Column

Zorg uit de economenmachine

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De gezondheid van mevrouw De Vries ging snel achteruit. Zij had grotemensenluiers nodig. Die haalde zij altijd met haar scootmobiel bij de apotheek om de hoek, in de Indische Buurt in Amsterdam. Opeens kreeg zij er een rekening voor. Haar zorgverzekeraar had een contract gesloten met een bedrijf in Eindhoven. Daarna was zij haar uitje kwijt en moest zij thuisblijven voor een koerier.

Stephan Steinmetz beschrijft het voorval als een van vele stapjes in de onderwerping van een bejaarde, gehandicapte vrouw aan het dwingende systeem waartoe onze verzorgingsstaat is verworden. „Je zou verwachten dat invoering van de marktwerking leidt tot meer keuzevrijheid voor de buurvrouw maar het pakt precies andersom uit. [...] Haar recht om te kiezen is overgedragen aan de zorgverzekeraar.”

In zijn donderdag verschenen boek De brievenbus van mevrouw De Vries laat Steinmetz ons meelezen in de meer dan 2.000 brieven die zijn buurvrouw in de loop van acht jaar kreeg van overheids- en zorginstanties. Hij hielp haar die te ontcijferen, haar opwinding om te zetten in kalme actie. Het merendeel kon op de stapel ‘niks mee doen’, maar geregeld werden in uiterst vage bewoordingen grote veranderingen in of beëindiging van het recht op vervoer, thuiszorg en hulpmiddelen aangekondigd.

De stroom onleesbare brieven van al die instellingen over hun nieuwe naam en taakopvatting, de afrekeningen van nul euro, daar kan je om grinniken. Er moet wat te klagen blijven. Erger is de chronische onrust die al deze oekazes zaaien bij een flinke, maar steeds afhankelijker bejaarde vrouw die er alles aan doet om thuis te blijven wonen – geheel volgens de laatste waarheid van Den Haag.

Aan mevrouw De Vries zouden bewindslieden en Kamerleden moeten denken wanneer zij de komende tijd beslissen over het – met een fikse bezuiniging – overdragen aan gemeentes van belangrijke zorgtaken. Je ziet de brieven al voor je van in grote haast opgetuigde gemeentelijke diensten die allemaal ‘de kwaliteit van onze dienstverlening verder willen verbeteren’.

Het is een mooie Nederlandse eigenschap om te blijven kijken of routinetaken doelmatiger georganiseerd kunnen worden. Maar wat er op stapel staat, alleen al in de zorg, is enorm. Om het aan te kunnen, moeten tientallen gemeenten van dit kabinet met spoed fuseren tot minstens 100.000 inwoners. Ziekenhuizen mogen doorfuseren van de Mededingingsautoriteit, die alleen kijkt of er concurrentie blijft – of zij ook beter gaan werken voor de patiënten onderzoeken ze daar niet. Wie wel eigenlijk?

Zeker, er moet bezuinigd worden. Probleem daarbij is dat vooral wordt gezocht naar drastisch snoeien van rechten en niet naar fundamentele, door de politiek gecreëerde oorzaken van die oplopende kosten. Het is nog maar een conceptadvies, maar als het waar is dat het College voor zorgverzekeringen (CVZ) overweegt de politiek aan te raden de behandeling van allerlei psychische stoornissen met een lichamelijke of levensloopgerelateerde oorzaak niet langer te vergoeden, dan zijn we met z’n allen goed gek aan het worden.

Het onderscheid tussen lichamelijke en psychische klachten is volstrekt dubieus. Mensen met geestelijk onwelzijn uit het pakket stoten bespaart op één budget, maar kost andere begrotingen en de samenleving als geheel natuurlijk evenveel of meer. Laat die aspergerpatiënt en die verwarde oude meneer maar lekker zelf de rekening betalen, dat zal ze leren. Alsof iemand voor de gezelligheid naar de psy gaat.

Het gaat om gigantische ingrepen in de levens van honderdduizenden mensen. Bestrijden van klinkklaar misbruik zou goed en begrijpelijk zijn. Maar, zoals in een artikel van Maurits Martijn in Vrij Nederland nog eens wordt beschreven: er is veel aan het zorgsysteem gesleuteld dat niet de verwachte resultaten heeft gebracht. Laten we vooral daar de oorzaken van overconsumptie zoeken. De onzin eruit.

Oud-minister Klink erkent in dat stuk dat zijn koerswending in de richting van marktwerking in de zorg anders uitpakte dan hij en zijn topambtenaren verwachtten: „We vertrouwden erop dat medici niet méér zouden gaan behandelen als zij meer financiële prikkels zouden hebben.” Kan zijn, maar het is te simpel om de kostenexplosie alleen aan hebzuchtige dokters toe te schrijven. AMC-topman Marcel Levi noemt het in VN „een debiel systeem”.

Klink wilde ongetwijfeld het beste voor ons allemaal. Kwaliteit door transparantie. Hij is zo eerlijk toe te geven dat hij de effecten van de ingrijpende maatregelen uit zijn tijd niet voldoende had overzien. De meeste politici die (later vergeefs blijkende) systeemwijzigingen doordrukken, brengen die intellectuele zuiverheid niet op. Het Fyradebacle is misschien ook meer dan een pervers gevolg van te eenzijdig financiële Europese aanbestedingsregels.

Het zou hoopgevend zijn als niet alleen een oud-bewindsman de bescheidenheid opbracht toe te geven dat er veel meer is dan dan financiële prikkellogica en transparantie-lost-alles-op-logica. Ook de huidige minister van Volksgezondheid zou er haar voordeel mee kunnen doen, nu zij weer een nieuw Zorginstituut Nederland door de Kamer heeft geloodst. Weer een papiercircuit. Weer economen aan het bed.

Dit is geen pleidooi tegen vernieuwingen, hervormingen of bezuinigingen. Wel een vaststelling dat we iedere keer bezig zijn de onbedoelde consequenties van het vorige Grote Beleid te repareren. De huidige minister van gemeenten en provincies kan misschien vast iets verzinnen in plaats van zijn Zeker Weten.

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl