GroenLinks verloor al vóór de verkiezingen

GroenLinks raakte niet plotseling in verval. Ook onder oud-leider Femke Halsema behandelden Kamerleden de rest van de partij al met dédain.

persfoto: king

Gebrek aan regie. Geen politieke strategie. Geen eendracht, geen samenwerking binnen de partij. Dat zijn volgens de evaluatiecommissie van GroenLinks de directe verklaringen voor het slechte resultaat bij de afgelopen verkiezingen. In combinatie met de eindeloze conflicten en verdeeldheid binnen de Tweede Kamerfractie.

De evaluatiecommissie van Nel van Dijk oordeelt genadeloos over het functioneren van GroenLinks in de afgelopen twee jaar. Huidig fractievoorzitter Bram van Ojik vatte het gisteren tijdens de presentatie samen: „Hard en eerlijk.”

Het trauma over de afgelopen periode bleek zo groot, dat zelfs zittende parlementariërs van GroenLinks het evaluatierapport van de commissie-Van Dijk niet vooraf ter inzage kregen. Want informatie lekken naar journalisten, dat past niet bij GroenLinks, vindt de commissie. Of zoals dat in het evaluatierapport heet: „Je eigen zaakjes regelen of persoonlijke grieven ventileren in de media.”

Uit voorzorg kregen dus alleen de huidige fractievoorzitter Bram van Ojik en interim-partijvoorzitter Eduard van Zuijlen het rapport gisteren al vóór de presentatie te lezen.

Het rapport gaat verder terug dan het leiderschap van Jolande Sap. Al bij de verkiezingen van juni 2010, waar GroenLinks onder het leiderschap van Femke Halsema tien zetels haalt, is de uitgangspositie van de partij ongunstig, schrijft de commissie. Aan hardnekkige meningsverschillen, onder andere over ontslagrecht en de WW-duur, besteedt ze weinig aandacht. Teambuilding zit er ook niet in, terwijl van de tien fractieleden er zes nieuw zijn.

Onder Halsema is de Tweede Kamerfractie verwijderd geraakt van de rest van de partij, concludeert Van Dijk. De Kamerleden behandelen de rest van de partij met dédain. Meermalen neemt de fractie standpunten in die het congres niet steunt. Onder Halsema is dat bijvoorbeeld het voorstel dat een referendum in Nederland mogelijk moet zijn. Bij andere onderwerpen zijn grote minderheden tegen. De steun aan de Afghaanse trainingsmissie in Kunduz is symbool geworden van een mokkende GroenLinks-achterban.

Na Halsema’s vertrek stapelen de incidenten zich op. De energie van de fractie gaat vooral op aan interne aangelegenheden. De grootste GroenLinks-fractie sinds 2002 „is er niet in geslaagd veel indruk te maken”, schrijft Van Dijk. Terwijl Sap zich al die tijd laat voorstaan op haar doelgerichtheid: „Ik zit in de politiek om resultaten te bereiken”, zegt ze steeds in interviews. Ondertussen is de eenheid binnen haar fractie ver te zoeken, en bestaan over haar leiderschap al twijfels sinds ‘Kunduz’.

De illustratie van het groeiende wantrouwen is Tofik Dibi, die zich na de val van het kabinet in het voorjaar van 2012 kandidaat wil stellen als lijsttrekker. Het partijbestuur wil zich aan de regels houden, en dus geen lijsttrekkerverkiezingen organiseren. Prominente GroenLinksers bemoeien zich publiekelijk met dat besluit, waarna er toch een referendum komt. De ‘Noord-Koreaanse’ winst van Sap compenseert de slechte pers niet. Al met al, concludeert de commissie, waren de verkiezingen al vóór de campagne verloren.

Pas ruim drie weken na de verkiezingen, het is dan begin oktober, stapt Jolande Sap op. Daags erna volgt het partijbestuur. Over die periode tussen verkiezingen en aftreden is de commissie hard: Sap had direct moeten vertrekken, gezien het gebrek aan vertrouwen bij de rest van de top. Het partijbestuur had daar verantwoordelijkheid moeten nemen: „Een cruciale fout waaruit het gebrek aan professionaliteit blijkt.”

Opdracht van de commissie-Van Dijk was om de evaluatie zo open en kritisch te schrijven, dat er geen vragen meer zouden overblijven. Dat de partij echt verder zou kunnen. Maar uit het rapport valt af te lezen dat de evaluatiecommissie geen extra schade heeft willen toebrengen aan mensen die nog wel politiek actief zijn.

De kritiek op Tweede Kamerlid Jesse Klaver, hij was campagneleider, is bijvoorbeeld mild. Die campagneleiding had hij niet moeten combineren met zijn kandidatuur voor de Tweede Kamer, vindt de commissie.

Vergelijkbare kritiek krijgt Tof Thissen, voorzitter in de Eerste Kamer. Hij was al vroeg te hulp gevraagd bij de conflicten in de Tweede Kamer. Daarna zat hij de kandidatencommissie voor, en hield hij vast aan het negatieve advies over Tofik Dibi als kandidaat-lijsttrekker. „Moeilijk verenigbare posities.”

De partijtop hoopt nu dat leden én kiezers het waarderen dat GroenLinks zo openlijk hard voor zichzelf is, met dit rapport. Het bestuur kwam gisteren gelijk met een lijstje verbeteringen, waarover de leden op 3 maart kunnen stemmen. En, zei Bram van Ojik, deze openheid hoort nou eenmaal bij GroenLinks: „Wij blijven een transparante partij.”