stuk en weigert het de opstandelingen van de nodige middelen te voorzien om de bevolking te beschermen en de machtsbalans naar hun voordeel om te buigen. Dit heeft geleid tot het ontstaan van een gat dat gevuld werd door radicaal islamistische groeperingen en brigades die beschikken over een eigen agenda en sponsoren.

Dagelijks verschijnen tientallen video’s op internet van gewapende brigades in Syrië met islamistisch getinte namen, Kalasjnikovs in de hand en een koran op de voorgrond. Sinds het begin van 2012 schieten de brigades als paddestoelen uit de grond met als doel het Syrische volk te beschermen tegen het barbaarse geweld van het Assad-regime. Hun bestaansrecht is de afwezigheid van westerse steun.

Het aantal radicaal islamistisch brigades is klein, maar ze hebben een enorm bereik doordat ze regelmatig hard terugslaan tegen de troepen van Assad. Daarnaast vallen ze op in de internationale berichtgeving door de focus van de media op de ‘sexy’ en sensationele gevechtsbeelden van deze strijders.

Hoe langer Assad in het zadel blijft, hoe sterker de aanwezigheid van deze groeperingen wordt. Zij zitten echter niet alleen de aspiraties van het Syrische volk in de weg – dat waardigheid en vrijheid wil – maar ook de belangen van het Westen en zijn bondgenoten in de regio.

Het militariseren en de zogenaamde islamisering van de opstand komt niet alleen Assad goed uit omdat hij nu, in de ogen van zijn medestanders, een reden heeft om terug te slaan. Het komt de Verenigde Staten ook goed uit: hoe kunnen zij immers instemmen met het bewapenen van de rebellen, waarvan de sterkste brigade Jabhat al-Nusra op de terreurlijst staat?

Het Westen is bang voor wat het zelf heeft veroorzaakt. Juist door te zwijgen heeft het Westen de ruimte gegeven aan islamisten om de verdedigingstaak op zich te nemen. Nu hun aanwezigheid sterker wordt, zetten de Verenigde Staten enkele van de sterkste brigades op de terreurlijst en blokkeren hiermee alle pogingen om de rebellen te bewapenen (of een no fly-zone in te stellen). Dit uit angst voor de rol van de rebellen in de post-Assad periode.

Welke doelen wil het Westen realiseren door niet in te grijpen? Is het misschien het doel van het Westen om Assad zijn gang te laten gaan zodat hij het land bombardeert en het leger verzwakt, en Syrië in de nabije toekomst geen gevaar vormt voor hun regionale bondgenoten?

Of wil het Westen de machtsbalans tussen de rebellen en het regime net zolang in stand houden totdat beide partijen zodanig zijn verzwakt dat het afdwingen van een politieke oplossing mogelijk wordt?

Nu de gewapende radicaal-islamistische brigades de uitputtingsoorlog tegen het regime leiden, is het versterken van de militaire positie van de rebellen om Assad te kunnen verslaan ongewenst. Deze groeperingen zullen naar alle waarschijnlijkheid de overwinning claimen en een rol spelen in de post-Assad periode. Iets wat het Westen niet gunstig stemt. Door niet in te grijpen wil het Westen een militaire oplossing – ten voordele van de opstandelingen – voorkomen of uitstellen. De Syrische bevolking moet hier een hoge prijs voor betalen.

Niet alleen het geweld van het Assad-regime tegen haar bevolking is een misdaad tegen de menselijkheid, maar ook de passieve reactie van het Westen – de Verenigde Staten en de Europese Unie – kan als zo’n misdaad worden gezien.

Naarmate de tijd vordert zonder serieuze actie wordt het steeds aannemelijker dat het Westen medeschuldig is aan de misdaden van het Assad regime. Wie zwijgt, stemt immers toe.

Iba Abdo (1987) is politicoloog. Ze is geboren in Syrië en kwam elf jaar geleden met haar ouders naar Nederland als politiek vluchteling.

    • Iba Abdo