Het verschil tussen islamiet en islamist

Het is zeker niet nieuw, het onderscheid tussen islamiet en islamist, maar ik hoor en lees het steeds vaker, momenteel bijvoorbeeld in berichten over Mali. Zelf ben ik er nog steeds niet aan gewend. Als ik iemand islamist hoor zeggen, denk ik vaak: hij bedoelt islamiet, maar islamist is in de mode, vandaar.

Eerder dacht ik: een islamist is een kenner van de islam, een specialist.

Wellicht een beetje dom, maar heeft u het verschil tussen islamiet en islamist paraat? Mijn inschatting, mede gebaseerd op een steekproef: nee, veel mensen kennen dit verschil niet. Moslim, islamiet, islamist – voor hen is het één pot nat. Muzelman is inmiddels echt verouderd, net als mohammedaan.

Moslim en islamiet zijn volgens onze woordenboeken synoniemen, hoewel veel aanhangers van de islam de aanduiding moslim prefereren boven islamiet. Voor hen hebben ze een andere gevoelswaarde.

Een islamist, zegt de Grote Van Dale (2005), is een ‘fanatieke moslim, die een theocratie op islamitische grondslag nastreeft’. Koenen (1999) geeft als definitie ‘aanhanger van het islamisme’, en islamisme is dan een stroming die geen scheiding wil tussen kerk en staat. Prisma (2009) houdt het simpelweg op ‘moslimfundamentalist’.

Kort samengevat, een islamist is de fanatieke uitvoering van een islamiet.

Nu heb je diverse soorten fanatieke moslims, zoals er verschillende soorten fanatieke christenen, joden, hindoes (enzovoorts) zijn, maar islamist wordt overkoepelend gebruikt: voor alle moslimextremisten bij elkaar.

Wat ik opmerkelijk vind is dat we voor gematigde en fanatieke moslims een variant van hetzelfde woord gebruiken. Bij andere geloven is dat bij mijn weten niet zo. We maken bijvoorbeeld geen onderscheid tussen katholieken (de gezellige variant) en katholicisten (zij die twitteren in het Latijn). Of tussen joden en jodisten, dan wel tussen hindoes en hindoeïsten.

Het enige wat een beetje in de buurt komt is gristen en christen, waarbij gristen wordt gebruikt voor ‘orthodoxe protestant’. Een spottende spelwijze, zegt Van Dale, „naar de door deze groepering veel gebezigde uitspraak van dit woord met een g-klank”. Gebruikelijker is het om de mate van gestrengheid van het geloof apart te benoemen: bevindelijk, van de zwartekousenkerk, streng-gereformeerd, orthodox, ultraorthodox, enzovoorts.

Is islamist al oud? Ja, het komt uit het Frans en is in het begin van de 19de eeuw voor het eerst aangetroffen. Vanuit het Frans werd het al snel overgenomen in het Engels en Duits. Aanvankelijk werd islamist gebruikt als synoniem voor ‘moslim, islamiet’, vervolgens voor ‘specialist op het gebied van de Islam’ – zo gek was mijn intuïtie dus niet. Sinds de jaren tachtig wordt het internationaal steeds vaker gebruikt voor ‘moslimextremist’, overigens tot ongenoegen van sommige moslimfundamentalisten.

Wanneer het in deze negatieve betekenis voor het eerst in het Nederlands opduikt is lastig te achterhalen, omdat de betekenis in de bronnen soms niet duidelijk is. Op 28 april 1973 meldde het Nederlands Dagblad: „Een Islamitisch persbureau kondigt aan dat nieuwe Islamistische culturele centra zullen worden ingericht in Europa en Afrika”. Dit alles in het kader van de „heilige oorlog voor Palestina”, dus islamistische is hier zeker gebruikt in de betekenis ‘extremistisch’. Overigens was het Nederlands Dagblad indertijd zelf behoorlijk reformadistisch, maar dat terzijde.

Taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.

    • Ewoud Sanders