Vrouwen frauderen minder

Mannen stelen meer auto’s dan vrouwen, ze breken vaker in... en ze begaan meer wetenschapsfraude. 65 procent van alle zaken van het Amerikaanse Office of Research Integrity (ORI) betrof mannen. Dat hebben drie biologen geturfd. Afgelopen dinsdag publiceerden ze hun telling in het wetenschappelijke tijdschrift mBio.

De argeloze lezer denkt: toch nog 35 procent vrouwen! Terwijl de opvallendste fraudeurs van de afgelopen tien jaar – Diederik Stapel, Woo Suk Hwang. Marc Hauser – steeds mannen zijn. In een mondiale lijst met 40 ‘fraudezaken die veel aandacht trokken’ die drie Groningse en Utrechtse psychologen vorig jaar opstelden, is zelfs driekwart man.

Die scheve man-vrouwverhouding is natuurlijk vlot uit de losse pols te verklaren. Mannen nemen meer risico’s, ze vertonen meer crimineel gedrag, dus wetenschapsfraude past in dat patroon.

De auteurs (Ferric Fang, Joan Bennett en Arturo Casadevall) hielden er rekening mee dat op universiteiten sowieso meer mannen werken, zeker in de hogere echelons. De ORI oordeelt vooral over de levenswetenschap. Van de vaste staf is daar zo’n 70 procent man, van de (betrapte) frauderende stafleden was dat 88 procent.

Op de blog Retraction Watch barstte de discussie los over het mBio-artikel. Gelden de cijfers wel voor álle fraude, of alleen voor het topje van de ijsberg dat bij de ORI terechtkomt? Misschien doen mannelijke toponderzoekers meer grote, dure projecten waar de ORI een zaak van wil maken. Maar: lager op de ladder bestond het sekseverschil ook. Wat ook nog kan: dat ze onvoorzichtiger zijn en daardoor vaker tegen de lamp lopen. Hester van Santen

    • Hester van Santen