‘Het is onvermijdelijk dat je op Antarctica soms brokken maakt’

Rothera op Antarctica. Foto ANP / Brits ministerie van Defensie

NRC-journalist Lucas Brouwers is onderweg naar Antarctica, waar het eerste Nederlandse onderzoekslab wordt geopend. Hij blogt vanuit Chili. Hier zijn eerste blog.

Boven Antarctica is donderdag een vliegtuigje met drie Canadezen vermist geraakt. Er is geen contact meer met de bemanning en de zoektocht naar eventuele overlevenden werd bemoeilijkt door de harde storm. Vanochtend werden resten van het vliegtuigje teruggevonden, meldt CNN. Het is niet de verwachting dat iemand het ongeluk heeft overleefd.

In het Chileense stadje Punta Arenas heeft Alan Meredith, piloot voor het Britse Zuidpoolprogramma, besloten de vlucht van een Nederlandse delegatie naar een Brits onderzoeksstation op Antarctica met een paar dagen uit te stellen, vanwege een straalstroom (harde wind) boven het Antarctisch schiereiland. Zelfs met een volle tank zouden we maar de helft van de overtocht halen. We zijn uiteindelijk pas vandaag naar Antarctica vertrokken, terwijl daar gisteren het eerste Nederlandse onderzoekslab al officieel geopend had moeten worden. Maar de Nederlandse vertegenwoordiger binnen het Antarctisch verdrag René Lefeber en de directeur onderzoek en wetenschapsbeleid van het ministerie van OCW Leo le Duc, die bij de opening aanwezig moeten zijn, zaten ook nog vast in Chili.

In een hotel in Punta Arenas vertelde piloot Meredith gisteren hoe het is om boven Antarctica te vliegen:

“Het weer bepaalt alles op Antarctica. Op ijs kun je bijvoorbeeld alleen landen als de zon schijnt. Als het weer plots omslaat en je hebt maar brandstof voor een uur, zul je iets anders moeten bedenken. Misschien draai je om. Misschien vraag je satellietbeelden op bij de thuisbasis, zodat je op zoek kan naar een gat in het wolkendek. Je kunt hier niet vliegen zonder een plan B, en het liefst niet zonder een plan C. We zijn erg conservatief met wanneer we vliegen. Mijn filosofie is dat er niets is dat we niet tot morgen kunnen uitstellen.”

“Op Antarctica werk je vaak in onbekend terrein. Het is onvermijdelijk dat je bij het landen of opstijgen soms brokken maakt. Je kan bijvoorbeeld een steen raken met de voorste ski onder de neus, die je niet kan zien omdat hij onder het ijsoppervlak ligt. Landen op Antarctica is detectivewerk. Steeds stel je jezelf de vraag: waarom kan ik hier niet landen? Is de helling te steil, zijn er ijsspleten? Pas als je geen enkele reden kan vinden, zet je de landing in.”

“Ik ben begonnen als zweefvliegtuigpiloot. In een zweefvliegtuig houd je altijd rekening met weer en wind. Die achtergrond heeft me veel geholpen in Antarctica, zeker rond het bergachtige schiereiland. Je moet je de wind en luchtstromen in kunnen beelden om jezelf uit de problemen te houden, net als in een zweefvliegtuig.”

“Soms komt er een hoop geluk bij kijken. Drie jaar geleden vloog een DC-3 [propellorvliegtuig] letterlijk een berg in. Van het vliegtuig zelf was niets meer over, maar de drie inzittenden kwamen met de schrik vrij.”

“Ik ken de piloot van het vliegtuig dat nu is neergestort goed… Kijk, niets aan Antarctica is gewoon. Niets op Antarctica is vanzelfsprekend. Je geeft Antarctica een duimbreed, en zij neemt je leven. Wij profs doen vaak alsof ons werk makkelijk is. Dat is niet zo. Antarctica is geen vergevingsgezinde plek. Als het fout gaat, gaat het vaak heel snel heel erg fout. Een sneeuwbal ontketent een lawine, vergeef me de uitdrukking.”

“De piloot die is neergestort vliegt al net zo lang hier beneden als ik. Hij heeft tien jaar ervaring in Antarctica. Hij was nog niet droog achter zijn oren of hij vloog al rond de Noordpool. Er zijn nu 48 uur voorbij gegaan zonder een teken van leven. Dat is geen goed teken.”

“Ik beschouw mezelf nog steeds als groentje. Als je voor het eerst solo gaat, denk je dat je al heel wat weet en nog een beetje kan leren. Na 35 jaar vliegen weet ik dat er nog ontzettend veel te leren valt.”

    • Lucas Brouwers