Opinie

Taalfouten in de krant, het moet niet mogen maar daar zijn ze weer

Het moet niet gekker worden, zou een politicus zeggen.

Journalisten maken zelf allerlei taalfouten in de krant, schreef een lezer mij, maar de fouten in een citaat van een politicus worden netjes verbeterd. Waarom?

Hans Spekman, PvdA-voorzitter, klaagde onlangs dat hij het zat is om op Facebook allerlei „anonieme scheldkanonnades te ontvangen”. Althans, zo citeerde de krant hem (Ze pikken het niet langer, 19 januari). Maar letterlijk schreef hij over „annonieme scheldkannonades” – met een iets te grote voorliefde voor de letter ‘n’, van nivelleren.

De lezer wil weten waarom dat citaat niet exact was. En, vraagt hij een tikje wantrouwig: „Mogen wij niet weten hoe onbeholpen Spekman schrijft?”

Nou ja, censuur is hier niet aan de orde. De redactie stroomlijnt spreektaal in citaten wel enigszins, bijvoorbeeld door allerlei interjecties als „eh” te schrappen. Anders zou de krant ook onleesbaar worden. Maar de lezer heeft gelijk; dat neemt niet weg dat citaten zo letterlijk mogelijk moeten zijn.

Op Facebook gaat het bovendien om geschreven tekst. Ja, vaak haastig geschreven, maar dan nog.

Trouwens, de krant hanteert hier een dubbele moraal.

Want de oudere zus van een vermist meisje uit Rotterdam, die ook haar nood klaagde op Facebook, werd nog zo geciteerd: „me zusje”, „me kids”, „nog steets”, „omgedeerd”, „hoop dat ze snel gevonden word” (Help! Mijn zusje wordt vermist!, 11 oktober 2011).

Maar wat heeft Hans Spekman dat een wanhopige vrouw uit Rotterdam-Zuid niet heeft?

Ik zou zeggen, een overduidelijke tikfout corrigeren is tot daaraan toe, maar blijf zo dicht mogelijk bij de letterlijke tekst, ook als je een paar woorden citeert.

Intussen blijft de bloemlezing van taalfouten in de krant die lezers mij sturen, treurig stemmen.

Die gaat van tikfouten („hij bedoeld”) en verhaspelingen („Depardieu nam gisteren zijn paspoort gekregen”) tot hardnekkige grammaticale fouten („een van de restaurants die meedoet”), anglicismen („het beste ooit”) en begripsverwarring („geologisch centrum” in plaats van ‘geografisch’).

Troost, maar geen excuus: verreweg de meeste van de tienduizenden woorden in de krant worden wel correct gebruikt en gespeld.

Soms is een fout dan tenminste nog geestig, naast ergerlijk. Zo meldde nrc.nl onlangs dat Frits Bolkestein in Buitenhof had gesproken van „integratie met behoud van integriteit”. Terwijl die slagzin toch echt eindigt op identiteit.

De nieuwe variant is misschien een betere leus, maar toch.

Dit keer trof overigens niet de redactie blaam – al liet die de fout in eerste instantie staan – maar het persbureau Novum.

In een eerdere rubriek over taalfouten (Elke fout is te veel, 25 juni 2011) meldde ik dat de hoofdredactie de centrale eindredactie ging verkleinen, om meer verantwoordelijkheid te leggen bij de deelredacties en bij redacteuren zelf.

Een verontruste lezer reageerde later met een getergd opiniestuk (NRC barst van de fouten, waar is de eindredactie?, 28 oktober 2011).

Ja, eindredactie blijft cruciaal. Het tempo van journalistiek werken maakt een tweede, of derde, blik hard nodig. Bovendien, niet iedere harde primeurjager is ook meteen een geboren stilist.

Maar nu was die eindredactie ook niet verdwenen.

De ‘middentafel’, waar het voorste deel van de krant wordt gemaakt, telt nu vijf eindredacteuren. De redacties Economie, Binnenland en Kunst hebben eigen eindredacteuren; bij Buitenland en Sport worden die taken verdeeld over alle rubrieksredacteuren. De bijlagen hebben aparte bureauredacties.

Maar er is meer veranderd. Sinds augustus zijn de zaktijden van de krant fors vervroegd. Moest de laatste pagina, de voorpagina, voordien meestal om 13.30 uur ‘zakken’, nu is dat 12.00 uur. Ongeveer de helft van de krant wordt al de avond tevoren zetklaar gemaakt.

Dat levert allereerst een besparing op (waarvan dan weer nieuwe redacteuren zijn aangetrokken, onder wie een eindredacteur). Immers, omdat minder pagina’s tegelijk naar de drukker gaan, hoeven ook minder persen te draaien.

De krant is daar minder wendbaar door geworden, maar de keerzijde is een langere voorbereiding, en dus, idealiter, ook meer tijd om fouten uit de kopij te halen.

Alleen, zo werkt het in de dagelijkse praktijk nog niet echt, zeggen eindredacteuren die ik ernaar vroeg. Er moet nog steeds veel op het laatste moment worden gedaan. De productieredacteur, die toeziet op de zaktijden, wordt ook nog geregeld beleefd gevraagd (en dat kan ook maar beter beleefd gebeuren) of hij een fout wil verbeteren op een pagina die al is gezet.

Helemaal foutloos zal die productie ook wel nooit worden. Journalistiek is een haastig vak, gedreven door de opwinding van het nieuws. Maar, luidt de consensus op de redactie, het moet hoe dan ook een stuk beter kunnen.

Meer eindredacteuren aanstellen dan? Dat zou voor de hand liggen, maar dit gaat weer ten koste van andere taken, zoals nieuwsgaring.

Binnenkort wordt in elk geval begonnen met ‘NRC Training’, zegt plaatsvervangend hoofdredacteur Marcella Breedeveld, een reeks cursussen voor redacteuren om hun kennis op te frissen of bij te spijkeren. Het doel is die te verankeren in het personeelsbeleid.

Die cursussen gaan over journalistieke vaardigheden, maar ook over ‘foutloos schrijven’. Een geharnaste eindredacteur is gevraagd het voortouw te nemen.

Nee, dat is nog niet ‘het beste ooit’, voor een druk bezette redactie. Maar het is wel een stap in de goede richting.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie.

Statuten www.nrc.nl/ombudsmanReacties ombudsman@nrc.nl