Dansend door Den Haag

Deze week is Cadance in Den Haag. Het dans-festival is een van de grootste van het land en geeft choreografen die in Nederland werken een podium.

Medewerker Dans

Door de gewijde stilte in de Oud-Katholieke Kerk van Den Haag beginnen hemelse harpklanken te tinkelen, doorweven met ijl geneurie. Tussen de kerkbanken wordt langzaam een kaal hoofd zichtbaar. En een blote voet, dan twéé, een paar handen met zoekende vingers. Traag komt danser/choreograaf Kenzo Kusuda tevoorschijn, om zich in butoh-tempo te verwonderen. Over de ruimte waar hij in staat? Over het religie, het goddelijke? Daar lijkt zijn opgeheven blik wel op te wijzen, evenals zijn klaaglijke zangkreten, die zich door het harpspel van Eva Tebbe vlechten. Met hem verwondert de kleine groep toeschouwers zich. Wat is dit, wat betekent de titel Everporapture? Iets met eeuwige vervoering of een verbastering van ‘evaporate’, vervliegen? Het doet er niet toe. Kusuda is een fascinerende danser en creëert een spirituele sfeer.

Everporapture is een van de ‘haltes’ in 5x5, de stadswandeling-met-dans van het Cadance-festival, waarvoor burgemeester Jozias van Aartsen vrijdag het startschot gaf met een gloeiend betoog „Dans hóórt bij Den Haag”, zei hij, en „cultuur is een recht”. Op zaterdag stiefelt een kleine dertig man door het besneeuwde Hofkwartier om in navolging van het festivalmotto „de dans in de ogen te kijken”.

Zo kan het publiek van nabij bestuderen hoe vier Hindoestaanse danseressen in een hedendaagse bharatanathyamdans het ontstaan van de kosmos verbeelden in de Paleiskerk, of hoe Mirjam Diedrich in een choreografie van Sjoerd Vreugdenhil het verlies van haar geliefde beweent in tangostijl, met de biljarttafel van de herenclub Société Nobel als danspartner.

Zo hoort dat in een festival. Als het goed is, worden daar (ook) voorstellingen gepresenteerd die in het reguliere seizoen niet te zien zijn, of niet passen. Cadance biedt bovendien een beeld van wat er in dansend Nederland gebeurt, met een belangrijke rol voor choreografisch talent uit de stal van het Nederlands Dans Theater. Vrijdag opende het festival met het NDT-programma Up & Coming Choreographers, met als opmerkelijke overeenkomst het droom- (of nachtmerrie-) achtige karakter van de voorstellingen.

De Tsjech Jirí Pokorný maakte een verrassend debuut met Doze, een ballet vol strakke impulsen, vaardig vloerwerk en complexe groepssculpturen in een onwerkelijke wereld. Van Joeri Dubbes Trigger-Happy boeide vooral het tweede deel: een prachtig duet voor Meng-Ke Wu en Quentin Roger. Laverend tussen strak en vloeiend bewegen zij in een psychedelische sfeer, ontleend aan Kubricks 2001: A Space Odyssey.

Een andere film vormde de inspiratie voor Husbands, een van de internationale samenwerkingsprojecten binnen Cadance. Choreograaf Gaël Domenger (ex-Scapino, nu Malandain Ballet Biarritz) zag in de gelijknamige film van John Cassavetes materiaal voor een klein uur stoeien door vier mannen. Amusant, maar enige ontwikkeling, zoals in de film, ontbreekt. Wél opmerkelijk zijn de stemcapriolen van Beñat Achiary: van schorre trompet tot diepe bariton, rockend en jazzend redt hij de voorstelling.

De Vlaamse Ann van den Broek liet de dansers van het Russische gezelschap TsEKh kennismaken met haar kenmerkende stijl, vol geagiteerde, hoekige gebaren, waarbij neurotisch armkrabben of buikgrijpen de abstractie doorbreken en aanhoudend afwerende blikken voor een geladen spanning zorgen. Door de minimalistische stijl en het beperkte oppervlak waarop de zeven dansers zich bewegen, lijken ze op gekooide dieren die zoeken naar een gelegenheid om uit te breken en zich te onttrekken aan onze blikken.

Maar wij blijven de dansers in de ogen kijken, zoals het festivalmotto voorschrijft.

De 5x5 stadswandeling in Den Haag

    • Francine van der Wiel