Oorlog tegen terreur 2.0

Voor het Westen opnieuw een ‘wereldwijde oorlog tegen het terrorisme’ uitroept, is het goed nog eens te bedenken wat er bij de vorige is misgegaan. Naar aanleiding van de bloedige gijzelingsactie in Algerije waarschuwde de Britse premier Cameron afgelopen zondag dat er sprake is van „een wereldwijde bedreiging, die om een wereldwijd antwoord vraagt”.

Hij bereidde de Britten voor op een strijd die eerder een kwestie „van jaren of decennia dan van maanden” zal zijn.

Hier klinkt duidelijk een echo van de Global War on Terror die na de aanslagen van 9/11 werd aangekondigd door de toenmalige Amerikaanse president, George W. Bush. Die oorlog zou net zolang duren, beloofde Bush in 2001, tot „iedere terreurgroep met een wereldwijd bereik is gevonden, gestopt en verslagen”.

Die doelstelling was niet realistisch en in haar ongebreidelde ambitie en naïeve overmoed zelfs gevaarlijk. Als opvolger van Bush heeft Barack Obama het idee van zo’n wereldwijde oorlog tegen terrorisme terecht in een diepe la weggestopt. Het is een recept voor meer ellende. Terrorisme is een groot probleem, dat echter vele verschillende verschijningsvormen en motivaties kent, waarop ook heel verschillende reacties nodig zijn.

Oorlog mag een voor de handliggend antwoord lijken op het nietsontziende geweld van terroristen, maar in Afghanistan is wel gebleken dat het niet dé oplossing is. Al-Qaeda is ruim elf jaar na 9/11 niet verslagen. Het terreurnetwerk is eerst in het nauw gedrongen, maar heeft vervolgens de kop weer opgestoken in de vorm van filialen, verspreid over de wereld. Zie Irak, zie Somalië, zie Jemen, zie nu de Sahara. En Afghanistan blijft een hoogst instabiele staat, waar terroristen nog steeds actief zijn, net als in buurland Pakistan.

Van de aan Al-Qaeda verbonden terreurgroepen in Mali, Algerije en de rest van de regio gaat een zeer reële en ernstige dreiging uit. Dat hebben de Verenigde Staten al jaren geleden onderkend. Ze hebben een speciaal militair hoofdkwartier voor Afrika opgericht, Africom. Ze hebben honderden miljoenen dollars gestoken in de opleiding van de strijdkrachten van Mali en andere landen in de regio, in de hoop dat die de terroristen vervolgens zelf konden aanpakken.

Dat heeft duidelijk niet gewerkt. Dat roept de vraag op of Afrika in het algemeen in staat is tot een eigen en effectieve aanpak van de bedreigingen die zich onder meer in het westen van dit continent voordoen. Dan gaat het niet alleen om terreurdaden die aan Al-Qaeda-achtige groeperingen worden toegeschreven, maar ook om een nomadenvolk als de Toeareg die een eigen thuisland nastreven, om het beheer van smokkelroutes en andere criminele activiteiten. Zoals het gijzelen van westerlingen, een potentiële financieringsbron.

De Afrikaanse Unie heeft haar handen al vol aan Somalië via het interventieleger AMISOM, moet rekening houden met toenemende dreigingen in Centraal-Afrika en is overigens, mede door interne verdeeldheid, weinig krachtdadig.

In West-Afrika zou de leidende militaire rol moeten toebehoren aan ECOWAS, de Economic Community of West African States. Dit samenwerkingsverband riep dan ook na de Franse interventie de lidstaten op om militairen naar Mali te sturen, nadat ze overigens november vorig jaar al hadden besloten dat het noorden van dit land op de islamitische extremisten moest worden heroverd.

Het militaire voordeel van troepen uit landen als Senegal, Niger en Burkina Faso is dat ze bedreven zijn in woestijngevechten tegen de ‘Saharanen’ die zich van officiële grenzen niets aantrekken. Maar uitgerekend Algerije, dat vorige week ongewild, door de gijzelingsactie bij een gascomplex in de woestijn, bij de strijd in Mali werd betrokken, maakt geen deel uit van ECOWAS. Net zo min als een ander buurland van Mali, Mauretanië.

Blijft de vraag wat het Westen moet doen in die gecompliceerde situatie. Wat het wereldwijde anwoord moet zijn op de wereldwijde dreiging die premier Cameron signaleerde. Een militaire aanpak kán deel van een oplossing zijn, maar die kan terroristen ook in de kaart spelen. En als de onderliggende politieke, etnische en economische problemen niet worden opgelost in dit gebied, dan zal de gevaarlijke instabiliteit blijven voortbestaan. Daarom is niet zozeer een wereldwijde, maar vooral een regionale en lokale aanpak nodig.