Kever koerst op de Melkweg

ILLUSTRATIE IRENE GOEDE

Er is iets nieuws ontdekt over de mestkever. Je weet wel, dat prachtige zwarte insect dat poep eet. In Nederland komt die poep vaak van paarden, of koeien. In Afrika van giraffen, zebra’s, gnoes. Sommige kevers eten overdag, andere vooral ’s nachts. Na zonsondergang. Snif, snif, waar is die drol? Als ze er eentje hebben gevonden halen ze er snel een stuk af, rollen er een bal van en gaan er mee naar hun hol. In een zo recht mogelijke lijn. Maar als het donker is, hoe weten ze dan waar hun hol is? Wetenschappers uit Zweden en Zuid-Afrika hebben daarvoor wat slimme proefjes bedacht. Ze deden die ’s nachts. En buiten. De hemel was vol sterren. Ze hadden een ronde houten vloer gemaakt, met aan de rand een houten muur. In het midden van de vloer legden ze poep. En daar zetten ze tien mestkevers bij. Door de hoge muur konden die alleen de sterrenhemel zien. Ze rolden snel een bal poep, en liepen in een bijna rechte lijn naar de rand van de vloer. Daarna kregen de kevers een kartonnen kapje op hun kop. Ze konden de hemel niet meer zien. Toen liepen ze niet meer in een rechte lijn. Ze gingen kriskras over de vloer. Heb je al een idee wat dat betekent?

Daarna gingen de wetenschappers naar een planetarium. Dat is een soort museum waar ze op het plafond de sterrenhemel kunnen namaken, met kleine lampjes. Daar bouwden ze weer die houten vloer, met die muur. Weer die poep erin, weer die kevers erbij. De ene keer lieten ze op het plafond zoveel lampjes branden dat je wel 4.000 sterren zag. En ook nog de Melkweg. Die zie je als een witte streep in de lucht. Een andere keer verschenen op het plafond alleen 18 heldere sterren. Weer een andere keer alleen de Melkweg. Alleen als de Melkweg er was, liepen de kevers in een rechte lijn. Ze hebben die witte streep in de lucht dus nodig om hun weg naar huis te vinden.

    • Marcel aan de Brugh