Witte boorden boksers

Advocaten, bankiers, artsen ontdekken het boksen. ‘Het is een denksport’, zegt de één. ‘Het geeft een oergevoel’, zegt de ander.

Just Janse de Jonge geniet na een lange kantoordag van de fysieke inspanning van het boksen, al ziet hij alle hoeken van de ring.

Die eerste keer. Shirtje, korte broek, gympies en een stel afgeragde bokshandschoenen. Die had hij geleend van de sportschool. Gatver, wat stonken die dingen. Daar stond hij dan in een sportschool op de Albert Cuyp in Amsterdam.

Grote namen hadden in dit schooltje leren boksen, zoals Raymond Joval, wist hij. Vergeelde foto’s hingen als bewijs aan de muur. Mannen met afgetrainde lijven, die met de vuisten gebald naar de camera lachten.

Na een half uur was hij al gesloopt. Telkens die armen omhoog, om zijn gezicht af te dekken met die gore handschoenen. Pijn in zijn nek, zijn schouders en kramp in zijn kuiten van dat heen en weer dansen. En dan tegen die zak slaan. Links. Rechts. De trainer bleef hem maar opjutten. Slaan. Sneller. Blijven bewegen. Tot hij nauwelijks nog kracht in zijn armen had. Een beetje duwen, dat was het.

Toen stond hij weer op straat. Bezweet en kapot. Maar de adrenaline pompte nog rond. Fuck, wat voelde hij zich geweldig. Alsof hij de hele wereld aan kon. Natuurlijk ging hij nu niet zomaar een wildvreemde op zijn bek slaan. Kom, als keurige advocaat arbeidsrecht zou hij dat nooit doen. Maar hij zou het kunnen. Gewoon iemand neerhoeken. Daar was hij van overtuigd. Hij had voor het eerst van zijn leven gebokst.

Een jaar volgt de Amsterdamse advocaat Just Janse de Jonge (39), partner bij DingemansVanderKind Advocaten, nu bokslessen bij bokschool VBSK. Jarenlang had hij op hoog niveau geroeid. Vijf keer in de week trainen was niks. Maar daarna had hij tien jaar niet gesport. Dus werd hij wat dikker, zaten z’n overhemden net wat te strak. En toen nodigde een vriend hem uit om eens te komen boksen.

De euforie van de eerste keer was snel verdwenen. Bij de derde les stond hij tegenover een oud-profbokser. Probeer me maar te raken, zei de man tegen hem. Onmogelijk. Iedere keer als Janse de Jonge dacht dat hij zijn tegenstander flink zou raken, sloeg hij weer in de lucht. En zelf kreeg hij maar klappen. Pats. Pats.

Nu zegt Janse de Jonge dat hij als bokser een lachertje is, een grap. Tegen een beetje bokser heeft hij geen enkele kans. Maar daar gaat het niet om. Elke training is een geweldige fysieke inspanning. Dat is heerlijk na een lange dag op kantoor of een ellenlange zitting op de rechtbank. En dan komt er nog een hele boel techniek bij kijken. „Het is eigenlijk een denksport. Het bewegen. De stoottechnieken. Het wegdraaien om je tegenstander te ontwijken.”

Het verklaart nog niet waarom hij ging boksen. Squashen is ook een flinke fysieke inspanning. Had hij ook bij moeten nadenken – bijvoorbeeld wat zijn tegenstander zou doen – en de techniek moeten leren. „Maar dan zat ik weer tussen dezelfde soort mensen.” Zou hij in dat glazen hok tegen een balletje staan slaan met allemaal mensen zoals hij zelf. Geslaagd in het leven. Netjes gestudeerd en daarna een fijne baan als bankier, consultant of advocaat. Die ziet hij al genoeg. Elke dag. Doordeweeks en in het weekend. Hier op de boksschool staat hij gewoon tussen „normale gasten”. Een stukadoor, een stratenmaker en Marokkaanse jongens die hij normaal nooit spreekt. Twee keer in de week. Pak uit, weg met het keurslijf.

Nette mensen

Boksen voor nette mensen. In onder meer de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bestaan er speciale wedstrijden voor, white collar boxing, ofwel witteboordenboksen. Het is niet duidelijk wanneer dit precies ontstaan is, maar eind jaren negentig werden in de VS bokswedstrijden gehouden waar keurige bankiers, advocaten, consultants en bijvoorbeeld artsen elkaar troffen in de ring. In de weken daarvoor waren ze door professionele boksers klaargestoomd. De opbrengst van de avond was bedoeld voor een goed doel.

Sinds 2001 is er ook een internationale organisatie voor White Collar Boxing, maar elk land en elke sportschool lijkt zijn eigen vorm van boksen voor deze doelgroep te hebben. In Bristol in het Verenigd Koninkrijk zijn twee boksers vorig jaar begonnen met het programma Zero to Hero. Tien weken trainen om uiteindelijk voor vrienden, familie en collega’s tegen een andere verse bokser te vechten. Na die weken ben je fitter, zie je er beter uit en voel je je beter.

Ook in Nederland bieden sportscholen ‘white collar boksen’ aan. Niet dat een witte boord verplicht is, het is vooral boksen voor mensen vanaf een jaar of 25 die eerder niet aan de sport deden.

Voor de Nederlandse Boksbond is het moeilijk aan te geven wanneer de populariteit van boksen onder deze nieuwe doelgroep ontstaan is. De bond registreert geen achtergrond of beroep bij actieve boksers. Bovendien staan recreanten nauwelijks bij de Nederlandse Boksbond geregistreerd, zegt directeur Chris Moerkerken. Schatting van de bond is dat er zo’n tweehonderd boksscholen zijn waarvan er tachtig zijn geregistreerd. De bond schat dat er in Nederland rond de tienduizend recreanten actief zijn als bokser.

Voor wie gewoon boksen nog niet genoeg uitdaging vindt, zijn er nog andere vormen, zoals kickboksen. En ook deze sport, waarbij slaan gecombineerd wordt met trappen, heeft een behoorlijke aantrekkingskracht op ‘gewone mensen’.

Dat merkt François Lubbers bij zijn eigen sportschool Vos Gym, in Amsterdam. Hij somt op. Bankiers, een tandarts, een psychiater, advocaten. „En nog zo’n jongen die eh... iets met cijfertjes doet.” Dat is al een tijdje aan de gang, zegt hij. Tot vorig jaar zat Vos Gym midden in de stad, toen kwamen er veel beursjongens trainen, zegt Lubbers. Hij denkt dat de populariteit komt doordat kickboksen vaker op televisie te zien is geweest. „Ook van die grote wedstrijden, waar tienduizenden mensen op af kwamen. Dan raakt het bekend.”

De nieuwe groep boksers zoekt een echte uitdaging, zegt Lubbers. „Dit is één van de zwaarste sporten die je kunt doen. Je moet echt je grenzen verleggen.”

Is het voor al deze mensen die normaal strak in het pak zitten en de ene vergadering aan de andere rijgen niet ook een manier om even alle agressie er uit te slaan? Jezelf even Badr Hari voelen? Geen sprake van, zegt Lubbers snel. Agressie, daar moeten ze niks van hebben. „Ik heb vandaag nog een jongen naar huis gestuurd omdat hij gefrustreerd en agressief stond te sporten.” Op de website benadrukken ze dat nog een keer. ‘Respect hebben voor elkaar, leren van elkaar, rekening houden met een ander!’ Je kunsten in het wild vertonen, daar moeten ze bij Vos Gym ook niets van hebben. ‘Vechtsport uitoefenen buiten de lessen/sportschool wordt niet getolereerd!’

Oergevoel

Maandagavond, acht uur. De recreantengroep thaiboksen, een vorm van kickboksen, verzamelt zich. Voor een spiegel staat een man met een zwart T-shirt en zwarte korte broek kniestoten te oefenen. Achter op zijn shirt staat ‘Onbederf’lijk vers, poëziefestival’.

Kay Roderburg (34) bindt zijn beenbeschermers om en wikkelt een lint om zijn handen voor hij zijn handschoenen aantrekt. In het dagelijks leven is hij advocaat bij Hammerstein Advocaten in Amsterdam, gespecialiseerd in civiel recht. Een rustige, bedachtzaam formulerende man. Al dertien jaar traint hij minstens één keer in de week op trappen en stoten. In het begin heeft hij ook een aantal wedstrijden gevochten. Roderburg noemt het een confrontatie met zichzelf, op het moment dat hij in de ring staat. Geen teamgenoten, hij heeft alleen zichzelf. Hij mag geen moment verslappen, moet zijn hoofd gebruiken en heeft al zijn spieren nodig. Voor hem heeft dat niets met agressie te maken. „Maar het geeft wel een soort oergevoel.”

Misschien is dat gevoel de aantrekkingskracht. Natuurlijk zullen de keurige advocaten Just Janse de Jonge en Kay Roderburg nooit zomaar iemand in elkaar slaan. En ook die bankier, tandarts, consultant en gemeenteambtenaar niet. En ook die lager opgeleide vechtsporters weten zich bijna allemaal te beheersen. Vechten doen ze niet op straat.

Daar gaat het ook niet om. Beheersing. Discipline. Fysiek in vorm blijven. En toch. Ze weten dat ze het kunnen. Dat gevoel.