Elf jaar later en nog steeds herkend op straat

In Salt Lake City reed Gerard van Velde in 2002 in een wereldrecord naar olympisch goud op de 1.000 meter. Nu keert hij er terug, als coach van drie rijders op de WK sprint. „Ik heb het allemaal zelf doorleefd.”

Twee oud-topsprinters, één gedachte. „Jullie reizen later naar Salt Lake City dan de rest”, constateert Erben Wennemars in de aanloop naar de WK sprint. „Anders ben je daar veel te vroeg, joh”, reageert Gerard van Velde. „Dan kak je net voor de WK in.” Wennemars snapt zijn oude rivaal. „Salt Lake is saai man.”

Wie weet beter dan Van Velde hoe belangrijk details voor een sprinter zijn? Zelf jarenlang topsprinter, gedesillusioneerd gestopt, teruggekomen, olympisch kampioen en nu succesvol als coach, dit weekend bij de WK sprint in Salt Lake City.

Uitgerekend in de Utah Olympic Oval, waar ‘gouden Gerard’ elf jaar geleden met ontblote torso juichte na zijn gouden race op de 1.000 meter. „Als je hier aankomt, gaan de herinneringen terug. Je kunt alles wel voor jezelf afsluiten. Maar het is de mooiste prestatie van mijn carrière. De dag waarop mijn hele leven is veranderd. Daar wil ik graag bij stil staan. Zo zit ik in elkaar. Die ene dag heeft zoveel consequenties gehad.”

Herinneringen? „Het in vorm zijn en altijd maar vierde worden. Vierde bij mijn eerste Spelen in 1992. Vierde bij de wereldbekerfinale, in het wereldbekerklassement, bij WK afstanden en WK sprint. Net niet. Voor mijn gevoel was de 500 meter in Salt Lake mijn laatste kans op een medaille. Weer vierde, op twee honderdste! Mensen zeggen ‘je bent vierde, goed man’. Precies het verkeerde. Mijn grootste teleurstelling sinds tijden. Twee dagen ‘weg’ geweest, toch weer opladen voor die 1.000 meter. Ik was gefocust om het maximale uit mezelf te halen. Reed voor elke centimeter.”

De rest is geschiedenis: 1.07,18, wereldrecord. „Iedere favoriet na mij brak het bij de benen af. Ze waren verlamd. Jeremy Wotherspoon deed zijn oefeningen nog wel. Maar het besef is er al: ik word geen kampioen. Dan komt bij jezelf ook het besef. Met alles wat er voorafgaand is gebeurd, los van de prestatie, maakt dat het voor mij nog veel specialer.”

Olympisch kampioen, nationale held. „Ik had zo’n impact niet verwacht. We zijn elf jaar verder, ik word door Nederland nog steeds herkend. De buitenkant. Maar je houdt er ook een bepaald geloof in jezelf aan over.” Ooit begon hij aan een boek, over de achtergrond van zijn succes na een bijzondere comeback in 2000. Het boek is niet af. „Er is op de achtergrond veel gebeurd met mij. Het blijft emotioneel, iets ongelofelijks.”

Over persoonlijke dingen praat hij nog niet. „Dat is iets voor een boek.” Wel over de kritiek op de schaatser Van Velde. „Er is wat gezegd over mij, hoor. Nou, dit was een dik vet wereldrecord, snelste rondje ooit. Ook nog op de snelste, technisch moeilijkste baan. Met heel veel dingen heb je dan afgerekend. Als je geloof houdt, gaat het gebeuren. Dit was groter dan mijn hoofd of een ijsbaan. Het heeft te maken met het universum, hoe alles werkt. Heel speciaal. Bij de Spelen wint degene die op een gegeven moment moet winnen. Dat is bij mij gewoon gebeurd.”

H elpt die innerlijke overtuiging als coach? „Voor de jongens is het sowieso goed iemand om je heen te hebben van wie je weet dat hij dit heeft meegemaakt. Iemand die sporters aanvoelt en bepaalde dingen kan toevoegen op het juiste moment. Omdat je het zelf doorleefd hebt.”

Hij is nu al voor het vijfde jaar succesvol als sprintcoach. Drie schaatsers van zijn ploeg Beslist.nl – Michel Mulder, Hein Otterspeer en Mark Tuitert – plaatsten zich naast titelverdediger Stefan Groothuis (uit de ploeg Orie) voor de WK. „Alle Nederlanders zijn kanshebber.” Trots? „Ik ben heel trots. De laatste jaren is het sprinten in Nederland uitgegroeid tot iets moois. Blij dat het gelukt is.”

Nederlanders zijn van oudsher allrounders, geen sprinters. Tot pionier Van Velde in 1996 de Amerikaanse coach Peter Mueller naar Nederland haalde. Jan Bos, Erben Wennemars en Marianne Timmer bestormden de wereldtop, net als Van Velde na zijn bijzondere comeback. De kiem was gelegd. Nu domineert Nederland met twee ploegen het mondiale sprinten. „De jongens zijn nu zo ver dat ze kunnen winnen”, zegt Van Velde. „Dat zien ze ook. Dan wordt het eigenlijk alleen maar leuker.”

Jan Smeekens, die afgelopen weekeinde het Nederlands record op 34,32 bracht, leidt het wereldbekerklassement op de 500 meter. „Wij hebben een zeer hoog niveau op de 500 meter. De 35,2 van Ronald Mulder bij de NK is tot nu toe de beste die ik heb gezien dit jaar.” Smeekens en Ronald Mulder rijden voor de ploeg van Orie. Zijn eigen schaatsers? „Zie de 34,66 van Michel Mulder vorig jaar in Thialf. Een van de beste 500 meters ooit, absoluut vergelijkbaar met het wereldrecord van Wotherspoon in Salt Lake City [34,03]. Bij de WK gaan we gewoon tegen het wereldrecord aan. Natuurlijk.”

Coach werd hij in 2008 niet uit roeping maar bij toeval. „Ik verwonderde me dat Ronald en Michel Mulder niet werden opgepakt. ‘Maar die lui skeeleren’, hoorde ik dan. Nou en? Ik zag de stijl, de wilskracht en de atletische bouw van die gasten. Bepaalde ingrediënten die me al opvielen toen ik zelf tegen ze reed. Ze komen uit Zwolle, twintig kilometer bij mij vandaan. Verdomme, die lui kunnen veel verder komen, dacht ik.”

Collega-kampioenen als Gianni Romme en Marianne Timmer begonnen als trainer direct in de top. Van Velde als adviseur van gewestelijke rijders rond de tweeling Mulder. Pakken en trainingen regelen, sponsoring. „Regelmaat erin brengen, hoe ze moesten zoeken naar verbetering. En ik ging met ze meetrainen. Welke trainingen, op welke snelheden trainen? Technisch stapje voor stapje leren.” Bij de NK supersprint in 2009 reed hij zelf nog een keertje mee. „Muldertje zei nog: ‘ik moet me er niet af laten rijden door mijn trainer’. Toen opende hij voor het eerst in 9,7 of 9,8. Hij moest wel, joh.”

M et succes kwam weerstand. Van Velde mocht eerst niet op het ijs van de bond. „Mensen willen jou niet zien als trainer. Je bent atleet geweest, stoppen, wegwezen. De gevestigde orde denkt: ga je nu in één keer ons in de wielen rijden? Mensen gaan dan tegenstribbelen, dingen bedenken om het je moeilijk te maken. Moet je met Gerard niet doen. Dan voer je mij alleen maar. En financieel kon ik het wel volhouden.”

Het gewestelijk ploegje groeide uit tot de volwaardige commerciële ploeg Beslist.nl. Naast de broers Mulder boekte Van Velde progressie met Otterspeer, kortebaankampioen Jesper Hospes en Sjoerd de Vries. Zelfs Mark Tuitert leeft dit jaar op. „Hij was al in het begin van het seizoen goed. Een beetje over de top zelfs. Zo’n pittbull! Dan maakt hij zichzelf te druk, juist als je even rust moet houden in een bocht. Hindert niet. Een lastige vent om tegen te rijden. Ik kon mij ook goed motiveren tegen bepaalde mensen.”

Weer zo’n detail uit eigen ervaring, waarmee Van Velde zijn schaatsers voert. „Wanneer moet je iets toevoegen, wanneer iets weglaten? Daar is geen handboek voor.” Om zo dicht mogelijk bij hun beleving te staan, traint hij nog altijd mee. „Je moet zelf ook in vorm zijn. Ik wil bepaalde dingen blijven zien, vooral ook voelen. Als trainer ga je de dingen meestal beter zien, omdat je meer ervaring krijgt. Maar juist het voelen gaat achteruit. Ik ben nog altijd een prima testpaar voor mijn schaatsers. Dat eis ik ook van mezelf.”

Ziekelijk perfectionistisch, zoals collega-coach Geert Kuiper hem noemde? „Ja, vooral als ik weerstand krijg. Dan laat ik me juist niet aan de kant zetten.” Topcoach? „Zegt me niets. Het is wat uit de hand gelopen joh. Die jongens van mij hebben zichzelf gemaakt. Wij hebben elkaar gemaakt. Dat is het mooiste van allemaal.”