Zo min mogelijk sturen, met het oog op Sotsji

Esme Kamphuis werkt dit weekend bij de WK bobsleeën in St. Moritz aan een nieuwe manier van sturen. Vrij zijn in het hoofd, de slee laten gaan.

Esme Kamphuis heeft een opdracht van haar coach: probeer zo min mogelijk te sturen. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan voor een bobsleester die met bijna 150 kilometer per uur door het ijskanaal van St. Moritz dendert.

Tijdens de WK in het mondaine Zwitserse oord legt Nederlands beste bobsleester de laatste hand aan een transformatie die haar over een jaar, in Sotsji, een olympische medaille moet opleveren. Niets minder.

Het bewegen van de ijzers onder de slee betekent weerstand en dus tijdverlies. „Veel bobsleeërs gaan in hun streven naar perfectie heel mechanisch sturen. Maar ik leer juist meer te vertrouwen op mijn gevoel, zodat ik de slee zoveel mogelijk kan laten lopen”, zegt Kamphuis, die halverwege de WK, na twee runs, de zesde plaats bezet. Zaterdag volgen de laatste twee afdalingen.

Het is die periode in het leven van een olympiër waarin het roer nog één keer om kan, de tijd van de laatste aanpassingen en experimenten. Volgens de nieuwe bondscoach van de bobsleebond (BSBN), de Engelse Nicola Minichiello, is de nieuwe manier van sturen voor Kamphuis wel essentieel voor de sprong naar de wereldtop. „Vrij zijn, heel kalm sturen, Esme heeft dat niet van nature”, zegt Minichiello, zelf wereldkampioene in 2009. „Maar ze wordt steeds beter. Dit seizoen is ze één van de meest consistente piloten. In het verleden was haar grilligheid juist haar probleem. Ze heeft de kwaliteit om de beste van de wereld te worden, geen enkele twijfel.”

Kamphuis merkt de verschillen in de Horseshoe, de meest spectaculaire bocht van St. Moritz, waar de bobbers bijna 180 graden keren. „De eerste paar jaren had ik een brok in mijn keel als ik die steile wand zag. Nu denk ik alleen maar: snelheid maken. Ik kan deze bobbaan dromen. Het gaat zo hard dat je geen tijd hebt na te denken. Eenmaal in de slee kom ik in een soort trance. Dan ben ik even helemaal alleen op de wereld.”

De nieuwe aanpak leidt in elk geval tot resultaten. Sinds Minichiello het roer overnam komt Kamphuis, die tijdens de Spelen van Vancouver (2010) als achtste eindigde, steeds dichter bij het podium. De volgende opdracht is de start, cruciaal voor de afdaling, te verbeteren. Achter Kamphuis vechten op dit moment twee remsters voor één plek in de bob: oud-atlete Judith Vis en voormalig baanwielrenster Willy Kanis, die na de Zomerspelen van Londen verrassend van sport verwisselde.

Vis heeft op dit moment de beste papieren, maar dit betekent niet dat zij in Sotsji al een ‘basisplaats’ heeft veroverd in de tweemansbob, zegt Minichiello. „Wat betreft de start zit er maar een paar honderdsten van een seconde verschil tussen Vis en Kanis. Beiden weten dat als ze het ook maar een klein beetje te makkelijk opnemen, de ander het direct overneemt.”

    • Rob Schoof