Ik was niet de Dichter des Rampenlands

Als Dichter des Vaderlands schreef Ramsey Nasr ruim 20 ‘vaderlandse gedichten’. Hij werd bejubeld en verguisd en genoot toen hij merkte dat poëzie dus niet altijd voor een klein publiek is. Hij zal het Dichterschap missen. „Je krijgt veel meer gedaan dan als gewone dichter.”

‘Ik denk dat ik echt zal moeten afkicken.” Ramsey Nasr, nog een kleine week Dichter des Vaderlands, zegt het met spijt in zijn stem. Donderdagavond draagt hij na vier jaar het ambt over aan een andere dichter, die door een commissie is benoemd.

„Ik vond het fantastisch. Ik ga het zo lang mogelijk rekken. Nog een tijdje toelaten dat mensen zeggen: ‘U bent Dichter des Vaderlands? Toch?’ En dan denken: eigenlijk niet meer, maar vooruit.”

In zijn functie schreef hij 24 gedichten, onder meer over Vermeer, Calvijn, de aanslag op Beatrix, Mauro, de misstanden in de katholieke kerk en de dood van collega-schrijvers Vinkenoog, Komrij en Mulisch.

Dichter des Vaderlands levert enorm veel aandacht op, zegt hij. „Iedereen spreekt je aan. Er is ontzettend veel ontzag en respect voor de titel. Ik werd voortdurend met alle egards behandeld.” Hij lacht weer: „Voor een narcist is dat heel fijn.” Serieus: „Ik probeerde er nuchter onder te blijven, maar dat lukt niet. Daar ga je je toch naar gedragen. Straks ben ik weer gewoon burger. Maar eindelijk een betaalde baan!”

Hij zal ook moeten afkicken van het idee dat zijn „zintuigen voortdurend open staan.” De Dichter des Vaderlands reageert op de actualiteit, dus alles is potentieel een aanleiding voor een gedicht.

Het laatste jaar schreef hij minder. „De onderwerpen gingen zich herhalen. Mensen wezen op iets uit de krant en schreven: we wachten op een gedicht van u! Dat wilde ik niet meer. Verschillende keren heb ik geschreven over wat er mis was in Nederland, maar ik weigerde de Dichter des Rampenlands worden.”

De bundeling van gedichten die hij als Dichter des Vaderlands schreef, verschijnt volgende week. Maar twee andere projecten beschouwt hij als zijn belangrijkste erfenis. Ten eerste de zevendelige cd-box met door hem voorgedragen gedichten, een dwarsdoorsnede van de Nederlandstalige poëzie, van de Middeleeuwen tot heden. Om te laten zien dat de dichters van het verleden nog relevant zijn.

Daarnaast presenteerde hij gisteravond op het Rotterdams Filmfestival 21 poëzieclips: verfilmde gedichten van onder meer Beets, Kloos, Leopold en Claus. Eveneens een poging om poëzie op een andere manier tot leven te brengen en het stof van vergeten gedichten af te blazen. Je hoort wel de stem van Nasr, maar hij is nauwelijks in beeld. Het zijn ultrakorte speelfilmpjes, met als acteurs onder meer Jack Wouterse, Tommy Wieringa en Nelleke Noordervliet. De gedichten staan in het gelijktijdig verschenen boek Dichter draagt voor, met een mogelijkheid om via de smartphone door te linken naar de video’s (QR-codes).

De Dichter des Vaderlands wordt ook geacht een ambassadeur te zijn voor de poëzie. Nasr: „Dat kan heel goed in deze functie. Het ambt is een perfect vehikel om poëzie geliefd te maken. Je krijgt veel meer gedaan dan als gewone dichter. Toen ik aankondigde die poëzieclips te willen maken en financiering zocht, werd dat aangekondigd als het ‘laatste project’ van de Dichter des Vaderlands. Dan komt er van alles los.”

Heel veel van wat hij wilde doen, is ook gelukt, blijkt als we doornemen wat hij zich vier geleden voornam.

Leraren kregen van hem op congressen te horen hoe met poëzie om te gaan. „Leerlingen krijgen op school vaak te horen dat hun interpretatie van een gedicht verkeerd is, omdat de dichter het zo niet heeft bedoeld. Dat is het ergste dat je kan zeggen. De dichter is er niet zo zeker van wat hij bedoelt. Daarom is het poëzie geworden. De taal is meerduidig.”

Een voornemen was om de maatschappij bij de poëzie betrekken, en andersom. „De vraag of dat gelukt is, kan ik niet beantwoorden. Maar we hebben vier jaar lang bijzondere politieke tijden doorgemaakt: met een financiële crisis, een culturele crisis, een identiteitscrisis. Daar wil ik wel over schrijven. Dat is de functie. Dat men me inmiddels een politiek dichter noemt, is een misverstand. Dat wil ik ook niet zijn.”

Het gedicht ‘Nieuwjaarsgroet’ schreef hij in een paar uur, op de ochtend dat het verscheen. De commissie-Davids had bekend gemaakt dat het parlement onjuist was voorgelicht over de Amerikaanse aanval op Irak in 2003. „Het is niet het meest gelaagde gedicht, maar de woede die eruit spreekt, voel ik nog steeds. Ik vind het nog altijd ongelofelijk dat premier Balkenende het parlement heeft voorgelogen om mee te kunnen doen aan de oorlog in Irak.”

Een andere uitspraak was dat hij wilde helpen zoeken naar onze nationale identiteit. „Dat thema bleek terug te komen in bijna alles wat ik deed. Ik heb het vrij rechtlijnig vastgehouden. Het interesseert me: wie zijn we, waar komen we vandaan.”

Een dag na zijn aanstelling schreef een columnist: oordeel niet altijd, maar maak ons blij! Nasr: „Zo wil je toch niet herinnerd worden, als een blije dichter? Als dat op je grafsteen komt te staan: hij was een blij mens…”

Nast liet ook meteen weten een zo groot mogelijk publiek te willen bereiken. Dat is hopelijk gelukt, zegt hij. „Als je in NRC Handelsblad staat, heb je een groot bereik. Punt. Als je dan ook nog eens een gedicht kan voordragen bij Pauw & Witteman … Niet dat ik mezelf zo graag op de voorgrond plaats, maar het gaat in tegen het idee dat poëzie voor een klein publiek is. Dat is het mooie.”

„Als je een reguliere bundel uitbrengt, verkoop je er duizend. In een mensenleven. Vijfduizend als je geluk hebt. Daar heb je jaren aan gewerkt. Nu gebeurt er iets, en báf, je schrijft een gedicht. Het gedicht wordt onderdeel van het nieuws. Dat is interessant. Het lijkt onzuiver, hybride, tegen de aard van poëzie in te gaan, maar dit hoort ook bij poëzie.”

En misschien een gedicht over Wilders, was ook de vraag. Laat hem nog maar even zweten, grapte Nasr toen. „Inmiddels weten we dat grappen niet volstaan. Over hem zijn wel woorden gevallen: ‘Ik eer mijn leiders hemelhoog, en ’t hoogst zit een fascist, die u en mij zo lang gedoogt – zo lang als hij beslist.’

De keerzijde van de functie is dat de Dichter des Vaderlands veel ‘bagger’, zoals hij zegt, over zich heen krijgt. Nasr moet grinniken. „In mijn nieuwe boek heb ik op de eerste en laatste pagina’s een collage gemaakt van ‘the voice of Holland’. Het is niet te geloven wat je leest.” Hij geeft een voorbeeld: ‘Ik dat het al dat ie een antisemiet is, maar nu weet ik het zeker.’ „De meest voorkomende kritiek is dat ik geen Nederlander zou zijn: ‘Hoe kan in godsnaam iemand met zo’n achternaam Dichter des Vaderlands worden?’ ‘Flikker op naar Gaza, ga daar je Hamas-gedichten lezen.’ „Puur racisme. Onfris.”

Raakt hem dat? „Ja en nee. Het glijdt van me af. Maar in een land dat groot is geworden met immigratie, oordeelt men nog op een naam? Ik heb alle kans om van me af te schoppen en me te bewijzen, maar wat kan meneer Ibrahim doen die een sollicitatiebrief stuurt?”

Ook collega-dichters konden zuur reageren. „Eigenlijk vond ik dat vervelender. Ik ben heel blij dat ik kan gaan acteren en uit de dichterswereld mag stappen. Ik heb ontzettend veel fijne, lieve collega’s. Maar een deel, dat vooral op blogs leeft, toont onversneden haat. Het gaat ook niet over standpunten, het is GeenStijl-niveau, op de man gespeeld.”

Verrassende dankbetuigingen waren er te over. De mooiste? „Mag ik vertellen wat de koningin zei?”, fluistert hij. Bij de opening van Het Huis van Europa in Den Haag in 2011 las Nasr zijn gedicht met die naam voor in aanwezigheid van de koningin en de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, Barroso. „De Koningin stelde mij voor aan Barroso, en ze introduceerde me op een manier waaruit bleek dat ze mijn poëzie echt had gelezen. ‘Humor is belangrijk in zijn werk’, zei ze, ‘maar alleen als middel om de ernst te onderstrepen’. Dat vond ik mooi.”

Het zit erop en dat is goed. „Het was zwaar. Ontzettend zwaar. Het is een onbetaalde voltijds erebaan. Als ik een gedicht publiceer, krijg ik betaald, maar het is geen vetpot. De stadsdichter van Amsterdam heeft een assistent en een budget, de Dichter des Vaderlands niet. Daar staat tegenover dat ik heel veel erkenning heb gekregen voor mijn werk en poëzie. Dat is dankbaar.”

Nog een wenk aan zijn opvolger. „Dit is bij uitstek een functie waarbij je je kunt laten gek maken. Iedereen probeert je te claimen, maar concentreer je op wat het belangrijkste is: je eigen poëzie te schrijven.”

Ramsey Nasr: ‘Mi have een droom. Alle vaderlandse gedichten.’ De Bezige Bij, € 19,90.

Ramsey Nasr: ‘Dichter Draagt Voor. 21 verfilmde gedichten.’ De Bezige Bij, € 7,50. De video’s zijn te zien op: dichterdraagtvoor.nl

    • Ron Rijghard