Rekentoets is afgeblazen om de verkeerde reden

Het is juist dat het ministerie de rekentoets schrapt. Toch blijft goed leren rekenen van groot belang, betoogt Suzanne Dannenburg-Bijl.

Het ministerie van Onderwijs blies drie dagen voor de kerstvakantie de landelijke rekentoets af. Wiskundeleraren, examencoördinatoren en schoolleiders hebben dus voor niks gewerkt aan de voorbereidingen, maar blijkbaar liet iedereen opgelucht het werk uit zijn handen vallen. Op het ministeriële besluit volgde totale stilte.

Was het dus een goede beslissing? Ja, maar om de verkeerde reden.

Tussen de regels door blijkt dat de minister geschrokken is van de slechte resultaten van de proeftoets van vorig jaar. Ach, wat kent Den Haag de bovenbouwleerling en zijn school toch slecht. Bovenbouwleerlingen willen best leren rekenen, maar niet zomaar voor niks. En hoe gemotiveerd was ik? De uren die voor het maken van nieuwe rekenlessen nodig zijn, worden echt niet allemaal uitbetaald. Ik doe het dus pas als het moet, maar met goed materiaal en voldoende oefentijd leren ze heus rekenen van mij. En pas als het moet, zijn schoolleiders toeschietelijk met lestijd en materiaal. Het ministerie had weinig vertrouwen in leerlingen en leraren.

Toch ben ik blij met de moed van minister en ambtenaren om te elfder ure terug te komen op de rekentoets van 2013. Het ministerie heeft zichzelf een fiasco bespaard. Nu kunnen we de rekentoets nuchter aanpakken.

De rekentoets moest digitaal worden afgenomen, binnen een periode van twee weken. De eerste leerlingen zouden op maandag 4 maart rond 12.00 uur klaar zijn. Een half uurtje later zouden de eerste foto’s van rekenvragen op Facebook staan. Met een beetje lef had een jongere op deze manier belangrijke likes uit heel Nederland verdiend. Hoe moet een leraar surveilleren met computerschermen die het zicht benemen op iPhones en Blackberry’s in mouwen, sjaals en laarzen? Had het ministerie een full bodysearch op de leerlingen in gedachten? Of zou het hele systeem überhaupt niet opstarten op maandagochtend, omdat een paar whizzkids een uitdagend hackweekend hadden? Pubers hebben tijd. Sommigen vinden het leuk om een beetje te zieken. Onder welke analoge steen ligt het Cito als men denkt jarenlang met dezelfde vijfhonderd rekenvragen te kunnen toetsen? En nee, scholen kunnen niet alle leerlingen op hetzelfde tijdstip een digitale toets laten maken. Een school is geen kantoor met honderden computers.

Behalve het fiasco van uitgelekte toetsvragen is ook de businesscase bizar. Het kostte een gemiddelde school tientallen uren om de computerverbindingen te checken en de leerlingen één voor één in te voeren in het verplichte computersysteem. De tijdwinst is maar enkele uren per school. De computer kijkt namelijk de zestig goed/fout-antwoorden na. En oh ja, afname in maart betekent weer lesuitval.

Schoolbestuurders hebben dure luchtkastelen gebouwd, die ongeschikt bleken om onderwijs in te geven. Beleidsmakers hebben een duur systeem voor de rekentoets laten bouwen, dat in de praktijk zal falen. Mag het simpeler, praktischer?

Laten we de eindexamenkandidaten op hetzelfde moment dezelfde toets laten maken van papier. Laten we dat doen in mei. Dan staan die honderden tafeltjes toch al in de gymzalen – tafeltjes waarbij je effectief kunt surveilleren. Ja, van papier. Papier is stabiel, flexibel, goedkoop en lokaal, dus ‘hackproof’. Met de vertrouwelijke omgang van papieren examens hebben scholen al decennialang ervaring. Klinkt dit niet efficiënt en betrouwbaar?

En wat te doen met dyscalculie? Accepteren dat het bestaat! Alstublieft, niet nog meer diagnostiek. Het vaststellen van een leerprobleem maakt de leerling niet beter. Laten we het cijfer voor de rekentoets op de eindlijst vermelden. Met een onvoldoende word je natuurlijk niet toegelaten bij de meeste vervolgopleidingen. Dit is de juiste prikkel voor leerlingen. En de leerling met een onvoldoende voor rekenen en prachtige cijfers voor Frans en geschiedenis, die geven we natuurlijk een diploma. Is rekenvaardigheid cruciaal voor een theologiestudent of een stud ent Duits? Onderwijs toont de verschillen tussen mensen.

En laat me nog iets zeggen over de rekenmachines voor de bovenbouw van havo en vwo. De nieuwste modellen op de markt passen nog altijd netjes binnen de eisen van het College voor Examens, maar ze zijn wel heel gebruiksvriendelijk geworden: kleurenschermpje, invulschermpjes, algebraïsche mogelijkheden voor integralen, sinus en cosinus, een ingebouwde complementregel. Weer meer rekenvaardigheden worden de leerlingen uit handen genomen. Alerte ouders die 150 euro kunnen betalen, geven hun kind met zo’n apparaat een paar puntjes cadeau op het wiskunde examen, maar is het logisch om de kraan van rekenluiheid verder open te zetten, opdat we fijn nog harder kunnen dweilen met rekentoetsen? Consistent rekenbeleid gaat verder dan een verplichte rekentoets.

Op zich is een rekentoets aan het eind van het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs geen slecht idee. De rekenvaardigheid kan een impuls en een onderhoudsbeurt gebruiken. De uitvoerige discussie over de inhoud van de toets is het bewijs dat we te lang hebben gezwegen over het rekenonderwijs – maar ik wil consistent beleid en een nuchtere uitvoering, met ruimte voor verschillen tussen mensen.

Suzanne Dannenburg-Bijl is leraar wiskunde te Rotterdam.