Kerry vaart kalmere koers dan Hillary

Geen ambitieuze lijst met wensen, maar oog voor de eigen beperkingen: dat kenmerkt John Kerry als komend minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten.

John Kerry wordt als Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken niet een kopie van de zelfverzekerde Hillary Clinton. Bij het zoeken naar de nieuwe wereldverhoudingen zal hij zich bewust zijn van zijn beperkingen.

Deze week gaf Kerry een voorproef van Barack Obama’s buitenlandse beleid in zijn tweede termijn. Hij wordt waarschijnlijk volgende week benoemd als minister. In een hoorzitting in de Senaat mocht hij voor het eerst praten over zijn plannen.

De Senaat moet iedere ministersbenoeming goedkeuren, maar al snel bleek dat Kerry’s nominatie veilig is. De Democraat ligt als ervaren senator, en als goede vriend van John McCain, vrij goed bij de Republikeinen.

De VS moeten hun rol als supermacht aanpassen aan een veranderende wereld, zei hij. Amerika moet zich volgens Kerry meer richten op globalisering en het toenemende internationale gevecht om bestaansmiddelen.

„Iedere dag dat we onzeker zijn of we hier aan mee willen doen, is een dag waarin we onszelf verder verzwakken.” Kerry pleitte daarom voor „economisch patriottisme”.

Anders dan in 2009, toen Hillary Clintons termijn begon, lijkt de regering van Barack Obama niet met een duidelijk wensenlijstje de wereld in te stappen. Obama formuleerde een paar prioriteiten die centraal moesten staan in zijn buitenlandse beleid: ontspanning met de islamitische wereld, en nucleaire non-proliferatie. Er kwam weinig van terecht, onder meer omdat de regering sommige ontwikkelingen, zoals de Arabische opstanden, niet zag aankomen.

Kerry wees er donderdag op dat opstanden in de Arabische wereld de Amerikanen voor een dilemma stellen. Ze schopten een wankel evenwicht in het Midden-Oosten in de war, en leidden tot het einde van een bevriende dictator als Hosni Mubarak. „Een fruithandelaar in Tunesië die de Arabische opstanden in gang zette, wilde waardigheid en respect. De jeugd op het Tahrirplein, die Egypte de revolutie bracht, stond voor de honger van een generatie om mee te besturen. De ontwikkelde landen kunnen meer doen om aan deze wensen tegemoet te komen.”

Kerry aarzelde een paar keer toen hem werd gevraagd om zijn visie op buitenlands beleid. Hij zei dat hij klimaatverandering en voedselverdeling even belangrijk vindt als de strijd tegen terrorisme. Maar ervaren als hij is, waakt hij voor grote woorden. Kerry is bijna 29 jaar senator, en sinds vier jaar voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken. Als senator was hij soms bijzonder kritisch over het buitenlands beleid van Obama. Zo noemde hij het sturen van meer troepen naar Afghanistan een „onhoudbare” strategie. Wel is hij voor een harde lijn om Iran ervan te weerhouden verder te gaan met het atoomprogramma.

De huidige minister, Hillary Clinton, werd een dag eerder in het Capitool ter verantwoording geroepen over de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi, waar in september vorig jaar vier Amerikanen gedood werden.

Volgens sommige Republikeinen probeerde Clinton – samen met anderen – de aanval bewust als een spontaan protest te kenschetsen, niet als terrorisme. Toen senatoren er over doorvroegen, barstte Clinton uit: „Er zijn vier Amerikanen dood. Wat maakt het uit hoe het ging?”

De Republikeinen hebben Clinton, een Democratisch boegbeeld, altijd gewantrouwd. Kerry ligt veel beter. Hij riep op de politieke vetes opzij te zetten en samen te werken. „Het is belangrijk om aan de rest van de wereld te laten zien dat we wel dingen voor elkaar kunnen krijgen.”

    • Guus Valk