Eerst een redding, dan begint de strijd

Algemeen wordt verwacht dat op zeer korte termijn een besluit over SNS wordt genomen. De bank zit in de problemen. Is het spaargeld nog veilig?

Redacteur Economie

1Is mijn spaargeld veilig bij SNS?

Spaarders hoeven zich weinig zorgen te maken. Als SNS genationaliseerd wordt of overgenomen door andere partijen, verandert er in feite niets. Alleen de naam van de bank waar je je rekening bij hebt, wordt in het laatste geval anders.

Zelfs als SNS niet gered kan worden en failliet gaat (wat onwaarschijnlijk is), dan nog is het spaargeld van de meeste klanten gewaarborgd. In ieder geval tot 100.000 euro. Dit dankzij het depositogarantiestelsel, dat consumenten beschermt tegen een bankfaillissement. Andere banken staan dan garant.

Voor mensen met meer dan een ton spaargeld, is het wel oppassen. Het kan raadzaam zijn om alles boven die 100.000 euro bij een andere bank te zetten. Het garantiestelsel garandeert de consument een ton per bank.

Grote uitzondering zijn achtergestelde deposito’s. Die worden niet vergoed. Dit zijn spaarrekeningen met een aantrekkelijkere rente, meestal zo’n 5 procent. In ruil daarvoor staan de houders ervan wel achteraan in de rij schuldeisers – vandaar de naam.

2Wat als ik een hypotheek heb bij SNS?

Als SNS wordt overgenomen, verhuizen de hypotheken net als spaarrekeningen mee naar de nieuwe bank. Die mag niet ineens het contract openbreken. De hypotheekvoorwaarden blijven ongewijzigd. Althans, totdat de rentevaste periode afloopt. Dan moet er opnieuw onderhandeld worden. Maar dat zou ook het geval zijn in de oude situatie.

Potentieel risico is wel dat je onderhandelingspositie slechter is als de rentevaste periode op korte termijn afloopt. Het bankenlandschap in Nederland verandert bij een redding van SNS wederom drastisch, zeker als de staat eigenaar wordt. Dat heeft mogelijk consequenties voor de rente. Banken die staatssteun hebben gehad, ING en ABN Amro, mogen van Brussel niet de laagste rente bieden. Dat zou concurrentievervalsing zijn. Rabobank is straks wellicht nog de enige die dit wel mag. De vraag is of zij, bij gebrek aan concurrenten, wel geïnteresseerd is om heel laag te gaan zitten.

3Moeten (particuliere) beleggers zich zorgen maken?

Aandeelhouders in ieder geval wel. Dat zouden ze trouwens al langer moeten doen. Sinds de problemen zijn begonnen bij SNS, is de koers van het aandeel dramatisch gedaald.

Ongeacht wat voor reddingsplan er komt, zal er echter nog meer pijn volgen. Er moet nieuw kapitaal in de bank worden geïnjecteerd om de problemen op te lossen. De geldschieter zal daarvoor aandelen eisen. Die aandelen zullen nieuw worden uitgegeven. De posities van de bestaande aandeelhouders zullen daardoor verwateren. Anders gezegd: dat gaat hen geld kosten.

Overigens zullen er misschien ook wel beleggers zijn die profiteren van een redding. Door short te gaan: te speculeren op een koersval. Hedgefondsen doen dit soort dingen graag.

4En beleggers die geld geleend hebben aan SNS, de zogenoemde obligatiehouders?

Minister Dijsselbloem van Financiën (PvdA) lijkt er voorstander van te zijn om ook hen te laten meebetalen. Door tegen obligatiehouders te zeggen dat ze (een deel van) hun geld niet meer terugkrijgen. Afstempelen heet dat in jargon. Dat voorkomt volgens de minister dat de rekening volledig bij de belastingbetaler komt te liggen. Dijsselbloem lijkt fundamenteel te vinden dat verlies nemen net zo bij beleggen hoort als winst maken. En dat dit de enige manier is om de rot echt uit het systeem te halen.

Zo’n haircut van obligatiehouders is echter hoogst ongebruikelijk in de financiële wereld. Beleggers staan dan ook op hun achterste benen. De Vereniging van Effectenbezitters dreigt met juridische stappen. Kredietbeoordelaar Fitch waarschuwt dat zij de kredietstatus van SNS naar beneden zou gaan bijstellen, waardoor lenen duurder wordt. Daarmee legt het een bom onder zo’n plan.

Of Dijsselbloem voet bij stuk zal houden, valt dan ook nog te bezien. Ook al omdat het juridisch gezien nog een duivelse exercitie zal worden. Obligatiehouders zijn bij wet goed beschermd. Dijsselbloem zou zich kunnen beroepen op de Interventiewet: die in het leven is geroepen na de kredietcrisis en die de overheid speciale bevoegdheden geeft als een te grote bank dreigt te bezwijken. Maar het is onduidelijk of die wet ook ruimte biedt voor dit soort onteigeningen.

Een stuk minder onduidelijk lijkt de wet over het onteigenen van houders van achtergestelde obligaties, de obligaties (die werken volgens het zelfde mechanisme achtergestelde deposito’s) die pas als laatst worden afgelost. Zij zouden weleens de grootste gedupeerden onder de obligatiehouders kunnen worden. De Volkskrant rekende vorige week voor dat dat het om zo’n 2.500 Nederlanders gaat, die samen zo’n 57 miljoen euro hebben belegd. Al dat geld zit in zogeheten participatiepapieren die in 2003 zijn uitgezet. Zij zouden vrijwel al hun geld kunnen verliezen.

Deze beleggers zeggen destijds helemaal niet te hebben geweten hoe riskant hun beleggingen waren; ze zijn voorgelogen door de bank en hun financieel adviseurs. Het financieel klachteninstituut Kifid gaf hun onlangs gelijk. Hoe dan ook zal ook hierover nog een lange juridische strijd kunnen volgen.

    • Chris Hensen