China en Japan leggen eilandruzie bij

Met een handgeschreven brief zoekt Japan toenadering tot China om het conflict over eilanden te bevriezen. Oorlog lijkt daarmee van de baan.

Met een eerste reeks diplomatieke stappen proberen China en Japan de zwaar beschadigde relatie tussen beide landen te herstellen en te voorkomen dat het conflict over een omstreden eilandengroep in de Oost-Chinese Zee ontaardt in een oorlog.

Onder aanmoediging van de VS heeft de Japanse premier Shinzo Abe vrijdag het initiatief genomen om de spanningen te verminderen in de vorm van een handgeschreven brief voor Chinees Nieuwjaar, aan de nieuwe Chinese partijleider Xi Jinping. De brief met de beste wensen voor China in het Jaar van de Slang werd door Natusao Yamaguchi, leider van de coalitiepartij Nieuw Komeito, persoonlijk overhandigd aan Xi Jinping in de Grote Hal van het Volk.

Zowel Chinese als Japanse analisten en commentatoren verwachten dat na de Chinese jaarwisseling en na de benoeming van Xi Jinping tot president er een vervolgtop op het hoogste niveau wordt georganiseerd. Op een dergelijke ontmoeting van leiders wordt al enige tijd aangedrongen door de Verengde Staten want in Washington namen de zorgen over een openlijk militair conflict tussen de twee Aziatische grootmachten sinds september snel toe.

Zonder dat beide landen hun territoriale aanspraken op de eilanden – in het Japans Senkaku en in het Chinees Diaoyu – opgeven, leidde de ontmoeting tot een duidelijke verandering van toon in de Chinese reacties in het weekend. De voorzet daartoe was vrijdag gegeven door Xi Jinping. „Wij moeten, net zoals de oudere generaties voor ons, verantwoordelijkheidsgevoel, politieke wijsheid en historische moed tonen”, zei Xi tegen zijn Japanse gast.

Volgens Feng Wei, Japan-expert van de Fudan Universiteit in Shanghai, moeten deze sleutelwoorden gezien worden als een verwijzing naar 1972. In dat jaar normaliseerden China en Japan de bilaterale betrekkingen die met de bezetting van Mantsjoerije in 1931 waren verbroken. Afgesproken werd territoriale disputen over te laten aan de wijsheid van latere generaties en voorrang te geven aan de economische ontwikkeling. Mao Zedong en later Deng Xiaoping vonden de eilanden en rotsformaties waarover de afgelopen maanden de Chinese gemoederen hoog opliepen, niet belangrijk genoeg.

Volgens Feng zal China de historische claims nooit opgeven en zal Japan dat eens moeten accepteren, maar is er nu geen reden opeens haast te maken met een oplossing. „Laten we beginnen met een dialoog en onderhandelingen over het dagelijkse beheer en toegang tot de onbewoonde eilanden”, aldus Feng Wei.

Het is in China opgevallen dat het Japanse initiatief volgt op een bezoek van de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Kurt Campbell aan Tokio en kort voor Abe’s bezoek aan president Obama. Abe heeft ook een verkiezingsbelofte om burgerambtenaren op de onbewoonde Senkaku/Diaoyu te stationeren zonder veel ophef ingetrokken.

Uit het feit dat Xi Jinping open staat voor het Japanse initiatief en nu „op positieve wijze” nadenkt over een top met Abe kan worden opgemaakt dat zijn machtspositie in de partij is verzekerd. Van Xi, die is verkozen met steun van het leger en van China „een grote en sterke natie” wil maken, worden geen inhoudelijke concessies verwacht. Maar aangezien hij voor tien jaar is benoemd heeft hij de tijd en kan hij zich veroorloven de voorspelbare kritiek van de nationalisten en militaristen te negeren.

Volgens de Beijingse historicus Zhang Lifan heeft Xi met de uitschakeling van Bo Xilai, de voormalige partijsecretaris van Chongqing, van de nationalistische linkervleugel niets meer te vrezen. „Xi is een pragmaticus die heel snel zijn machtspositie heeft verankerd. Hij heeft genoeg andere problemen op zijn bord om de kwestie van de eilanden met Japan en de VS niet op de spits te drijven. Hij beseft dat China het voordeel van de tijd heeft”, aldus Zhang Lifan.