Lef

Best bijzonder – het nieuws van de afgelopen week werd gedomineerd door twee toespraken. Obama tijdens zijn inauguratie. Cameron over Europa. Politieke speeches zit je doorgaans uit – murw van de vage voornemens, de positieve algemeenheden („Nederland is een mooi land”), de valse rooskleurigheid, het al te opzichtig hengelen naar de kiezersgunst. Wie herinnert zich een toespraak van een Nederlands politicus die ons boven onszelf uit liet stijgen – al was het maar even? Het enige wat mij te binnen schiet, is de apologie van Wilders voor de rechtbank in 2011. Iets over een totale oorlog.

Men voelde zich door Cameron in zijn hemd gezet

De speech van Obama viel op omdat hij niet omfloerst was. Heel de agenda van een gerevitaliseerde progressieve politiek werd afgewerkt: sterke middenklasse, slankere overheid, meer duurzaamheid en de gelijkwaardigheid van mensen als leidend principe. Hier sprak een politicus die een positie durfde in te nemen. Dat Obama als eerste Amerikaanse president voor een wereldpubliek de openstelling van het burgerlijk huwelijk bepleitte voor „our gay brothers and sisters”, was niets minder dan een mijlpaal – zeker gezien de door Poetin aangejaagde homohaat in Rusland en de gênante campagne tegen het homohuwelijk van de paus.

Dit was lef.

Meteen na de speech wezen critici op de vaak jammerlijke kloof tussen Obama’s woorden en zijn daden; de afgelopen vier jaar kun je gemakkelijk zien als één lange reeks teleurstellingen. En toen de weerstand tegen het homohuwelijk nog huizenhoog was, was ook zijn standpunt een stuk minder uitgesproken. Allemaal waar, je kunt Obama’s daadkracht bekritiseren. Maar niet zijn politieke durf om op het juiste moment positie te kiezen.

Het zou wel eens de grootste ergernis van de kiezers jegens politici kunnen zijn: dat ze zo opzichtig speelbal zijn van henzelf, de kiezers. Juist omdat ze van minuut tot minuut in de gaten houden wat het electoraat beweegt, hangt rond iedere gevestigde politieke orde meer dan ooit de geur van berekening en opportunisme. ‘Spin’ is de kunst om de kiezer tegemoet te komen met wat hij wil horen – en juist ‘spin’ heeft de politiek totaal ongeloofwaardig gemaakt. De meeste politici slagen er niet meer in om ook maar de schijn van oprechtheid te wekken.

En juist doordat hedendaagse politici, dat is de paradox, de kiezer zo goed in gaten houden, zijn ze bang voor hem geworden.

Bij de speech van David Cameron kun je je precies dat afvragen: werd zijn voornemen om een flink eind in de toekomst een referendum over Europa te houden, ingegeven door angst – of door moed? Zijn critici schilderden het beeld van een mild pro-Europese geest die gegijzeld wordt door de anti-Europese hysterie in zijn eigen partij; net nu de eurocrisis bezworen lijkt en de Europese bewindslieden het sein brand meester willen geven, komt Cameron olie op het vuur gooien. Vrijwel alle reacties vanuit andere Europese landen waren afkeurend of honend. Europa à la carte bestaat niet, een referendum was niet nodig, want volgend jaar zijn er al weer Europese verkiezingen. En (Dijsselbloem) je ging toch ook niet voor of tegen de gemeente stemmen, het ging erom wat je er mee wilde doen.

Kortom, aan alles viel te merken dat men zich door Cameron vreselijk in zijn hemd gezet voelde. Het Europese project is onder meer bedoeld als waarborg voor de democratie, maar men is daar bang voor de democratie geworden. De haastige, doorzichtige bezweringen die je nu van alle kanten hoort, dat is precies waar kiezers zo’n hekel aan hebben gekregen.

Dat er in Nederland een meerderheid bestaat voor een referendum over Europa komt niet doordat men van plan is massaal tegen te stemmen, maar omdat men genoeg heeft van de democratische angstvalligheid van de huidige politieke klasse. Het gebrek aan lef.

Over de speech van Cameron wordt nu gejuicht door de rabiaat anti-Europeanen, Geert Wilders voorop, maar ze beseffen vast wel dat Cameron hun een giftige appel heeft aangereikt. Wanneer een pro-Europese politiek leider hier de moed zou hebben zo’n referendum te omarmen, wacht hem een klinkende overwinning. Een flinke meerderheid van de Nederlanders is niet anti-Europees; het zijn de omfloerste taal, het gebrek aan durf, het opzichtige wegduiken die argwaan en agressie oproepen. Daarin had Cameron volkomen gelijk; iemand moet de moed hebben het ongenoegen zo direct mogelijk tegemoet te treden, duidelijk positie te kiezen en het oordeel aan de kiezer over te laten.

Zolang die moed ontbreekt, blijft het vrij schieten.

    • Bas Heijne