Herstelt de oorlog in Mali de machtsbalans in de EU?

Terwijl de Franse troepen afgelopen dagen oprukten in Mali, verscheen in Parijs een sombere opiniepeiling. De helft van de Fransen gelooft dat de economische en culturele neergang van het land onafwendbaar is. Zestig procent ziet globalisering als een bedreiging en zeventig procent vindt dat er te veel buitenlanders zijn. Tweederde vindt dat Parijs bevoegdheden moet terughalen uit Brussel, ook als dat ten koste gaat van de Europese Unie. En een royale 87 procent zegt dat Frankrijk een sterke man nodig heeft (‘un vrai chef’) om orde op zaken te stellen.

In die stemming is Frankrijk eerder deze maand dus een oorlog in Afrika begonnen. Alleen. Met slechts bescheiden logistieke en retorische steun van bondgenoten, en hopend dat landen uit de regio het zaakje snel kunnen overnemen.

Terwijl Europa zich de afgelopen week koortsachtig afvroeg wat de plannen van David Cameron betekenen voor de Europese Unie, is een andere vraag zeker zo belangrijk: wat betekent de oorlog in Mali voor de Europese Unie?

Zo’n militaire interventie heeft altijd grote politieke gevolgen voor de verhoudingen tussen de landen die meedoen en de landen die niet meedoen. De Irak-oorlog leidde in 2003 tot een bittere ruzie tussen de Verenigde Staten enerzijds en Frankrijk en Duitsland anderzijds. Toen Duitsland in 2011 geen steun wilde geven aan de resolutie in de Veiligheidsraad die de Libië-oorlog mogelijk maakte, werd dat Berlijn door veel bondgenoten kwalijk genomen. En nu heeft Frankrijk het gevoel dat het alleen opdraait voor het onschadelijk maken van een ernstige bedreiging van de veiligheid in de Sahel, Noord-Afrika en uiteindelijk ook Europa. En dat terwijl de Fransen toch al in een pesthumeur waren.

Tegen die achtergrond vierden Angela Merkel en François Hollande vorige week in Berlijn de vijftigste verjaardag van het Elyséeverdrag, dat in 1963 de verzoening tussen de erfvijanden Frankrijk en Duitsland vastlegde. De omstandigheden waren niet ideaal voor dat feestje.

Maar de ergernis in Parijs over de zuinige steun van de bondgenoten, en met name van Duitsland, zal de Frans-Duitse verzoening heus niet in gevaar brengen. En ook het streven naar een gezamenlijk Europees veiligheidsbeleid zal niet sneuvelen door het feit dat de Europese Unie ook bij deze interventie weer langs de kant staat (afgezien van de beloofde trainingsmissie voor het Malinese leger).

De Franse Alleingang kan paradoxaal genoeg een stabiliserend effect hebben in de Europese Unie. Het machtsevenwicht in Europa was de afgelopen tijd danig verstoord. Door het einde van de Koude Oorlog en de Duitse eenwording was de Franse rol in Europa al minder belangrijk geworden, en de Duitse belangrijker. In de eurocrisis is helemaal voor iedereen duidelijk geworden dat Duitsland in Europa de machtigste speler is, en dat Frankrijk economisch een zorgenkindje is dat geen gelijkwaardige partner meer is voor de Duitsers.

Met de interventie in Mali rollen de Fransen weer eens met hun spierballen, zoals ze dat (samen met de Britten) ook al in Libië deden. De oorlog in Mali, schreef de Zwitserse krant Neue Zürcher Zeitung zaterdag in een groot commentaar op haar voorpagina, „is deels een poging om de oude balans te herstellen”, door vastberaden op te treden op een terrein – militair ingrijpen – waarop Frankrijk de Duitsers nog wél de baas is.

Misschien krijgt Hollande op deze manier weer even een wat gelijkwaardiger positie ten opzichte van Merkel. In de ogen van de Fransen wordt hij zo wellicht zelfs, wie weet, ‘un vrai chef’. Maar op den duur is het geen houdbare taakverdeling in Europa: de ene partner economisch sterk, de ander goed voor militaire klussen. Bovendien is een ongewis militair avontuur ook wel een erg wankele basis om een nieuwe machtspositie op te bouwen.