Verliezers maar onmisbaar

Decennia lang was de FDP de garantie dat de Duitse liberale traditie invloedrijk bleef. Nu dreigt de FDP electorale ondergang. Kan liberaal Duitsland zonder haar? Frank Vermeulen, Berlijn.

Leader of Germany's Free Democratic party (FDP) Philipp Roesler looks up during the traditional FDP epiphany meeting in Stuttgart January 6, 2013. With its novice leader under fire, the liberal, pro-business party meets in Stuttgart this weekend to try to stop the rot before a general election that could wipe it out. Much of the FDP's internal strife centres on 39-year-old Vietnamese-born leader Philipp Roesler, whose attempt to inject new dynamism on taking over in May 2011 failed spectacularly. REUTERS/Ralph Orlowski (GERMANY - Tags: POLITICS PROFILE) REUTERS

Waarom heeft Duitsland een liberale partij nodig? Het was partijvoorzitter Philipp Rösler zelf die deze vraag stelde toen de Freie Demokratische Partei (FDP) onlangs bijeenkwam in Stuttgart voor het traditionele ‘Driekoningentreffen’. Dat hij dit onderwerp koos, lag niet voor de hand. Al was het maar omdat de vraag eerder was of de liberale partij Philipp Rösler zelf wel nodig heeft.

Sinds diens aantreden als partijchef begin 2011 is de partij morsdood in de peilingen. Met resultaten onder de kiesdrempel van vijf procent is de kans reëel dat de FDP verdwijnt uit de Bondsdag. Daardoor verkeren de liberalen al twee jaar in een existentiële crisis, een Dauerkrise. Vorige week wees Rösler onder druk van de partijtop veteraan Rainer Brüderle (67) aan als lijsttrekker en redder. Hij was minister van Economische Zaken tot Rösler hem uit die functie wrikte. Nu is hij fractievoorzitter in de Bondsdag. Brüderle geldt als „liberaal oergesteente”, staat pal voor de middenstand en voor een FDP die in symbiose leeft met de christen-democraten. „Wij maken de CDU beter!” luidt Brüderles slogan. Maar er is twijfel of dat de liberale partij voldoende stemmen zal opleveren om na de verkiezingen in september verder te regeren met de christen-democraten van bondskanselier Angela Merkel.

De regeringscoalitie die de FDP als junior partner sinds 2009 voor het eerst deze eeuw in de regering bracht, kan het definitieve eind van de partij inluiden. En dat terwijl de liberalen in de tweede helft van de twintigste eeuw maar vijf jaar níet meeregeerden. De FDP was de (kleine) constante factor in het West-Duitse staatsbestel. In 1949 leverden de liberalen de eerste president van de Bondsrepubliek, Theodor Heuss. Hij was, met bondskanselier Adenauer, in de eerste tien jaar de architect van de Duitse oriëntatie op het liberale westen. Daarna speelde FDP-voorman Hans-Dietrich Genscher decennia lang die rol, onder meer als minister van Buitenlandse Zaken. Genscher ging met pensioen in 1992, nadat hij cruciaal was geweest in de voorbereiding van de hereniging van West- en Oost-Duitsland. Het was de liberale apotheose, een van de historische ontwikkelingen waarop Francis Fukuyama zijn these zou bouwen van het einde van de geschiedenis, door de overwinning van het liberale westerse model.

Nu staat het herenigde Duitsland binnen Europa, met of zonder FDP, te boek als een liberaal land. Dat bleek vorige week nog, toen Merkel mild reageerde op de speech waarmee de Britse premier David Cameron de deur naar een Brits afscheid van de Europese Unie opende. Merkel wil hem wel wat concessies gunnen, begrepen commentatoren meteen: zij heeft liberale geestverwanten nodig in de EU.

Maar heeft ze nog wel liberale bondgenoten nodig in eigen land? De FDP heeft een serieus imagoprobleem: alles wat de regering goed doet, schrijven kiezers toe aan coalitievriendin Merkel. De FDP krijgt de schuld van alles wat fout gaat. En de zachtmoedige, wat cerebrale Rösler, van geboorte Vietnamees, van opleiding arts, kan de gemiddelde Duitse middenstander die traditioneel de ruggengraat vormt van het liberale electoraat niet echt boeien.

Het zal niet verbazen dat Rösler van mening is dat Duitsland de FDP hard nodig heeft. Hoofdargument: „Omdat het de enige partij is die voor de vrijheid strijdt.” Dat is conform het nieuwe beginselprogram dat de FDP in april vorig jaar omhelsde. Maar het is ook een stelling waaraan al geruime tijd getwijfeld wordt. Het liberalisme van de FDP is volgens kiezers teruggekookt tot clichés over belastingverlaging en snijden in sociale zekerheid.

Met de FDP als partij ging het eigenlijk al mis sinds de hereniging. Vanaf Genschers opvolger Klaus Kinkel ontwikkelde de FDP zich tot een ‘gewone’ rechts-liberale partij, die zijn vertrouwde sleutelrol in de Bondsrepubliek kwijtraakte. In 1998 raakten de liberalen voor het eerst sinds 1969 buiten de regering.

Maar het liberale gedachtengoed raakte juist alomtegenwoordig. Een vooraanstaande denker als Jürgen Habermas staat te boek als de verpersoonlijking van het liberale denken. Ook andere toonaangevende stemmen in de publieke opinie, zoals filosoof Peter Sloterdijk en journalist Frank Schirrmacher, noemen zich liberaal. Het liberalisme, ontdaan van zijn negentiende-eeuwse bijsmaak, van driedelige heren in pakken, kreeg in de jaren negentig de wind in de zeilen, ook bij politieke partijen die voorheen de erfvijand waren.

Na het einde van de Koude Oorlog begonnen sociaal-democraten in heel Europa een zoektocht naar een Derde Weg, tussen de oude links-rechts tegenstelling. De op de markt gerichte koers waarmee sinds 1998 de sociaal-democratische bondskanselier Gerhard Schröder de verzorgingsstaat wilde moderniseren, gold als neoliberaal en concurreerde met ideeën van de FDP. Schröders ‘Agenda 2010’ werd later overgenomen door Merkel.

Wat overal elders in Europa gebeurde, gebeurde ook in Duitland: ideologische verschillen tussen partijen vervaagden. Personen werden belangrijker. Dat de FDP in 2009 met ruim 14 procent de grootste verkiezingsoverwinning in haar bestaan haalde, werd vooral toegeschreven aan het wervende optreden van Guido Westerwelle, destijds partijleider. Maar hij werd al snel door velen als penetrant, heerszuchtig en arrogant ervaren. Hij kwam als partijleider ten val door de zogeheten Mövenpick-affaire: donaties die de FDP had ontvangen van de gelijknamige hotelketen werden gekoppeld aan de belastingverlaging voor hotels, met als resultaat dat de liberalen beschuldigd werden van cliëntelisme.

In de partij stond een groepje ambitieuze jongeren klaar om het van Westerwelle over te nemen. Deze zogenoemde Boygroup der Thirtysomethings bestond behalve uit Rösler, uit Daniel Bahr (nu minister van Volksgezondheid) en Christian Lindner. Rösler en Lindner formuleerden in 2009 hun liberalisme in hun bundel Freiheit: Gefühlt- gedacht-gelebt. Zij wilden „een positief politiek verhaal” dat „het levensgevoel van de mensen raakt en hun hoop geeft op een betere toekomst”. Met deze „tonaliteit” wilden de jongeren „de politiek-conceptionele aanspraak op leiderschap van de FDP voorzien van een empathische fundament”.

Het liep anders. Rösler volgde Westerwelle op als partijleider. Maar als minister van Economische Zaken deed hij wat liberalen altijd doen: hameren op belastingverlaging. Ook was hij totaal niet empathisch tegen de duizenden vrouwen die werkloos werden toen de drogisterijketen Schlecker vorig jaar omviel. In populariteit scoort Rösler onder Westerwelle, die nu verdienstelijk minister van Buitenlandse Zaken is, maar nog steeds een benchmark voor politieke impopulariteit.

De partijtop maakt er geen geheim van dat ze van Rösler af wil. De partij wordt door commentatoren graag vergeleken met de reality tv-show Dschungelcamp. Ruim zeven miljoen mensen kijken elke week hoe Bekende Duitsers, ofwel Promi’s, elkaar het leven zuur maken in de Australische wildernis. Veel opwinding en emotie, weinig inhoud.

Maar zonder een liberale partij kan Duitsland niet, stelden commentatoren twee jaar geleden al, na de ondergang van Westerwelle. Peter Sloterdijk, Duitslands hipste filosoof, schreef in januari 2011 een bevlogen verdediging van de liberale idee in Die Zeit. Hij betreurde dat de FDP haar „ideologisch kapitaal” had verspeeld. De term ‘liberalisme’ stond „helaas voor een leven op de galeien van de hebzucht”. Sloterdijk vergeleek het liberalisme met een systeembank: te belangrijk om failliet te gaan. „De zaak van de liberaliteit is te belangrijk om alleen aan de liberalen over te laten”.

En de invloedrijke columnist Jakob Augstein, schrijver van de column ‘Bij twijfel links’ op de website Spiegel Online, schreef in dezelfde tijd dat er een vacature was in Duitsland: „Gezocht wordt: een liberale partij”. Volgens hem had niemand Westerwelle nodig met zijn zelfbedienings-FDP, die tegen een kleine vergoeding belastingverlaging levert. „Een beetje liberalisme zou de Duitsers goed staan. Alsjeblieft geen politiek-theoretische debatten over de betekenis van de term ‘liberaal’. Dat begrip is in de afgelopen 250 jaar zo grondig door elkaar geroerd, dat iedereen ermee kan doen wat hij wil.”

Augstein wil een partij die zich verzet tegen de Duitse ‘Lethargokratie’ (een term van Sloterdijk) gebaseerd op de sociale formule van ‘vakantie, herverdeling en vetzucht’. Een liberale partij, een kleintje maar, is volgens hem nodig omdat het politieke landschap verder bestaat uit partijen die de maatschappij definiëren als een verzameling risico’s. Liberalen zien de samenleving als een bron van mogelijkheden.

Vorig jaar zorgde de komst van de Piraten op het politieke toneel voor een sensatie. Was hier de nieuwste loot aan de liberale stam geboren? Inmiddels worden de kansen van de Piraten als nieuwe liberalen niet meer hoog ingeschat. De populariteit van de partij smolt onder invloed van interne chaotische toestanden en publieke onderlinge aanvallen op internet bij zogeheten shitstorms .

Zo gaat dat steeds met partijen die een liberale verwantschap claimen. De Groenen maken soms ook aanspraak op het positieve, optimistische mensbeeld van het liberalisme. Net als ooit de FDP gelden de Groenen nu als een partij die met zowel links als rechts kan regeren. Maar daar zit niets liberaals achter: de Groenen zoeken een goed-burgerlijk imago als Heimatpartei om de kans op macht te vergroten. In dit spel draait ook de FDP nu mee als gewone partij, die economisch rechts is en cultureel links. Op hun ‘partijdag’ in maart willen de liberalen een nieuw program en mogelijk een nieuw gezicht presenteren. Het is nog te vroeg voor een definitief afscheid.