De beschaving is een collectief hoofd

Laat ik het eens over u hebben. De laatste maanden heb ik veel met uw ouders gepraat. U bent veertien jaar oud, en uw ouders maken zich zorgen. U leest nooit een boek. U gamet.

Intelligentie is het probleem niet. Uw ouders, zelf toch ook niet de domsten, roemen uw scherpzinnigheid, ze denken dat u sneller bent en getalenteerder dan zij ooit zijn geweest. School levert niet echt veel moeilijkheden op, uw gedrag is puberaal, maar volstaat; u bent slim, lief, zwijgzaam, een beetje hautain en apathisch, maar u deugt. Alleen… u leest nooit een boek.

Ik ken dat. Althans, ik heb erover gelezen. Een van de boeken die ik het liefst aanhaal, is een bundel opstellen die de schrijfster Fay Weldon schreef over het werk van Jane Austen, vermomd als brieven aan een fictief, groenharig nichtje van achttien dat weinig heil ziet in lezen. De bundel, Letters to Alice, kwam ongeveer dertig jaar geleden uit, toen ik niet veel ouder was dan de verzonnen Alice. De wereld was in crisis (dat is ze namelijk altijd), de toekomst was catastrofaal en er was maar één aantrekkelijk venster op de wereld: de televisie.

In de bundel probeert Weldon eerst nichtje Alice aan het lezen te krijgen. Tot zover niets nieuws, u kent de aandriften van tantes, u kent de argumenten van de leesbevorderaars. Nieuw is misschien dat Weldon bereid is haar nichtje vijftig pond te betalen om boeken te lezen die tante zelf niet wil lezen. Lezen is namelijk niet echt leuk en het lezen van boeken die je niet wilt lezen, zou een goed betaalde bezigheid moeten zijn, schrijft Weldon.

Dat is de mededeling die ik voor u uit het boek vis en op tafel gooi en die daar blijft spartelen, terwijl u onverdroten voortgamet. Weldon geeft het toe: als ze vakantie heeft, leest ze eerst de thrillers, dan de sciencefiction, dan de handleidingen en gebruiksaanwijzingen en pas als er niets anders opzit Oorlog en vrede, „of welke ander boek het ook is dat ik behoor te lezen, gelezen behoor te hebben, half wil lezen en pas wanneer ik het zit te lezen ook helemaal wil”.

Ongeveer dus zoals uw ouders hun avonden doorbrengen voor de televisie met dvd-boxen van series die ze cultureel opwaarderen, omdat ‘de televisieserie de nieuwe romankunst is’, terwijl ze proberen te negeren hoe Charlotte Brontë en Fjodor Dostojevski hen op de salontafel liggen aan te grijnzen.

De televisieserie is de nieuwe romankunst! Ja, zoals chocoladepudding de nieuwe spinazie is. De reden waarom je liever gebruiksaanwijzingen voor huishoudelijke apparaten leest dan een roman is dat tijdens het lezen van een roman iets met je gebeurt. En dat is eng. Met angst en beven kijk je uit naar het bedwelmende, bijna erotische plezier dat een goede passage in een goed boek je geeft, zegt Weldon. Mensen die deze angst en dit verzet ontkennen, die zeggen dat ze iedere avond een literair meesterwerk lezen, raken kennelijk niet voldoende ondersteboven van proza. Wat vindt u daar nu van? Het zal wel, zegt u.

Vroeger werd er ook niet veel gelezen. Niet veel serieuze romans tenminste. Jane Austen verdiende met haar werk zevenhonderd pond in haar gehele leven. Van Pride and Prejudice verschenen vijftienhonderd exemplaren. Ik zeg dat niet om de zorgen van uw ouders te bagatelliseren, want ze hebben gelijk als ze denken dat het beter is af en toe een angstaanjagend goed boek te lezen, maar we kunnen nu eenmaal niet van alle veertienjarigen dezelfde grootse verwachtingen hebben.

Dat ik u vandaag voorlees uit Weldons boek over Jane Austen is omdat ik van tijd tot tijd mijn erkentelijkheid wil tonen. De beschaving is één groot collectief hoofd, en de meeste gedachten die daarin zitten zijn niet van jezelf. Van Letters to Alice heb ik geleerd dat er een economische crisis was en weer zou komen. Zoals Orlando van Virginia Woolf nog altijd het beste boek is over de klimaatverandering, omdat het gaat over de wisselwerking tussen weer en cultuur, zo toont het werk van Austen de samenhang tussen economie en cultuur.

Ook moderne economen erkennen dat de romanschrijvers rond 1800 de eersten waren die het economische model in al zijn bedenkelijke rigiditeit ten tonele voerden. Door de huwelijksmarkt te beschrijven, liet Austen zien hoe het economisch denken uitpakte in het dagelijks leven, waarmee haar romans niet alleen een goede introductie op de crisis zijn, maar ook duidelijk maken dat de economische onzekerheid waarmee we nu kampen niet slechts een kwestie is van een paar jaar.

De laatste tijd schrijft de krant met smaak over miljonairs die hun geld hebben verdiend in de handel en die zich na gedane zaken graag geestelijk verrijken door beeldende kunst te kopen. Dat is mooi. Ik ben een groot liefhebber van zulke vormen van mecenaat. Maar met boeken lukt zoiets niet. De romankunst vraagt lezers die net zo gecultiveerd zijn als de schrijvers, zegt Weldon. Lezen en schrijven gaan gelijk op. Een goed boek kun je niet kopen – je kunt er alleen aan deelnemen door het te lezen.

Als u nu even ophoudt met gamen. Ik heb Der Zauberberg van Thomas Mann nooit gelezen, en ik betaal u vijftig euro als u het in zijn geheel leest en me komt vertellen waar het over gaat.

Maxim Februari is filosoof en schrijver.