Opinie

Ook de rechter krijgt gezag niet meer vanzelf

Wordt de rechtspraak de laatste jaren kapot geschreven? Volgens een analyse van twintig jaar krantenstukken is vooral de laatste jaren de kritiek niet van de lucht. Sinds 2007 „lijkt het negativisme een hoge vlucht te hebben genomen”, schrijven de communicatiewetenschappers Joost van Spanje en Claes de Vreese in een vorige week verschenen WRR-bundel over de groeiende behoefte aan „transparantie” over de rechtspraak.

Opvallend is dat de belangrijkste nieuwe bron van kritiek de rechtspraak zelf is. Onderlinge kritiek of op het instituut kwam voor 2007 niet voor. Maar sindsdien wel, in ongeveer een kwart van de onderzochte artikelen. Ongeveer 86 procent van de gehele steekproef van krantenstukken was ronduit negatief. En dat komt niet alleen door de spectaculaire gerechtelijke dwalingen van de laatste jaren. Thema’s als politieke vooringenomenheid of gebrek aan maatschappelijk inlevingsvermogen bepalen het beeld.

Kennelijk broeit er iets – ook politiek groeit de druk op de rechtspraak. Uit een analyse van twintig jaar verkiezingsprogramma’s in hetzelfde boek blijkt dat er sinds 2003 een brede politieke beweging groeit die de autonomie van de rechter wil beperken. Dat varieert van voorstellen om verjaringstermijnen beperken, strafkortingen af te schaffen, hogere straffen voor bepaalde delicten te verplichten – alles om de rechter voorspelbaarder te maken. Maar het kan ook worden begrepen uit een bredere wens om de rechter afrekenbaar te maken. In ieder geval doorzichtiger. Wie zijn die mensen, waar komen ze vandaan en waarom moeten wij ons aan hun ‘mening’ houden?

De heibel rond een mislukte benoeming in de Hoge Raad vorig jaar onder PVV-druk heeft in de politiek het onderwerp op scherp gezet. In het recente onderzoek Scheidende machten constateert rechtssocioloog Marc Hertogh een consensus in de Kamer dat het zo niet langer kan. Feitelijk is er sprake van coöptatie door de hoogste rechters, waarbij de Kamer niet echt invloed heeft. Revolutionair verzoek van Kamerleden: misschien kunnen vacatures eens openbaar worden gemaakt? Misschien melden zich dan wel onverwachte kandidaten. En kunnen er ook eens wat vrouwen worden benoemd? Op dat thema kreeg de Hoge Raad nota bene van een andere rechter een tik op de vingers. In december berispte het College voor de Rechten van de Mens de Hoge Raad voor de weinig transparante manier van benoemen. In deze zaak (Oordeel no. 2012-189) klaagde een vrouwelijke kandidaat, rechter bij een gerechtshof, dat ze als onderdeel van een sollicitatie stage had moeten lopen. En dat hoefden de mannelijke kandidaten dus niet.

Het College oordeelde dat er te weinig bewijs was voor discriminatie. Maar de gedachte was kennelijk ook weer niet zo vreemd geweest. Het hoogste rechtscollege wordt namelijk aanbevolen de kans erop „te verkleinen” door de procedure voor de interne aanbevelingslijst beter „inzichtelijk, controleerbaar en systematisch” te maken. Ook het bekendmaken van beoordelingscriteria kan helpen. Opdat kandidaten tenminste weten waar ze aan toe zijn. Deze vrouw voelde zich gepasseerd en kennelijk niet helemáál zonder reden. Transparantie begint aan de top, althans, dat zou toch zo moeten. En nu is het vooral coöptatie.

De WRR adviseerde de rechtspraak vorige week in breder verband werk te gaan maken van wat „bekritiseerbaarheid” genoemd wordt. Het openstellen voor debat, voor ondervraging, voor kritiek door de burger. Veel rechterlijke oordelen, die van de hoogste rechters voorop, zijn letterlijk opgeschreven als het definitieve, laatste woord. In kale, gesloten, finale redeneerstijlen. Zo klinken ook vrijwel alle persrechters op tv. Causa finita – case closed, de rechter heeft het zo gezegd. En dat hoewel moderne burgers pas hun eigen oordeel willen inruilen voor dat van een instituut als dat zich communicatief opstelt, open. Als het echt inzicht biedt in het denken, in de weging van argumenten. Gezag komt allang niet meer voort uit gehoorzaamheid, maar uit kennis. Hoe wordt er in al die raadkamers eigenlijk geargumenteerd? Wegen er ook maatschappelijke ontwikkelingen mee en waarom?

De noodzaak om rechters te laten communiceren, groeit. Als rechters inderdaad om maatschappelijke redenen strenger straffen, dan zou dat in die vonnissen te lezen moeten zijn. De WRR pleit voor „discursieve” vonnissen. Voor de hoogste rechters zou een stelsel van dissenting opinions heilzaam zijn: officiële publicatie van afwijkende opvattingen. Dat maakt het debat levend, inzichtelijk en vooral ook toegankelijk voor buitenstaanders. Juristerij is nu vaak een mandarijnenwetenschap, waar alleen experts een wending in de jurisprudentie opmerken. Soms bakkeleien ze nog maanden over de betekenis.

In een van de aardigste hoofdstukken bevelen Adams en Broere een Frans gebruik ter overname aan. Daar rapporteert de rechtspraak jaarlijks aan publiek en parlement waar de gaten in de weg zitten. Welke wetten zijn te onduidelijk, gammel en/of produceren te veel conflicten. Feedback in de vorm van jaarlijkse, degelijk onderbouwde Constatations zijn hier niet bekend. Denk eens aan de schat aan beleidsinformatie die in de 1,8 miljoen uitspraken per jaar verstopt zit. Als het parlement er niks mee doet, kan de rechter zich bovendien gelegitimeerd voelen om het zelf op te lossen. Ook dat is transparantie.