Het is omgekeerd: de mens als dier

In de opeenvolging van denkfouten die ten grondslag liggen aan het artikel over dierenliefde (Opinie&Debat, 19 januari) is het idee dat de mens het dier zou vermenselijken de belangrijkste misser.

Darwin wordt aangehaald, met de – niet door hem, maar door de liberale econoom Herbert Spencer verzonnen – zinsnede the survival of the fittest.

Hiermee willen de schrijvers van het artikel het zelfregulerende principe van de natuur benadrukken: de soorten die zich het best aanpassen, overleven. Menselijke bemoeienis met de natuur zou dus onnodig en onwenselijk zijn.

In onze maatschappij zou het dier vermenselijkt worden. Dankzij Darwins evolutietheorie is daarentegen duidelijk geworden dat de mens zelf niet méér dan een dier is. De mens is vanuit eencellige organismen geëvolueerd, net als alle andere dieren.

Het is dus niet ‘het dier als mens’, maar de mens als dier.

Een veelvuldig gehoord weerwoord hierop is dat de mens moreel en beschaafd is. De mate van beschaving van een samenleving zou kunnen worden afgemeten aan de omgang van mensen met dieren.

In dat geval moeten wij ons schamen.

Het is een niet vol te houden idee dat wij ons niet zouden moeten bemoeien met de ‘natuur’, aangezien de grenzen tussen natuur en cultuur zijn vervaagd. De bio-industrie is door de mens gecreëerd. Zijn wij hier dan niet verantwoordelijk voor?

Laten we de discussie over de menselijke omgang met dieren dus zeker wel voeren, maar dan met het doel een structurele oplossing te vinden voor de bio-industrie in plaats van ons gedrag te legitimeren door te pas en te onpas Darwin aan te halen.

Marij de Wit

Student geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, met het sociaal- Darwinisme als specialisatie

Onderbouw bijdragen over dierenethiek beter

De auteurs van het artikel over dierenliefde suggereren dat het lijden van individuele dieren niet moreel relevant is. De geschiktste soort overleeft immers toch. Ze vinden desondanks dat we niet alles met dieren mogen doen. Hierbij beroepen ze zich op het integriteitsprincipe, maar waarom is dit wel een moreel valide principe en welzijn van dieren niet? Waarom het antispeciësisme verwerpen, ten voordele van Rawls’ sluier van onwetendheid? Volg je de suggestie van de auteurs consistent, dan kom je uit op gelijke morele status voor dieren. Weet je niet of je een varken of een mens zou zijn, dan zorg je immers dat varkens goede levens hebben. Onderbouw bijdragen over dierenethiek beter!

Bernice Bovenkerk

Frederike Kaldewaij

Ethiek Instituut van de Universiteit Utrecht