PEC Zwolle-Heerenveen

Na e-mails van Koerdische bewoners van de Arnhemse wijk ’t Broek – „Jij alsjebleif helpen ons. We niet meer fascisme accepteren” – besloten ze bij dagblad De Gelderlander meerdere verslaggevers naar de volkswijk te sturen om er de „etnische spanningen” tussen Koerden en Turken en tussen nationalistische Turken en gewone Turken te meten. Ze kwamen terug met slecht nieuws: ’t Broek was „een hogedrukpan”, er was maar weinig voor nodig om de boel te laten ontploffen.

De problemen waren begonnen in juni 2011 toen een medewerker van Stichting Rijnstad tijdens een Turks feest de stekker van de geluidsinstallatie uit het stopcontact had getrokken toen een Turkse muziekgroep een zeer nationalistisch lied – Ik offer me voor je op Turkije – begon te zingen. Het beoogde deëscalerende effect bleef uit. Integendeel: de actie werkte eerder averechts en ontaardde in duw- en trekwerk.

De verslaggevers van dienst hadden weinig geluk. Ze vonden alleen maar bewoners die anoniem hun verhaal wilden doen. ‘Een volbloed Turkse die geen hoofddoek draagt’ zei dat ze regelmatig op straat werd aangesproken door Turkse vrouwen die wel een hoofddoek dragen. Ze vroegen: „Waarom draag jij geen hoofddoek?” En ‘een echte Arnhemse die al vijftig jaar in de wijk woont’ nam de verslaggevers mee naar achter de schutting in haar achtertuin waar ze vertelde dat ze geen gesprekken op straat meer voerde. Enkele Turken lieten – anoniem – optekenen dat ze alles wat de Koerden beweerden „overdreven” of zelfs „ongeloofwaardig” vonden. Anonieme Koerden op hun beurt dreigden anoniem met harde acties tegen de overmacht van fascistische Turken in wijkcentrum De Symfonie omdat ze „geen vertrouwen in de overheid hebben”.

Zaterdagavond laat – ik logeerde bij mijn moeder, de sigaretten waren op – belandde ik in het hart van het oorlogsgebied. Buurtcentrum De Symfonie was jammer genoeg dicht. Maar in bar Marmaris in de Rijpstraat zaten enkele tientallen Turken, Koerden en Marokkanen gezamenlijk naar voetbal op een grote televisie te kijken. „Ach wat leuk, de Afrika-cup”, zei ik tegen mijn gezelschap, want ik was natuurlijk niet alleen naar dit gevaarlijke gebied gereisd. Ik werd aan alle kanten verbeterd. Ze keken naar PEC Zwolle-Heerenveen.

Ik vond het in groepsverband kijken naar PEC Zwolle-Heerenveen een ontroerend stukje inburgering. Dat kijken Nederlanders niet eens.

„Heerenveen is veels beter”, zei ene Said die maar meteen bij de Turkse zonder hoofddoek achter de bar een paar pijpjes bier voor ons bestelde.

„Veel beter”, zei ik. „Niet veels beter.”

Voor zo’n opmerking zou je in het moderne Nederland voor je bek kunnen worden geslagen, maar de jongen zei: „Dank u wel, meneer.”

Ik informeerde naar de onrust in de wijk.

Ze hadden er over gelezen in De Gelderlander, maar er zelf niets van gemerkt. Als ik op zoek was naar een onrust kon ik beter de volgende dag terug komen. Dan speelde Vitesse tegen Ajax, dat werd ook live uitgezonden in bar Marmaris en daarover waren de meningen wel verdeeld.

    • Marcel van Roosmalen