Menselijke rechten, ook voor dieren

Mag ik niet van dieren houden, vraagt Marco van der Wel zich af.

Zaken als empathie en moreel besef zijn niet specifiek menselijk. Deze kenmerken zijn gradueel verdeeld over diersoorten. Ons besef van goed en kwaad en ons vermogen om de gevolgen van ons handelen op langere termijn te overzien, is waarschijnlijk groter dan van andere soorten. Daarom hebben wij een verantwoordelijkheid voor dieren. Meer en meer mensen zetten zich in voor dierenrechten, uit dierenliefde en uit mededogen.

Volgens R. de Koning en H. de Koning-Timmer bekommeren mensen zich niet om mensen, en wel om dieren (Opinie&Debat, 19 januari). Dit is op niets gebaseerd. Mensen bekommeren zich in de eerste plaats om zichzelf. Hierdoor is de wereld aan het einde van wat zij kan dragen. De mens heeft het ecologische kapitaal in een sneltreinvaart vernield, ter meerdere eer en glorie van zichzelf.

Wat de schrijvers misschien bedoelen, is dat er een gebrek is aan mededogen. Ons egocentrische brein heeft hier inderdaad grote moeite mee. Op sociaal vlak is er nog veel te verbeteren – voor ouderen, voor kinderen, voor zieken en voor dieren. Ik denk dat mensen die sociaal zijn voor dieren, dit ook zijn voor alle zwakkeren in de samenleving.

De demagogie en onkunde die de schrijvers de dierenvrienden verwijten, spreken ook uit hun eigen opiniestuk. Vegetariërs zouden hypocriet zijn en mensen die zich voor dieren in de natuur inzetten, hebben een gebrek aan inzicht. Natuurlijk is veganisme beter dan vegetarisme. Het is beter om inconsequent het goede te doen dan consequent het slechte. Wie bewust voor vegetarisme kiest, wil vaak een einde aan megastallen en nertsenfokkerij, geen circusdieren meer en een stop op jacht en sportvissen. In deze wereld van overvloed is dit overbodige luxe, ten koste van het welzijn van dieren. Moet ik voor die mening in een hoekje worden gezet, of is mijn overtuiging niet oprecht genoeg?

Met het lijden van dieren in de natuur is niets mis. Het is onderdeel van de levenscyclus. Wat de schrijvers daarentegen als overijverige dierenliefde aanhalen, zijn voorbeelden van situaties waarin mensen dieren bewust laten lijden; door ze in megastallen te stoppen, door ze als proefdier te gebruiken, door olifanten in Afrika hun leefgebied af te nemen, door walvissen te bejagen of hun sonar te verstoren. Mensen die deze dieren te hulp schieten, willen rechtzetten wat anderen hebben aangericht. Misschien is het ook schuldgevoel of plaatsvervangende schaamte, maar het heeft niets te maken met gebrek aan inzicht in de natuur.

Na het einde aan de slavernij en invoeren van de vrouwenrechten is het tijd om te kijken naar dierenrechten. Het zijn de laatste verkrampte uitingen van mensen zoals R. De Koning en H. de Koning-Timmer die bevestigen dat de tijd echt veranderd is. Zij behoren tot de oude tijd. Menselijke rechten moeten worden ingeperkt en dieren krijgen hierdoor automatisch ook menselijke rechten.

Marco van der Wel is Statenlid in Noord-Brabant namens de Partij voor de Dieren.