'Wij zitten aan tafel, dat is het belangrijkste'

Delta Lloyd is de grootste belegger op het Damrak in kleine en middelgrote bedrijven. „Wij kunnen ervoor zorgen dat een transactie niet doorgaat”, zegt directievoorzitter Alex Otto.

Nederland, Amsterdam, 23-01-2013 foto: Bram Budel. Hoofd beleggingen van Delta Lloyd Alex Otto. Delta Lloyd is de grootste investeerder in het Nederlandse bedrijfsleven. Bram Budel

Mijnheer 5 procent. Alex Otto grijnst als hij die bijnaam hoort. Hij is al decennialang het gezicht van Delta Lloyd als het om beleggen gaat. De vermogensbeheerder is op het Damrak de grootste belegger in kleine en middelgrote ondernemingen.

In bijna veertig Nederlandse beursfondsen bezit Delta Lloyd een belang van 5 procent of meer. Als ‘Mr 5%-belang’ schrijft Otto een wekelijkse column in Het Financieele Dagblad. Zelf vond hij ‘de eigenzinnige belegger’ een nog betere vlag om onder te schrijven. Maar die omschrijving bleek te lang.

Dat belang van 5 procent is niettemin heilig voor Otto: het geeft verzekeraars fiscale voordelen, en het is het minimale belang dat nodig is om te voorkomen dat een bedrijf van de beurs wordt gehaald. Pas als een bieder meer dan 95 procent van de aandelen van een bedrijf bezit, kan hij de resterende aandeelhouders onder dwang uitkopen via een ‘uitrookprocedure’ bij de rechter.

Otto is een stille macht op het Damrak. Hij is de bocht die bieders moeten nemen. Deze week verdiende hij er 6 miljoen euro bij toen een Amerikaanse investeerder besloot het bod op Mediq (apotheken, medische hulpmiddelen) te verhogen om het verzet onder aandeelhouders waaronder Delta Lloyd te breken.

Otto: „Als je 5 procent bezit, is het geen enkel probleem om bestuurders aan tafel te krijgen. Dat is het belangrijkste: wij zitten aan tafel. Wij kunnen onze mening over een prijs geven en wij kunnen ervoor zorgen dat een transactie niet doorgaat.”

Het eerste bod op Mediq vond u te laag, maar er speelde meer.

„Klopt. Normaal worden wij veel eerder bij een overname betrokken. Nu niet, en daar hadden wij moeite mee. Hier was al overeenstemming met de raden van bestuur en van commissarissen. Pas om vijf voor twaalf werden wij geïnformeerd of we bij het kruisje wilden tekenen. Waar we met name over struikelden, en dat is later ook uitgesproken met Marc (Van Gelder, de topman van Mediq) is dat hij zei ‘ik wil af van die hijgerige aandeelhouders’. Wij zitten potverdorie al ruim tien jaar in Mediq. Wij denken mee met jullie, dus schuif ons nou niet onder die hijgerige aandeelhouders.”

Heeft u een draaiboek liggen voor het geval zich een bieder meldt?

„Nee, maar wat ons ontzettend goed helpt is dat we van al onze 5 procentsbelangen via een intern model de actuele waarde hebben die wij gegeven de economische omstandigheden en vooruitzichten aan het bedrijf toedichten. Wij zeggen altijd: wij beleggen niet in aandelen, wij beleggen in bedrijven.”

Wel een intern calculatiemodel, maar geen draaiboek.

„Nee, want het gaat altijd anders. Het ligt er ook aan: is het een financiële partij die een bod doet, of een strategische partij? Dat is een enorm verschil. Normaal word je vóór het officiële bod benaderd door een overnemende partij. Die komt dan langs en vraagt: wil je een NDA – non disclosure agreement – tekenen? Dat doen we altijd. Je komt overeen dat je niet handelt, want ze gaan wellicht kennis delen die voorkennis is. Je spreekt dan een zo kort mogelijke periode af, want je wilt niet dat je drie maanden niet mag handelen in een aandeeltje. We hebben voortdurend een stoplist met zulke bedrijven. Daaraan kun je zien: er gebeurt weer wat in Nederland.”

En de laatste tijd, nu, gebeurt er weer wat?

„Jahaa”, zegt Otto enthousiast. „We hebben weer bedrijven op de lijst staan, dus er gebeurt voldoende en dat is leuk, want het geeft energie. En dat is waar we goed in zijn – in die bedrijven duiken, met het management praten en proberen vast te stellen wat de fundamentele waarde op de lange termijn is.”

Zijn werkkamer op de twintigste verdieping van de Mondriaantoren bij Amsterdam Amstel kijkt uit over besneeuwde spoorrails. In de verte: de Amsterdam Arena. Pontificaal op het bureau: een terminal van Bloomberg met live beurskoersen. Aan de wanden: 31 foto’s van bedrijven waarin Delta Lloyd een belang van 5 procent heeft.

Op een foto poseert Otto naast Johan Cruijff (Delta Lloyd bezit 8,5 procent van de Ajax-aandelen), op een andere kijkt een wulpse jonge dame in lingerie de kamer in. „Marie Jo”, zegt Otto. Van het Belgische Van de Velde, dat luxueuze dameslingerie op de markt brengt. Zelfs rederij Smit en bierbrouwer Grolsch hangen er, maar die belangen verkocht Delta Lloyd al met flinke winst. „Ja, ik moet verversen.”

Hoe gaat dat, als zo’n bieder u bezoekt?

„Die geeft een pitch en een indicatie van hoe hoog hij wil bieden. De bieder wil graag een bod uitbrengen waar al zoveel mogelijk aandeelhouders achter staan, die genoemd kunnen worden in het persbericht. Wij hebben het voordeel dat we als opinieleider gezien worden bij de kleine en middelgrote bedrijven. Dan willen ze Delta Lloyd er heel graag bij hebben. Bij Mediq stonden twee Amerikaanse beleggers in het persbericht, maar wij niet. Noch ING of onze meneer Zeeman. Dan weet de kritische lezer: oké, er is nog geen overeenstemming over de prijs.”

Mediq, Stork, Wavin; zegt Delta Lloyd in eerste instantie niet altijd ‘nee’ op een bod?

Otto lacht. „Ja, die indruk krijg je wel eens hè. Beetje Albert Cuyp: een paar kwartjes erbij.” Korte stilte. „Maar het is ook wel eens gebeurd dat we direct akkoord gingen. Ik kan me nog een overname voor de geest halen van Athlon in 2003. Wij kunnen wel makkelijker weigeren omdat wij een langetermijnblik hebben. Dat zie je steeds minder, de trend op de financiële markten is onmiskenbaar meer korte termijn.”

U kijkt er een beetje vies bij, bij die ontwikkeling.

„Nou, weet je... Professionele beleggers kopen in toenemende mate die aandelen die omhoog gaan, terwijl je juist aandelen moet kopen die achterblijven: anti-cyclisch beleggen. Op lange termijn kun je daarop een betere return halen. Dat is exemplarisch voor de huidige markt.”

Wat voor gevoel geeft dat als u zo’n overname tegenhoudt?

„Uhm... Dat je zelf aan het stuur zit. Een gevoel van: wacht eens even jongens, je kunt niet om ons heen. Ik vind dat als je al tien jaar lang in een bedrijf zit, je het al tien jaar volgt, al tien jaar gesprekken voert met het bedrijf, dan mag je ook wel gezien worden als iemand die meepraat.”

Hoe werkt dat meepraten?

„We plannen dat op het moment dat je zo vrij mogelijk kunt praten, dus bij voorkeur na publicatie van jaar- en halfjaarcijfers. Vaak ook voor een aandeelhoudersvergadering als er echt zaken zijn die ons niet bevallen. En als er iets bijzonders gebeurt, zoals bij de kredietcrisis. Het voordeel is – en dat klinkt een beetje soft – als je iemand al tien, twintig jaar ontmoet, zie je ook hoe het met hem gaat. Zit ie lekker in zijn vel? Die body language...Je ziet gewoon als mensen binnenkomen: hé, hij heeft echt problemen, of het gaat niet lekker. De persoon van de bestuurder is voor ons het allerbelangrijkste.”

En soms moet hij weg. Hoe gaat dat?

„Vaak is het bij een bedrijf waar het verdienmodel onder druk staat en er een verschil van inzicht is over hoe je dat zou moeten aanpakken. Daar praat je over. Als dat niet wordt opgepikt, kunnen we het op de aandeelhoudersvergadering zeggen. En als je je echt zorgen maakt, kun je ook naar de raad van commissarissen stappen. Als het met een topman blokkeert, kun je twee dingen doen: kijken of er draagkracht is om er iemand anders neer te zetten. Of je zegt: ‘Heel veel succes, we bouwen ons belang af en gaan ergens anders kijken’. Maar uiteindelijk wil je wel een goede raad van bestuur, die bij machte is het bedrijf een nieuwe fase in te loodsen. En dan kan het gebeuren dat bestuurders hun conclusie trekken en zeggen: ‘Het is beter om een jaar eerder met pensioen te gaan’.”

Zoals bij Floris Deckers, de oud-bankdirecteur van Van Lanschot?

„Nee, daarin hebben wij geen grote rol gespeeld.”

En andersom, voert u ook gesprekken voordat u instapt?

„Wij zullen nooit een belang van 5 procent verwerven zonder uitgebreide kennismaking. We willen weten hoe de tweede laag onder de top eruit ziet. Hoe is de wisselwerking tussen de bestuursvoorzitter en de financieel directeur? Wat is de strategie? Dat zijn dus geen bezoekjes van een uur. Als wij een belang nemen, moeten we het bedrijf beter kennen dan wie ook. Het kan niet zo zijn dat er een beleggingsanalist is die de onderneming beter kent, want wij zitten er met ons eigen geld in. Dat is serious money.”

Is op de Nederlandse markt nog wel genoeg te halen?

„Jawel, maar de ontwikkeling is zorgelijk. Er worden veel mooie bedrijven van de beurs gehaald; er komen weinig nieuwe bedrijven bij. We zien nog altijd mooie vissen zwemmen, maar het aantal neemt af. Daarom zijn we ook meer in het buitenland gaan beleggen, zoals in China.

„Maar dat is wel even wat anders. We hebben daar meegemaakt dat je een fabriekshal binnenloopt en er gewoon kinderen aan het werk zijn. Ja, dan is het echt no way. Geen kinderarbeid. Je wil absoluut niet betrokken zijn bij dat soort zaken en dat een of ander programma meldt dat Delta Lloyd een belang heeft genomen in een bedrijf waar kinderarbeid plaatsvindt.”

Hoe belangrijk is gedrevenheid in uw vak?

„Passie is het allerbelangrijkste. Als wij mensen zoeken, moeten ze gepassioneerd zijn. Ze moeten chagrijnig zijn als hun portefeuille slecht draait. De mensen hier werken keihard, trekken de hele wereld over. Als iemand van ons bezig geweest is met een bedrijf, en je hebt er weken aan gewerkt, je komt het hier presenteren, dan móet deze kamer te klein zijn voor jouw enthousiasme. Dat moet eraf spatten, daar begint het mee. Jíj bent er geweest, jíj staat er, jíj moet ons overtuigen waarom we moeten beleggen in dit bedrijf. Het begint met echte passie.”

    • Camil Driessen
    • Jeroen Wester