Filmen op een smeltende ijsschots

Onderzoeksjournalistiek is zo dood als een pier. De film Black & White and Dead All Over schetst een somber beeld van de krantenwereld in de VS.

At a stairway to the elevated railway in New York, a newsstand carries periodicals of the day, ca. 1903. (AP Photo/Library of Congress) ASSOCIATED PRESS

„Indien het internet er was geweest in 1972, had je daar niet de informatie gevonden die wij nodig hadden. Je kon niet de woorden ‘corrupte regering Nixon’ googelen.” Bob Woodward, die samen met Carl Bernstein het Watergateschandaal onderzocht, Nixon ten val bracht en daarmee een van de meest legendarische journalisten van de vorige eeuw werd, lacht ironisch in de camera.

Vrolijk is hij niet. Want hij maakt zich grote zorgen over de toekomst van de onderzoeksjournalistiek in de VS. Die journalistiek is straks zo dood als een pier, voorspelt de ijselijke documentaire Black & White and Dead All Over, waarin Woodward uitgebreid figureert. De film leest als een requiem voor de journalistiek.

Drie cijfers die je meteen doen beseffen in welke ‘shit’ – aldus een woordvoerder van de Amerikaanse uitgevers in de film – de kranten in de VS zich bevinden.

1. Sinds 2007 verdwenen in Amerikaanse krantenindustrie bijna 30 procent van de banen. De krantensector zou daarmee de snelst krimpende industrie in de VS zijn.

2. In datzelfde 2007 was de totale markt van krantenadvertenties in de VS 42,3 miljard dollar waard. Vijf jaar later is dat minder dan de helft.

3. Sinds 2007 sloten zomaar even 268 lokale kranten in de VS de deur. Voorgoed.

„En daarmee”, zo betogen de makers van de film „valt een van de meest essentiële pijlers onder een democratische maatschappij weg: de lokale onderzoeksjournalistiek. Dat baart ons grote zorgen.” De man achter de film, die pas enkele weken geleden werd afgemaakt en nu zijn weg wil zoeken in het festivalcircuit, is Lenny Feinberg. Hij verdiende zijn geld met vastgoed aan de Oostkust van de VS en financierde al eerder een kritische documentaire over het geknoei met een kunststichting in Philadelphia (The Art of the Steal). „Maar Black & White and Death All Over vertelt een verhaal dat nog veel urgenter is”, zegt hij in een telefonisch interview. „Zo urgent zelfs dat we de situatie van de kranten in de VS zagen verslechteren in de twee jaar waarin we de film maakten. Het was alsof we op een smeltende ijsschots stonden.”

Enkele tientallen bevoorrechte getuigen beschrijven in de anderhalf uur durende documentaire die smeltende ijsschots. De door de wol geverfde Woodward bijvoorbeeld, maar ook David Carr, de kleurrijke onderzoeksjournalist van The New York Times. Carr speelde een glansrol in Page One: Inside The New York Times, een film uit 2011 over de overlevingsstrijd die de beroemdste krant ter wereld voert. „Onderzoeksjournalistiek is geen makkelijk werk en je verdient er weinig geld mee. Maar het is een job die moet gebeuren”, aldus Carr.

„De New York Times haalt het wel”, zegt Feinberg. „Waar wij ons met onze film zorgen over maken is over zowat alle andere kranten in dit land. Als je alleen al ziet hoe er in mijn stad Philadelphia met onze Philadelphia Inquirer en de Philadelphia Daily News is omgesprongen, dan moet je je meer dan zorgen maken.”

De film zoomt inderdaad uitgebreid in op de kranten in deze stad aan de Oostkust. In 2006 werden ze nog verkocht voor 515 miljoen dollar. In zes jaar tijd werden ze vijf keer doorverkocht en in 2012 gingen ze van de hand voor 55 miljoen dollar, een daling in waarde van meer dan tachtig procent. „Onvoorstelbaar”, zucht Feinberg.

Op die manier brengt Black & White and Dead All Over het verhaal van de tanende krantenindustrie van New York naar de rest van het land: naar Philadelphia, San Francisco, San Diego en Des Moines. En overal toont de documentaire hetzelfde verhaal. Want aan de basis van het verdwijnen van de onderzoeksjournalistiek ligt overal hetzelfde falende businessmodel: alle ‘classifieds’ – advertenties voor huizen, banen, auto’s en vakanties waarop met name lokale kranten dreven – verdwenen naar het internet. Want wie zoekt nu nog via de krant naar een baan of een huis? Nog veel meer dan het geval is in Europa waren de Amerikaanse kranten voor het overgrote deel van hun inkomsten afhankelijk van deze advertenties. Nu deze inkomstenstroom opdroogt, sterft de journalistiek die ervan afhankelijk is.

Maar er is meer. „Vijftien jaar lang investeerden uitgevers zonder enige visie in hun websites”, aldus Steve Engelberg, gewezen onderzoeksjournalist bij The New York Times. „Ze gaven al hun content gratis weg. Zo creëerden we een generatie lezers voor wie het nieuws gratis is. Dat gebrek aan visie was astonishing.”

En Stu Bykofsky van de Philadelphia Daily News: „Uitgevers waren als lemmingen die zich allemaal van de klip naar beneden stortten.”

Vooral de uitgevers krijgen er in de film flink van langs. „Eigenaars moeten niet alleen integer zijn. Ze moeten ook weten wat journalistiek is”, aldus Woodward. Met onverholen bewondering vertelt hij over Catherine Graham, de uitgeefster die de toon zette voor de kwaliteitsjournalistiek van The Washington Post ten tijde van Watergate. Die legendarische dame, ze won ooit zelf een Pulitzerprijs voor haar autobiografie, wordt in de film afgezet tegen de investeringsfondsen die in de Amerikaanse krantenwereld wild om zich heen hebben geschopt.

Symbool van hun beleid is in de film Larry Platt, hoofdredacteur van de Philadelphia Daily News. De man werd door de eigenaren op de stoel van de hoofdredacteur geparachuteerd nadat hij elders ontslagen was omdat hij een ingelijste foto van zijn teelballen cadeau had gedaan aan vrouwelijke collega’s. Niet erg verwonderlijk dus dat Platt van de Philadelphia Daily News een platte tabloid probeerde te maken.

Wie van kranten en journalistiek houdt wordt niet echt vrolijk van deze uitgebreide documentaire. Al was het maar omdat ook Black & White na anderhalf uur geen antwoord geeft op de vraag hoe de onderzoeksjournalistiek moet worden gered. Non-profits die ook orkesten, musea en universiteiten financieren? Die vullen maar in heel beperkte mate het gat dat geslagen is, geeft ook de stichter van de non-profit website Pro Publica zelf toe. Want aan lokale controle van de macht komen zij nauwelijks toe.

„Het is zo ironisch”, zucht Charles Layton die schrijft voor de American Journalism Review. „Mensen zeggen: ‘Ik heb het van Google’. Neen! Ze hebben het van de krant. Waar gaat het internet zijn informatie halen als de krant in jouw stad failliet is?” En dus landt de film op de moedeloze conclusie van Wendy Ruderman, een journaliste uit Philadelphia die een Pulitzer kreeg voor haar onderzoeksjournalistiek: „Ik dacht dat het een nachtmerrie was en dat we zouden wakker worden omdat wat we deden belangrijk was voor de mensen. Het blijkt niet het geval te zijn.”

En zo eindigt dit requiem voor de onderzoeksjournalistiek in doodse stilte.

    • Peter Vandermeersch