Russische rebel, in de greep van de geheime dienst

Koningin Beatrix noemde de zelfmoord van asielzoeker Aleksandr Dolmatov een ‘tragedie’. Dolmatov was actief in de oppositie tegen Poetin en vluchtte naar Nederland. Voordien trachtte de Russische geheime dienst FSB hem te rekruteren, blijkt uit zijn IND-dossier.

Betoging voor de Nederlandse ambassade in Kiev. Onder de foto van Dolmatov staat: ‘Nederland-Ruslandjaar begint met zelfmoord oppositieman’. Foto EPA

Aleksandr Dolmatov viel snel in de smaak bij zijn werkgever. Vier jaar pas werkte hij als ingenieur bij de Corporatie Tactische Raketwapens, een rakettenfabrikant in de ruimtevaartstad Koroljov, bij Moskou. En toen al, in de zomer van 2008, vond de veiligheidschef van het bedrijf de tijd rijp Dolmatov te introduceren bij de staatsveiligheidsdienst FSB.

Dolmatov is de man die vierenhalf jaar na dit eerste gesprek in Nederland als afgewezen asielzoeker zelfmoord zou plegen, vorige week donderdag in het Uitzetcentrum Rotterdam Airport (UZC).

Veiligheidschef Vjatsjeslav Knysjov ontbood de toen nog 31-jarige Dolmatov medio 2008 op zijn kamer. Daar zat al een andere man. Die noemde zich Vasili Kosjeljov en begon Aleksandr meteen te vleien. Dat hij een „capabele en goede medewerker” was. Of hij „met een bepaalde zaak wilde helpen”.

Waarmee? Dat zou Vasili later wel vertellen.

Een maand na die eerste ontmoeting belde Vasili. Dit was het plan: Dolmatov moest de „rol spelen van iemand die over geheime informatie beschikte in een geheime operatie op Russische grondgebied”. Dit betekent: hij moest dienen als lokaas zodat „iemand” kon worden gepakt – zo vertelde Dolmatov na zijn vlucht in juni 2012 in een zogeheten ‘gehoor’ aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In drie gesprekken kon Dolmatov in juli en augustus vorig jaar zijn vluchtverhaal uit de doeken doen. Het verslag daarvan heeft deze krant ingezien. De IND hechtte geloof aan zijn relaas, maar vond dat hij geen onaanvaardbaar groot gevaar liep. En wees daarom het asielverzoek af.

„Ik voelde me gevleid dat ik zo werd opgemerkt en zei dat ik het land graag wilde helpen”, vertelde Dolmatov over zijn werving door de staatsveiligheidsdienst. Maar daarna begon hij toch te twijfelen. Hij zou Kosjeljov in de herfst van 2008 nog twee keer ontmoeten. Bij de laatste ontmoeting hakte Dolmatov de knoop door: „Ik heb heel beleefd gezegd dat ik het niet wilde doen. Ik zei daarbij ook dat er later misschien wel iets was waarbij ik wel zou kunnen helpen.” Kosjeljov zei dat hij het „jammer” vond. De FSB achtte hem „bij uitstek geschikt voor geheime operaties”. Dat zou een paar jaar later ook blijken toen Dolmatov nieuwe en verdergaande missies kreeg voorgelegd.

Deze eerste ontmoetingen in 2008 vonden plaats in een relatief windstille periode in Rusland. De regering van Vladimir Poetin was al acht jaar aan de macht. De president had zijn plek in het Kremlin (even) overgedragen aan Dmitri Medvedev. Het protest tegen het bewind bleef beperkt. Alleen klassiek democratische of neoliberale groepjes roerden zich. Plus de volgelingen van ‘nationaal-bolsjewiek’ Edoeard Limonov, een getalenteerd romancier die in 1974 als dissident uit de Sovjet-Unie was vertrokken en er in 1991 als een soort neostalinist terugkeerde.

Dolmatov had sympathie voor de radicale Limonov, maar hij was niet actief bij de nationaal-bolsjewieken, die met drieste bezettingsacties meer angst inboezemden dan hun minuscule omvang rechtvaardigde. Hij las slechts de krant Limonka (Citroentje) van Limonov. Op internet surfde Dolmatov verder wat rond langs oppositiewebsites. En hij volgde een cursus Engels.

Die keuze voor provo Limonov kwam niet uit de lucht vallen. Zijn vader Joeri Dolmatov, eveneens ingenieur, was ook tegen de macht in Moskou. Hij had „een ondergrondse zaak” met radio’s waarmee kortegolfzenders als Voice of America en Freedom (Svoboda, red.) werden ontvangen, verhaalde zoon Aleksandr bij de IND. Of zijn vader ideologisch een anticommunist was of alleen tégen de heersende macht fulmineerde, is onbekend. De IND was niet zo geïnteresseerd in de algemene politieke beschouwingen van Dolmatov.

In oktober 1993 ontwaakte die stemming ook even bij de jonge Dolmatov. Het Russische parlement, dat twee jaar eerder nog een communistische coup had weerstaan, was die herfst gewapenderhand in opstand gekomen tegen president Jeltsin. De eerstejaars student Dolmatov vocht met het parlement mee. Tevergeefs. De presidentiële elitetroepen schoten de rebellerende volksvertegenwoordigers met groot geschut uit het Witte Huis aan de Moskou-rivier. Daarna trok hij zich weer terug in het studentenmilieu.

Die ‘oktobergebeurtenissen’ waren zijn eerste „noemenswaardige conflict met de autoriteiten”. Daarna volgde een „eerste conflict met de wet”. In februari 1997 werd Dolmatov aangehouden met 30 gram marihuana op zak. Hij blowde „af en toe wat”. Dolmatov werd veroordeeld tot zes jaar voorwaardelijk met een proeftijd van vier jaar.

In september dat jaar werd hij weer aangehouden. Samen met zijn vader kon hij de rechter overtuigen dat een belastende enveloppe, die bij fouillering was opgedoken, achteraf aan het dossier was toegevoegd. Maar voordat het zover was, zat hij intussen wel een jaar in voorarrest in de Boetyrka-gevangenis. Een klassieke „provocatie”, aldus Dolmatov. Veel meer over zijn tijd in de bajes vertelde hij de IND niet.

Jarenlang hield Dolmatov zich na de Boetyrka wat afzijdig. In 2001 had hij zich weliswaar aangesloten bij de Limonovs nationaal-bolsjewieken – de partij werd in 2005 buiten de wet gesteld – maar hij besteedde zijn tijd liever aan zijn studie (cum laude) en aan zijn werk bij Corporatie Tactische Raketwapens in Koroljov. Die baan kon hij, naar eigen zeggen, krijgen omdat hij zijn justitiële proeftijd in 2001 ongeschonden was doorgekomen. In 2006 werd hij zelfs bevorderd bij het raketbedrijf. Volgens veiligheidschef Knysjov had Dolmatov daarna toegang tot „absoluut geheime” informatie en kreeg hij daarom een toeslag van 30 procent op zijn salaris. Althans, dat zei Knysjov ná Dolmatovs vlucht in juni 2012 tegen de regeringsgezinde krant Izvestija. De asielzoeker zelf bagatelliseerde die status in zijn gesprekken met de IND.

Vanaf 7 november 2010, de jaarlijkse herdenking van de Oktoberrevolutie van 1917, werd Dolmatov weer actief: voor Een Ander Rusland, zoals Limonov zijn beweging kort daarvoor had gedoopt. Dolmatov voelde zich aangetrokken door de tweemaandelijkse (verboden) demonstraties op de 31ste van de maand, een verwijzing naar artikel 31 van de Russische grondwet waarin de vrijheid van demonstratie formeel gesproken is verankerd. In totaal zou Dolmatov minstens acht keer door de politie worden gearresteerd: steeds wegens deelname aan ongeautoriseerde protestacties.

Dolmatov spreidde ook zijn de vleugels buiten Rusland uit. Rond de kerstdagen van 2010 reisde hij via Hamburg naar Amsterdam, Rotterdam en Schiedam en daarna naar Berlijn. Later was hij nog een keer in Amsterdam. Ook Spanje was een reisdoel: voor vakantie met een vriendin. Hij hield van Europa.

Een Rus heeft voor reizen buiten de voormalige Sovjet-Unie niets aan zijn ‘binnenlandse paspoort’. Dat dient als identiteitsbewijs. Een Rus heeft dan een buitenlands paspoort nodig. Dat zagran pasport had Dolmatov niet zelf aangevraagd, maar via Corporatie Tactische Raketwapens gekregen. Elke keer als hij een reis maakte, moest hij „een verklaring afleggen om het paspoort van het werk te mogen meenemen”. Zo had het defensiebedrijf dat volgens hem intern gereglementeerd. Na terugkomst „diende ik het weer in te leveren”, legde Dolmatov de IND uit.

Eind november 2011 dook ineens FSB’er Vasili weer op in het leven van Dolmatov. Hij belde „om elkaar weer eens te zien en bij te praten”, wat Dolmatov nog dezelfde dag tijdens de lunchpauze deed om de „vrede om het werk” niet te verstoren. De raketfirma had namelijk laten blijken moeite te hebben met Dolmatovs activisme.

Vasili nam hem mee naar een café waar ene Denis zich bij hen voegde. Denis zei hem, zo herinnert Dolmatov zich in het ‘gehoor’ met de IND: „We hebben je in de gaten gehouden. We zien dat je heel capabel bent. Je bent al in Europa geweest. We achten je in staat om een bepaalde taak voor ons uit te voeren.”

Welke taak? Dolmatov moest zogenaamd naar een beurs in Europa en daar een brief bezorgen bij een of andere organisatie. Denis: „We gaan ervoor zorgen dat je lid wordt van deze organisatie. We gaan ook alles regelen met je werkplek. Het zal voor jou toch interessant zijn om in Europa gratis te wonen, op kosten van de Russische overheid. Op jouw brief komt steeds een reactie. Dan zal je de rol van een verrader moeten spelen.”

Hoe wisten ze van zijn reisjes naar het Westen? Dolmatov had inderdaad via internet een kostenplaatje gemaakt voor een verblijf in Europa. Vasili en Denis waren kennelijk op de hoogte van zijn „surfgeschiedenis”. Hij weigerde. „In een normaal land zou ik er geen bezwaar tegen hebben, maar met deze Russische autoriteiten heb ik geen zin om de verrader te spelen”, zei hij tegen Vasili en Denis. De twee mannen deden nog een poging. „Je moet een selectieprocedure voor de taak dooropen. Dan kan je deze zaak met psychologen bespreken, als je dat fijn vindt.” Denis sloot het gesprek met een hand af: „Denk er nog over na. Het is noodzakelijk.”

Na dit ‘nee’ begonnen de „echte problemen”. Dolmatov deed steeds frequenter mee aan protesten. Die namen na de, vermoedelijk gefraudeerde, parlementsverkiezingen van 4 december 2011 een hoge vlucht. Ze werden niet meer gedomineerd door minuscule groepjes als die van Limonov. Voor het eerste sinds Poetin in 2000 aan de macht was gekomen, verschenen tienduizenden burgers in Moskou op straat. Dolmatov coördineerde voor Een Ander Rusland sommige acties. Hij was ook actief met fotograferen: naar eigen zeggen van geheime agenten, die volgens hem de betogers in kaart brachten. Maar een serieuze politieke rol speelde hij niet. Reden voor Russische media hem een „figurant” te noemen.

Veiligheidschef Knsyjov werd ineens minder „vriendelijk”. Hij moest zijn paspoort inleveren. Dolmatov deed dat niet. Op advies van een juridische club beriep hij zich op de wet die prevaleert boven het bedrijfsreglement. Zijn verzoek om een formulier, nodig om een Schengenvisum aan te vragen, werd tegengewerkt door de afdeling personeelzaken.

En toen werd het 6 mei, de zondag die in retrospectief een cesuur voor burgerprotest in Rusland werd. Daags voor de inauguratie van president Poetin maakte Moskou zich op een massademonstratie op het Moerasplein in het centrum.

De vrijdag daarvoor had Dolmatov thuis in Koroljov een voorproefje ondergaan. Op weg naar huis was hij door onbekenden op een speelplaatsje uitgescholden, geslagen en pootje gehaakt. De betoging van zondag 6 mei liep twee dagen later stevig uit de hand. Dolmatov vocht tegen de oproerpolitie, die volgens veel getuigen provocerend en onbeheerst optrad.

Toen hij een cordon doorbak, werd hij achter de politielinies gearresteerd. In de cel maakte hij kennis met ‘Vitaly’, die meteen warme belangstelling voor hem toonde. Een dag later werd Dolmatov vrijgelaten. Andere arrestanten konden niet van dat geluk spreken. Eén is intussen tot 4,5 jaar veroordeeld. Op 13 mei, tijdens het zoveelste protest in de binnenstad, ontmoette hij Vitaly weer. De man vroeg hem het hemd van het lijf: over zijn werk, over de corrupte mensen in de raketfirma, over zijn visa en over eventuele vluchtplannen. Bij hun afscheid „trakteerde” hij twee zuurtjes. Waarna Dolmatov naar eigen zeggen een beetje ‘high’ werd en last van zijn maag kreeg.

Voor Dolmatov waren dit signalen om nu „onder te duiken”. Eerst bij de moeder van een vriendin in Koroljov, later op andere adressen in de buurt rond Moskou. Op zijn werk meldde hij zich ziek. Bij zijn moeder haalde hij zijn (goed verborgen) buitenlandse paspoort op. Portretten van zijn voorbeelden Andrej Sacharov (kernfysicus en democratisch dissident) en Aleksandr Loekasjenko (kolchoze-directeur en president van Wit-Rusland) nam hij logischerwijs niet mee. Voor Westerlingen is deze combinatie vreemd, voor Dolmatov niet. Sacharov was een geleerde die politiek actief was, net als hij. En Loekasjenko belichaamt een soort weerspannig nationaal-bolsjewisme.

Dolmatov merkte die dagen dat hij werd gevolgd en hoorde dat er bij zijn moeder thuis „navraag” werd gedaan. Via een omweg vroeg hij een visum voor Nederland aan, een verzoek dat op 8 juni werd gehonoreerd. Nadat hij het visum had opgehaald bij het consulaire bureau waar alle Schengen-landen centraal hun inreisdocumenten afhandelen, nam hij op het nabijgelegen Paveletski Station de trein naar het Moskouse vliegveld Domodedovo. Op zijn binnenlandse paspoort vloog hij van daaruit naar Kiev en een dag later op zijn buitenlandse paspoort naar Nederland.

Deze vluchtroute – Dolmatov had Rusland legaal verlaten – was een van de redenen voor de IND om zijn asielverzoek af te wijzen. Een andere reden was dat er op zijn overtredingen tot 6 mei niet meer dan een boete van 12,50 euro stond. Het vluchtverhaal zelf stond buiten kijf.

Beroep lag voor de hand. Dolmatov was al die maanden doelgericht geweest, aldus zijn advocaat Marq Wijngaarden. Maar toen hij op 15 november bij Wijngaarden langskwam om de zaak te bespreken, trof zijn raadsman een andere cliënt aan. Hij leek zich bedreigd te voelen.

Dolmatov was timide, keek opzij of naar beneden en roerde met een theezakje het kopje. Hij wilde niet meer praten over zijn contacten met de FSB. Wijngaarden mocht de naam van de dienst niet noemen in de brief waarin hij zijn ‘zienswijze’ op de aanstaande afwijzing zou formuleren. Zelfs de uitnodigingsbrief van de advocaat, nodig om het geld voor het treinkaartje terug te krijgen, had Dolmatov niet aan zijn asielzoekerscentrum in ’s Gravendeel overhandigd. Dolmatov zelf schreef die plotselinge terughoudendheid toe aan „voortschrijdend inzicht”.

Tot januari meldde Dolmatov zich wekelijks bij het centrum. Op 8 januari liet hij zich voor het eerst al die maanden niet stempelen. Ook Wijngaarden hoorde niets meer van zijn cliënt. Ook niet nadat hij die zondag 13 januari, na een tot nu toe onduidelijk incident, door de politie uit het asielzoekerscentrum in ’s Gravendeel was gehaald en in Dordrecht in vreemdelingenbewaring werd opgesloten. Moeder Ljoedmila Doronina sprak haar zoon telefonisch op 7 december voor het laatst, denkt de 25-jarige Denis Solopov (land- en lotgenoot) te weten. Ook hij kon Dolmatov niet meer traceren.

Toen hij donderdag 7 januari 2013 dood werd aangetroffen in het uitzetcentrum op Rotterdam Airport, vonden Nederlandse ambtenaren een handgeschreven afscheidbriefje. Daarin had Aleksandr Dolmatov onder meer geschreven: „Mama, mamma’tjelief! Ik ga weg, zodat ik niet terugkeer als verrader, om ons tot schande te maken, heel ons huis. [...] Luiheid en slordigheid hebben gezorgd dat ik de nieuwe wetten niet heb bestudeerd. [...] Ik heb een eerlijk mens verraden, ik heb de veiligheid van het moederland verraden. [...] Geloof in God. Luister niet naar allerlei publieke figuren. Rusland is sterk als geen ander land.”