Leen je gereedschap aan hen uit en zwaai vrolijk

Een goede buur is beter dan een verre vriend. Dat is een waarheid als een koe, zoals wel vaker met spreekwoorden. Aan je buren heb je wat als je je voordeur dichttrekt zonder je sleutels in je zak. Want de buren hebben een reserveset. En als je op vakantie gaat – de buren passen op de planten en het konijn. Ze besproeien het gazon. Als je het dak van de schuur repareert en eraf valt horen de buren je schreeuwen en bellen een ambulance. Een goede relatie met je buren is van groot belang. Dus:

1Ken je buren. In dorpen gaat het vanzelf. Daar kent iedereen elkaar. En dat niet alleen. Dorpsbewoners weten ook wie er kanker heeft, wie er gaat scheiden en wie er vreemd is gegaan met wie. Maar in de stad, en daar wonen de meeste mensen, moet je moeite doen om je buren te leren kennen. Ben je nieuw in de buurt, bel aan bij beide buren en stel je voor. Bel liefst ook aan bij de buren van buren. Nodig je nieuwe buren uit voor koffie en zorg ervoor dat het er ook van komt. Het is even investeren maar het betaalt zich terug.

2Zwaai vrolijk naar de buren. Het maakt niet uit wat voor een pesthumeur je hebt, zeg de buren altijd vriendelijk gedag. En trouwens iedereen in de straat die je van gezicht kent of herkent. Het is een kleine moeite en de saamhorigheid groeit met elke zwaai. Let maar op, bij de buurtbarbecue ben jij de ster.

3Geef een buurtbarbecue. Of iets anders gezamenlijks. Niet alleen natuurlijk, met een groepje buurtgenoten. Dit is facultatief. Ben je een einzelgänger, doe het dan niet. Hou je van gezelligheid, regel een kerstboom voor op de stoep en schenk een middag glühwein. Organiseer een wandeling door de buurt met een gierzwaluwexpert. Regel een miniplaybackshow voor de kinderen op het veldje achter met chips en ranja. Het kost wat energie, maar je smeedt een kennissenkring in de buurt waar je jarenlang op kunt teren.

4Doe wat voor je buren. Leen ruimhartig gereedschap uit. Bel aan bij een oudere buurvrouw of buurman als het sneeuwt en bied aan boodschappen mee te nemen. Maar zorg er óók voor dat het contact niet té close wordt. Voor je het weet, verwacht de buurvrouw dat je elke avond eten brengt. Of belt de buurman elke dag aan voor een babbeltje. Je buren zijn niet je beste vrienden. Hou de balans in de gaten.

5Vermijd ruzie. Ruzie met de buren is vervelend. Heel vervelend. Vervelender dan met een vriend, omdat je je buren niet kunt ontlopen. Ze blijven per definitie naast je wonen en je dwarszitten. Vermijd daarom elk conflict. Als er iets is wat je irriteert, bespreek het voorzichtig met buren. Hou het probleem bij jezelf: ik heb last van uw luide muziek. Van uw kat die in mijn tuin poept. Van uw man die door de gordijnen gluurt. En kijk of er ruimte is voor verandering. Wat kunnen we hieraan doen? Lukt het, vergeet dan niet te bedanken.

6Leg ruzie bij. Als je toch ruzie hebt, leg het dan bij. Burenruzies kunnen enorm uit de hand lopen. Om dat te weten, hoef je maar naar een aflevering van de Rijdende Rechter te kijken. Elke stad kent burenruziebemiddelaars. Soms zijn het hele teams die een dagtaak hebben aan het on speaking terms krijgen van gebrouilleerde buren. Je kunt een bemiddelaar inschakelen, maar je kunt de ruzie ook oplossen door uw verlies te nemen. Oké, die boom wordt niet/wel gekapt, de oprijlaan niet/wel verbreed. Isoleer een muur tegen de harde muziek. Het is niet onmogelijk dat uw rekkelijkheid ook rekkelijkheid zal oproepen. Maar helaas geldt ook: sommige buren zijn zo onaardig, daar kun je niets mee.

Het blijven mensen, die buren.

    • Sheila Kamerman