Onderzoek de Fyra echt

Het zijn legendarische woorden geworden, die toenmalig verkeersminister Neelie Kroes (VVD) in 1986 uitsprak: Nederland mocht niet het Jutland van Europa worden. Nog vele malen geciteerd en als argument bruikbaar voor diverse projecten, zoals de Betuwelijn voor goederenvervoer over spoor van Rotterdam naar Duitsland en voor de aanleg van een hogesnelheidslijn (hsl) naar het zuiden, naar België en Frankrijk. Eerst dat traject, was de gedachte, en dan misschien de blik opnieuw naar het oosten richten, voor razendsnel vervoer per trein naar en door Duitsland.

Het waren goede ideeën. In Europa was een net van hogesnelheidslijnen deels in aanleg en deels al gerealiseerd. De snelle treinen moesten op afstanden tot 500 kilometer de concurrentie aangaan met het vliegverkeer. Goed voor de economie, goed voor het milieu, was de gedachte. Het was logisch dat Nederland daarop als dichtbevolkt transportland in het noordwesten van het Europese continent aansluiting zou zoeken.

Het was ook het begin van veel ellende. Soepele realisering van omvangrijke infrastructuurprojecten; het is blijkbaar geen Nederlands specialisme. Zowel de Betuwelijn als de hsl werd onderwerp van veel parlementair en buitenparlementair onderzoek, met als gemeenschappelijke overeenkomst dat er altijd sprake was van fikse kostenoverschrijdingen.

De Fyra wordt sinds kort ingezet in het treinverkeer tussen Amsterdam en Brussel, via Schiphol en Rotterdam. Den Haag verloor zijn rechtstreekse aansluiting op de ‘hoofdstad’ van Europa.

Vertegenwoordigers van de NS en het Belgische spoorbedrijf NMBS moesten vandaag aan het Beneluxparlement uitleggen waarom de Fyra vaker niet dan wel rijdt. Het ligt aan de Italiaanse leverancier, zullen ze betogen.

Maar het echec met de hogesnelheidstrein kent oorzaken die dieper liggen en verder teruggaan in de historie. Bijvoorbeeld waarom aan Nederlandse kant met alle geweld de NS (via dochter Hispeed, waarin ook de KLM participeert) de exploitant van de lijn moest worden. Waarom het bedrijf, in de jaren negentig verzelfstandigd maar voor 100 procent eigendom van de Staat, met een veel te hoog bedrag de aanbesteding naar zich toetrok. Wat was de rol van het ministerie en wat van het parlement? Was er sprake van nationale trots? Dat is echter niet erg bruikbaar wanneer het om grote financiële belangen en investeringen gaat die koele afweging vragen.

Of een hoorzitting van het Beneluxparlement afdoende is om op deze vragen antwoord te geven, staat te bezien. Een parlementaire enquête, zoals geopperd door CDA en D66, moet een optie blijven.