Wolven werden hond door een zetmeeldieet

Aan de randen van menselijke nederzettingen stapelden zich afvalhopen op, met voedselresten. Foto Reuters

De voorloper van de huidige hond paste meer dan tienduizend jaar geleden zijn voedingspatroon aan, en leerde zetmeel te verteren. Deze aanpassing is een cruciale stap geweest in de domesticatie van de hond, zo schrijven Zweedse en Noorse onderzoekers deze week in Nature (23 januari).

De hond is waarschijnlijk het eerste dier dat werd gedomesticeerd, nog voor het schaap, de geit, het varken en de koe. Maar hoe de hond uit de wolf is ontstaan, wanneer dat gebeurde, en waar als eerste, daarover is veel discussie.

Volgens de Zweedse en Noorse onderzoekers is de domesticatie in ieder geval versneld doordat de voorloper van de huidige hond zetmeel leerde verteren. Ze koppelen die aanpassing aan de opkomst van de landbouw, zo’n 11.000 jaar geleden. Mensen vestigden zich meer op één plek, en gingen granen en peulgewassen verbouwen. Aan de randen van hun nederzettingen stapelden zich afvalhopen op, met voedselresten. “Waarschijnlijk ontstond zo een nieuwe niche waar de vroege hond op is ingesprongen”, zegt Erik Axelsson, verbonden aan de universiteit van Uppsala en eerste auteur van het artikel. Honden die zetmeel konden verteren, plantten zich beter voort. Zo selecteerde de natuur een hond die energie uit plantaardig voedsel wist te halen.

De wetenschappers deden eerst een DNA-analyse bij twaalf wolven van over de hele wereld, en bij zestig honden (van 14 verschillende rassen). Zo spoorden ze 36 grote stukken DNA op die duidelijk verschilden tussen wolf en hond. Negentien van die stukken spelen een rol bij het functioneren van het brein, schrijven ze. Onder meer bij de ontwikkeling van de hersenen en de communicatie tussen zenuwcellen. De onderzoekers gaan hier verder niet op in. “We zijn dit nu verder aan het onderzoeken”, laat Axelsson via de telefoon weten.

De wetenschappers vonden ook verschillen in tien genen die een rol spelen bij de vertering van zetmeel en vetten. Verder onderzoek aan 136 honden en 35 wolven wees bijvoorbeeld op duidelijke verschillen in het gen voor amylase, het enzym dat zetmeel afbreekt in kleinere bestanddelen. De wolven hadden allemaal twee kopieën van dat gen, de honden hadden er 4 tot 30 kopieën van. Bovendien werd bij de honden het gen voor amylase veel vaker afgeschreven (gemiddeld 28 keer vaker dan bij de wolf), en was het enzym bij de honden veel efficiënter in het opknippen van zetmeel.

Ook waren er verschillen in de verdere vertering van zetmeel tot glucose, en de opname van glucose door cellen in de dunne darm.

Wanneer die genetische selectie voor zetmeelvertering plaatsvond, is volgens Axelsson nog niet precies duidelijk. Ook dat wordt in verder detail onderzocht. “Het algemene idee is nu dat de domesticatie van de hond zich ergens tussen de 7.000 en 30.000 jaar geleden heeft afgespeeld”, zegt Axelsson.

Onderzoek van twee jaar geleden duidt er echter op dat de domesticatie wellicht al eerder was ingezet, maar werd afgebroken. Dat is althans de conclusie van een groep Russische, Britse en Nederlandse onderzoekers nadat ze in een grot in het Altajgebergte in Centraal-Azië een 33.000 jaar oude schedel van een hondachtige hadden gevonden. Dus van vóór het Laatste Glaciale Maximum (26.500-19.000 jaar geleden). Ze denken dat het proces van domesticatie is onderbroken door het oprukken van het ijs.

    • Marcel aan de Brugh