Uitschakelen zonder te doden

krijgskunde

Bedwingen zonder fataal of blijvend letsel toe te brengen is een doel van moderne vredesmissies. Er zijn intussen meerdere niet-dodelijke wapens, maar hoe effectief zijn ze?

Verschillende uitvoeringen van het Active Denial System (ADS). Foto's US Army

Ze gelden al decennia als een grote militaire belofte: niet-dodelijke wapens die alleen maar waarschuwen, tijdelijk verblinden of immobiliseren, en die zo een extra trede op de escalatieladder vormen. Bij vredesmissies bestaat die vaak maar uit twee sporten: ,,stop!” schreeuwen, of de trekker overhalen. Hét voorbeeld dat de voorvechters van niet-dodelijke wapens altijd aanhalen is de vredesmissie van de Verenigde Naties in Somalië aan het begin van de jaren negentig. Een voorbeeld van hoe het níet moest. De bevolking moest weinig hebben van de bewapende vreemdelingen in hun midden waartegen ze met toenemend geweld begon te protesteren. Tussen de demonstranten stelden zich soms bewapende strijders op, niet zelden met een kind op hun nek, want dan mochten de VN-soldaten volgens hun schietinstructies niets doen. Pakistaanse troepen hadden er op een kwaad moment zo genoeg van te worden beschoten vanuit de mensenmassa dat ze wél het vuur openden. Behalve tientallen doden, sneuvelde toen ook het laatste restje goodwill onder de Somaliërs: vrede verloren, missie mislukt.

Wás er toen een niet-dodelijk wapen beschikbaar geweest, luidt de breed gedragen mening op krijgsacademies en hoofdkwartieren, dan was de situatie niet zo fataal geëscaleerd. De invloedrijke Amerikaanse mariniersgeneraal en latere Midden-Oosten-gezant Anthony Zinni, verleende dat optimisme geloofwaardigheid door te stellen dat non-lethal-weaponry (NLW) de Verenigde Staten ,,méér formidabel maken, dan zonder”.

Sjef Orbons, voormalig onderzoeker bij de Nederlandse Defensie Academie, eerder ook verbonden aan het NATO Defense College in Rome, boog zich over de kwestie of die belofte gegrond is. Op 30 januari verdedigt hij aan de Universiteit van Amsterdam zijn proefschrift Non Lethality in Reality, a Defence Technology Assessment of its Political and Military Potential. Zijn belangrijkste conclusie verwoordt hij in een Amsterdams café, nauwelijks een kwartier na zijn ‘pedelklas’: “De praktijk ondersteunt dat optimisme vaak niet. Sterker, de inzet van niet-dodelijke wapens werkt soms zelfs contraproductief bij het behalen van de missiedoelen.”

Rassenrellen

Om het nut van de NLW te analyseren, hoef je niet te beginnen bij ‘Somalië’ meent Orbons. “De problematiek speelde al eerder, bijvoorbeeld in Noord-Ierland in de jaren zeventig, maar ook bij de rassenrellen in Los Angeles in 1992.” De ontwikkeling en inzet van niet-dodelijke wapens speelt net zo goed bij politieoptreden als bij militaire vredesoperaties. “Denk maar aan de taser, die agenten gebruiken om arrestanten tijdelijk te verlammen, of aan de inzet van traangas of plastic kogels. Maar bij militairen is de toepassing van niet-dodelijke wapens veel complexer aangezien die, in tegenstelling tot binnenlandse ordehandhavers vaak niet weten met wie ze te maken hebben.” Politieagenten vinden doorgaans politieke demonstranten of krakers tegenover zich, militairen kunnen bij een checkpoint te maken hebben met een onwillige boer, of met een zelfmoordterrorist. “Die dodelijke dreiging maakt dat bij militairen de eigen veiligheid een veel grotere rol speelt dan bij de politie.” Zijn promotieonderzoek analyseerde de militair-functionele kant van niet-dodelijke wapens als onderwerp; de juridische en ethische kanttekeningen behoorden daar niet toe.

Orbons lichtte drie specifieke NLW-casus door. Een: het optreden van Britse militairen bij de Noord-Ierse troebelen met onder anderen traangas en plastic kogels. Twee: de ervaringen van Amerikaanse militairen bij het handhaven van de orde in openluchtgevangenissen in Irak. En tot slot: de fictieve inzet van een waarschuwende laser door onder meer Nederlandse vredestroepen in Afghanistan.

Doordat zowel de toegepaste NLW als de operationele contexten zo verschilden, paste Orbons een analytisch instrument toe dat daarmee rekening houdt: de Defence Technology Assessment (DTA). Een DTA van dodelijke wapens houdt vooral het wapen zelf tegen het licht en of dit het fysieke doel efficiënt kan uitschakelen en de eventuele politieke consequenties van een nieuw wapen. “Maar NLW zijn vooral bedoeld om iemand te dwingen tot een gedragsverandering.” Daarbij spelen zowel de gebruiker, het ‘doel’, als de operationele context complexe rollen. Bijvoorbeeld de relatie tussen degene die een niet-dodelijk wapen inzet en degene die hiervan het lijdende voorwerp is, kan een factor zijn. “Zo kan een Afghaan bij een controlepost anders reageren op een Amerikaanse militair dan op een Nederlandse.”

Het effect van het tactische gebruik van NLW kan daarbij doorsijpelen naar het strategische niveau van de missie. “Het winnen van de hearts and minds kan het strategische doel zijn. Mochten NLW’s een averechts effect hebben, dan kan dat ook dat doel schaden.”

Orbons concludeerde dat de Britse inzet van traangas en plastic kogels ‘een mislukking’ was. Hoewel primair bedoeld om bij demonstraties burgerslachtoffers te voorkomen en de gemoederen te bedaren, begon de bevolking traangas als een repressief instrument te zien dat juist meer agressie opriep. Het gebruik van plastic kogels moest schieten met scherp voorkomen, maar militairen hanteerden in sommige situaties de gebruiksinstructies al dan niet met opzet verkeerd, waardoor niet zelden mensen werden verminkt. “Ga maar na: wanneer iemand met een molotov-cocktail op je afkomt, dan schiet je van kortere afstand met plastic kogels, dan de schietinstructie eigenlijk toestaat. Het kromme is dat omwille van zelfverdediging dit soms ook mag” In Noord-Ierland waren traangas en plastic kogels een boemerang.

De Amerikaanse militaire bewakers in de Iraakse gevangenkampen brachten het er niet veel beter af. Wanneer honderden gedetineerden binnen de omheining in opstand kwamen, schoten de Amerikaanse militairen salvo’s plastic kogels af, door de omheining heen. Dat bleek niet effectief, onder andere doordat de gevangenen zich buiten het bereik hiervan verschansten. Zonder NLW daarentegen, nuanceert Orbons, was de bewaking aangewezen op wél-dodelijke wapens, met alle politieke gevolgen van dien.

Orbons bestudeerde bij deze Iraakse casus tevens de hypothetische inzet van misschien wel het meest exotische niet-dodelijke wapen: het Active Denial System (ADS). Dat is een soort mobiele radar die werkt als een magnetron. Wie aan de ADS-straling bloot staat ervaart een sterke hittesensatie op de huid. Onder de elfduizend proefpersonen die aan dit NLW werden onderworpen waren journalisten, die spraken van een effect “alsof je plots de deur van een hete oven opende.” Tijdens ‘Somalië’ zou dit NLW theoretisch het ideale instrument zijn geweest om de demonstranten weg te jagen, zonder het vuur op ze te hoeven openen.

Het behoeft weinig betoog dat Orbons concludeerde dat dit high-tech wapen met zijn onzichtbare pijnstralen nauwelijks zou bijdragen aan het genereren van sympathie voor de buitenlandse interventiemacht. Een werkbare ADS belandde een paar jaar terug op een Amerikaanse basis in Afghanistan, maar van operationele inzet kwam het nooit. De ADS is intussen teruggetrokken.

Zaklamp

Bij de derde casestudy onderzocht Orbons wat er zou gebeuren als Nederlandse militairen op Afghaanse checkpoints waren uitgerust met de Green Laser Optical Warner (GLOW), een soort zaklamp met een felle laser. De GLOW is slim bedacht. Wanneer een voertuig nadert en zich niet aan de aanwijzingen op de waarschuwingsborden houdt, dan kan dit aan de haast van de bestuurder op weg naar de markt liggen, of aan zijn vastberadenheid om zijn bomauto tussen de militairen te laten ontploffen. In het eerste geval is het gebruik van vuurwapens absoluut onwenselijk, in het tweede geval absoluut noodzakelijk. De GLOW zou de perfecte tussenoplossing zijn: de bestuurder die het tijdelijk verblindende laserlicht in de ogen krijgt, kan niet meer twijfelen over wat hem te doen staat.

Althans, op papier. “In de praktijk blijkt de GLOW kwetsbaar voor weersomstandigheden en stof. En ook burgers kunnen het laserlicht alsnog negeren. Er blijft dus vaak onzekerheid bestaan of de laserboodschap is overgekomen. De Taliban zijn ook niet achterlijk, die kunnen de onzekerheid exploiteren die de GLOW laat bestaan.” Het nut van de GLOW is daarmee twijfelachtig geworden.

Orbons noemt het de grote gemene deler van niet-dodelijke wapens. “De extra sport op de escalatieladder is in beginsel positief. Maar de operationele context en de tegenmaatregelen tegen de toegepaste technologie doorkruisen de effectiviteit.” Ook daarin verschilt het gebruik van niet-dodelijke wapens van dat van ‘gewone’ wapens.