Wie zoekt, vindt altijd wel een foutje

De medewerkers van de Italiaanse fabriek AnsaldoBreda vinden de ophef over de Fyra zwaar overtrokken. „Allemaal leugens.”

Terwijl de zon opkomt achter de Toscaanse heuvels spoeden de arbeiders van AnsaldoBreda zich door de kou naar de poort van hun fabriek. Hier, aan de rand van het Italiaanse provinciehoofdstadje Pistoia, werd de afgelopen jaren de Fyra V250 in elkaar gezet, de nu al weken haperende hogesnelheidstrein voor de Lage Landen. De medewerkers van de fabriek vinden de kritiek op de door hun geleverde trein onterecht – of op zijn minst overtrokken. „Allemaal leugens”, zegt een man, terwijl hij een wegwerpgebaar maakt en snel verder loopt. Een andere collega spreekt van „een hype”.

Alessandro Benedetti is vandaag vroeg op zijn werk gekomen. Voordat om acht uur de fabriekssirene zal loeien, heeft hij daarom wel even de tijd om zijn visie op alle ophef te geven. Volgens de medewerker van de vernissageafdeling zijn de aan sneeuwval gerelateerde problemen slechts „kleine gebreken”. Hij vertrouwt erop dat de tientallen collega’s die zijn afgereisd naar Nederland en België ze snel zullen verhelpen. „Misschien volgende week al.”

Dat ook over andere problemen, los van de sneeuwval, wordt geklaagd, verwondert hem niet. „Als je eenmaal begint met zoeken, vind je altijd wel wat.” De Italianen zouden wel eens het slachtoffer kunnen zijn van Hollandse inhaligheid, oppert hij half schertsend. „Net als de Denen hopen jullie ons boetes te kunnen opleggen, zodat de trein bijna gratis uitpakt.”

AnsaldoBreda kampte enkele jaren terug met grote problemen met de levering van treinen aan de Deense spoorwegen. De levering liep tien jaar vertraging op en de Italianen moesten de Denen fors compenseren. „De Deense affaire werd door het toenmalige management veel slechter aangepakt dan nu met de Fyra”, zegt Gianluca Zanetti bij een koffie met croissant in de bar tegenover de fabriek.

Als vertegenwoordiger van de vakbond in de fabriek heeft Zanetti genoeg kritiek op de leiding. Er zijn fricties over contracten, ontslagen en arbeidsvoorwaarden. Of over het feit dat er veel overuren worden gevraagd, en geen extra mensen worden aangetrokken. „Maar door dit overwerk leveren we nu wel nagenoeg op tijd, en niet met jaren vertraging zoals aan Denemarken.” Ook bij de afhandeling van de Fyra-klachten reageert de in 2011 aangetreden leiding „veel beter dan de vorige managers deden bij Denemarken”.

NS-topman Bert Meerstadt oordeelde eergisteren anders over AnsaldoBreda. Hij zei „een veel adequatere actie en reactie” te hebben verwacht. Zanetti, die als aerodynamica-ingenieur op de ontwerpafdeling werkt, reageert diplomatiek op dat verwijt. Als Italiaanse passagiers vertraging zouden oplopen door kinderziektes met een buitenlandse trein, zouden ze net zo verontwaardigd zijn als de Nederlandse en Belgische treinreizigers momenteel, denkt hij. „Dat mensen die geen verstand hebben van treinen boos zijn, begrijp ik. Die kennen de techniek niet.”

Maar iemand die in dit vak zit, meent hij, zou beter moeten weten. „Mensen denken soms: die treinen, dat zijn dozen op wielen. Dit was twintig jaar geleden misschien zo. Maar inmiddels zijn het, na vliegtuigen, misschien wel de meest ingewikkelde machines die we maken. Als je een nieuwe trein in gebruik neemt, horen dit soort opstartproblemen erbij.”

Tegen de problemen door de sneeuw heeft AnsaldoBreda enkele „kleine aanpassingen” doorgevoerd, bijvoorbeeld aan de inschuifbare treeplank onder de deuren. Die schoof na sneeuwval soms net niet geheel naar binnen. „Of deze het contact raakt, is millimeterwerk. Doe hij dit niet, dan kan de treindeur ook niet automatisch op slot. Dit hoeft maar bij één deur het geval te zijn, en de trein blokkeert. Dan moeten alle deuren met de hand vergrendeld worden.”

De sneeuw gaf ook panne doordat ze gedurende de dag ophoopte en ’s nachts in de remise opvroor tot ijsblokken. Als de trein vervolgens ging rijden, raakten die ijsblokken los en veroorzaakten schade aan de bodem. Als de treinen sneeuwvrij waren gemaakt voordat ze de nacht ingingen, was dit nooit gebeurd, denkt Zanetti.

De huidige problemen zullen voor de Belgische en Nederlandse spoorwegen „nuttig zijn de zeer ingewikkelde machines te leren gebruiken”, suggereert hij voorzichtig. „AnsaldoBreda leverde ook treinen aan Noorwegen. Daar sneeuwt het veel meer, maar van hen hebben we nooit klachten over sneeuw gehad. Zij hebben een diepgaande kennis van sneeuwval, die in andere landen misschien ontbreekt.”