Chaos in Egypte 2 jaar na revolutie

President Morsi heeft in de steden aan het Suezkanaal na dodelijke rellen de noodtoestand afgekondigd. Maar ook in Kairo wordt slag geleverd.

Oproerpolitie arresteert een oppositie-activist gisteren bij het Tahrirplein in Kairo. Foto Reuters

Activisten in de drie Suezkanaalsteden waar de Egyptische president Morsi gisteren na zware onlusten voor dertig dagen de noodtoestand heeft afgekondigd, zeggen dat ze het bijhorende nachtelijk uitgaansverbod gaan negeren. In Port Said, waar de afgelopen dagen veertig doden vielen, zei een jonge activist aan de telefoon dat het „nu echt oorlog wordt”. „Het wordt een avondklok voor de politie en het leger. De zware wapens gaan bovenkomen en niemand in uniform zal nog veilig zijn in Port Said.”

Intussen wordt ook in Kairo voor de vijfde opeenvolgende dag slag geleverd tussen betogers en de politie. Vanochtend situeerden de botsingen zich rond de brug tussen het Tahrirplein en Gezira, het eiland in de Nijl. Op 28 januari 2011, vandaag twee jaar geleden, verjoegen de betogers precies daar de gehate politie van de straat. Het was een scharniermoment in de opstand die tot het vertrek van president Mubarak zou leiden. Iets soortgelijks is het afgelopen weekeinde gebeurd in Port Said, waar de politie zich heeft verschanst in haar kazernes, en het leger vooral de overheidsgebouwen en de installaties van het Suezkanaal beschermt.

Zaterdag kwam Port Said in opstand na de uitspraak in het proces over het voetbaldrama van februari vorig jaar, dat aan 79 mensen het leven kostte. Familieleden bestormden de gevangenis toen het nieuws bekend werd dat 21 beklaagden uit Port Said de doodstraf hadden gekregen. In de resulterende chaos werden 33 mensen gedood. De politie opende het vuur nadat eerst enkele politieagenten waren gedood door de eveneens gewapende menigte. Gisteren vielen zeven doden tijdens de begrafenissen.

De huidige chaos is het gevolg van een samenloop van omstandigheden: de tweede verjaardag van de revolutie op vrijdag en het vonnis in Port Said op zaterdag. Al dagen voor de verjaardag werd de herdenking overschaduwd door Port Said.

De Ultra’s Ahlawy, supporters van de Kaireense voetbalclub Al-Ahly, legden onder meer de metro in Kairo plat. De ultra’s wilden duidelijk maken dat ze een vrijspraak niet zouden pikken. Op 1 februari 2012 verloren 72 Ahly-fans het leven toen zij werden aangevallen na een uitwedstrijd tegen Al-Masry in Port Said.

De ultra’s geloven dat het stadiongeweld was uitgelokt door het leger en de politie als wraak voor de rol die de supporters hebben gespeeld tijdens de revolutie die president Mubarak ten val bracht. In ieder geval had de overheid onvoldoende maatregelen genomen tijdens wat duidelijk een risicomatch was.

Zaterdagochtend hadden zo’n tienduizend fans zich verzameld bij het Ahly-stadium om het vonnis af te wachten. Toen de uitspraak bekend werd, weerklonk er gejuich. Maar in Port Said was de reactie van een heel andere aard. Port Said heeft al een jaar het gevoel dat het de zondebok is voor wat er vorig jaar is gebeurd.

Het waren wel degelijk de fans van Port Saids Al-Masry die vorig jaar het vak van Al-Ahly bestormden, maar ook in Port Said gelooft men in een complot van de veiligheidsdiensten om geweld uit te lokken tussen de twee rivaliserende clubs. Het afgelopen jaar zeiden familieleden van de beklaagden dat de politie na het drama lukraak jongeren heeft gearresteerd die vaak niet eens aanwezig waren in het stadion.

Toen zaterdag wel 21 gewone beklaagden uit Port Said werden veroordeeld, terwijl het proces tegen de politieke en politie-verantwoordelijken werd uitgesteld tot 9 maart, kookte de woede van Port Said over.

Een veelgehoord verwijt was dat Port Said werd opgeofferd uit vrees dat de Ultra’s Ahlawy anders wraak nemen zouden nemen in Kairo.

President Morsi was sinds het begin van de onlusten vrijwel onzichtbaar gebleven, op een nachtelijke Twitter-toespraak na. Gisteravond gaf hij dan een tv-toespraak waarin hij met een vermanende vinger waarschuwde dat hij met geweld zal optreden tegen eenieder die de instellingen aanvalt of de veiligheid in het gedrang brengt.

De herinvoering van de noodtoestand op de tweede verjaardag van de revolutie is bijzonder symbolisch. De noodtoestand werd pas vorig jaar opgeheven nadat hij 46 jaar lang bijna onafgebroken van kracht was geweest als repressief instrument van het regime. Tijdens zijn campagne heeft Morsi herhaaldelijk gezegd dat hij als president nooit opnieuw de noodtoestand zou invoeren.

Dat president Morsi iets moest doen om de orde te herstellen in de kanaalsteden is duidelijk. Maar dat hij in zijn toespraak de politie feliciteerde voor haar optreden, hielp niet de gemoederen te bedaren. Van een grondige hervorming van de politie is de afgelopen twee jaar geen werk gemaakt. Vorige week nog stelde het Egyptian Initiative for Personal Rights dat die politie „zich gedraagt als een ordinaire straatbende die wraak neemt op eenieder die gezien wordt als de vijand zonder het minste respect voor de wet”.

    • Gert Van Langendonck