Kosmische gammaflits trof de aarde in het jaar 774

De aarde kreeg in het jaar 774 een golf kosmische gammastraling over zich heen. Twee Duitse astronomen leidden dat af uit een zeer snelle toename van de hoeveelheid radioactieve koolstof (14C) in boomringen uit die tijd. Die gammastraling kan afkomstig zijn van de versmelting van twee compacte sterren.

Japanse astronomen maakten in juni in Nature bekend dat in 774-775 de 14C-concentratie in de jaarringen van Japanse cederbomen opeens omhoogschoot. De radioactieve koolstof is ontstaan in de hogere lagen van de atmosfeer tijdens botsingen met deeltjes van kosmische straling. De door de Japanners gemeten toename was twintigmaal zo groot als de effecten van uitbarstingen op de zon. Ook zijn geen resten bekend van de explosie van een nabije ster, een andere mogelijke oorzaak.

Valeri Hambaryan en Rolph Neuhäuser, van het Astrofysisch Instituut van de Universiteit van Jena, Duitsland, bieden nu een andere uitweg. Een kortdurende puls van gammastraling, die ontstaat als twee compacte objecten die om elkaar heen draaien uiteindelijk met elkaar versmelten en één neutronenster of een zwart gat voortbrengen.

De astronomen schatten dat dit op een afstand tussen de 3.000 en 13.000 lichtjaar kan hebben plaatsgevonden. Dan zou de aarde de juiste hoeveelheid gammastraling hebben opgevangen om de 14C-piek te kunnen verklaren. Een afstand van minder dan 3.000 lichtjaar is onwaarschijnlijk, omdat de straling dan ook veranderingen in de biosfeer zou hebben veroorzaakt en tot het uitsterven van bepaalde soorten had geleid. Als op de juiste afstand een neutronenster of zwart gat van de juiste leeftijd wordt gevonden, zou het ‘774-event’ de eerste waargenomen gammaflits in ons melkwegstelsel zijn.