Schaatsdoping? Kom dan met namen

Hoeveel schaatsers hadden in het verleden ‘verdacht’ bloed? Volgens expert Harm Kuipers hooguit twee procent.

Harm Kuipers reageert verbaasd op het bericht dat op grond van bloedwaarden 10 tot 15 procent van de schaatsers tussen 1988 en 2006 hun olympische titels dankzij doping hebben gewonnen. Als voormalig lid van de medische commissie van de internationale schaatsunie (ISU) beschikt de emeritus hoogleraar Sport, Beweging en Gezondheid over heel andere cijfers. Uit een onderzoek waar Kuipers bij betrokken was, is gebleken dat tussen 2000 en 2005 hooguit twee procent van de schaatsers verdachte bloedwaarden hadden. In de jaren daarvoor kende de ISU helemaal geen bloedtesten.

De hogere percentages waarvan afgelopen weekeinde NOS-tv berichtte zijn volgens Kuipers het gevolg van een verkeerde interpretatie van een interview met de Amerikaanse sportarts en hematoloog Jim-Stray Gundersen. Die schreef de percentages van 10 tot 15 procent niet exclusief toe aan schaatsers, maar aan wintersporters in het algemeen. „Hij doelt vermoedelijk onder anderen op cross-country-skiërs naar wiens bloedwaarden hij onderzoek had gedaan. Op grond daarvan hebben wij als medische commissie hem advies gevraagd bij het opzetten van een programma voor bloedtesten in het schaatsen.”

De suggestie van Gundersen dat schaatsers onder invloed van doping olympische titels hebben gewonnen, heeft kwaad bloed gezet bij betrokkenen. Yvonne van Gennip, die bij de Spelen van 1988 in Calgary drie keer goud won, zegt zich absoluut niet aangesproken te voelen. „In mijn tijd werd helemaal niet gecontroleerd op bloedwaarden. Laat meneer Gundersen naam en toenaam noemen. Als het waar is, moet de onderste steen boven komen. ”

Marianne Timmer, goed voor driemaal olympisch goud op twee Olympische Spelen, wil er weinig woorden aan besteden. „Wat moet ik hiermee? Laat hem maar met namen komen.”

Berend Nikkels, van 1999 tot 2002 arts van de Peter Müllers schaatsploeg Spaar Select, met onder anderen Jan Bos, Erben Wennemars en Gianni Romme, vindt dat Gundersen met bewijzen moet komen en zich anders moet stilhouden. „Hij praat alleen vaag over ‘olympisch kampioenen’ in de periode 1988 tot 2006. Ik kan me voorstellen dat Jochem Uytdehaage, Gianni Romme of Marianne Timmer hier niet blij mee zijn.”

Nikkels herinnert ook aan een foute analyse van Gundersen. „Hij kwam in 2000 met een nieuwe machine om epo op te sporen. Het apparaat was volstrekt onbetrouwbaar. In Nagano werd bij Timmer een te hoge hematocrietwaarde gemeten. Zij sprak smalend van ‘hypotocrietwaarde’. Liefst 35 procent testte een te hoge waarde. De machine werd herijkt en een dag later zat iedereen goed. Bij Spaar Select hebben we indertijd een bloedpaspoort ingevoerd. Met de hand op mijn hart: ik ben daarin nooit vreemde afwijkingen tegen gekomen.”

Wennemars bezwoer in een televisie-uitzending van Studio Sport nooit doping te hebben gebruikt. Hij toonde zich voorstander van een onderzoek naar aanleiding van Gundersens uitlatingen. „Test het bloed dat bewaard is gebleven opnieuw en publiceer de uitkomsten. Dat schept duidelijkheid. Ik heb altijd tegen mensen gereden van wie ik geen argwaan had over dopegebruik.”

    • Maarten Scholten
    • Henk Stouwdam