Doping onder de kurk

Harold Hamersma heeft een tip voor wielrenners: rode wijn maskeert het testosterongehalte.

Wat betreft de berichtgeving rondom de affaire Lance Armstrong heeft ook deze krant zich niet onbetuigd gelaten. Op de sportpagina’s stond vorige week een opmerkelijke foto: Epo Non, Chablis Oui, stond er op een bord langs de kant van de weg waarmee toeschouwers protesteerden tegen dopinggebruik in de Tour de France van 2007: Epo nee, Chablis ja. Of het peloton, dat destijds de noordelijke wijnstreek van de Bourgogne doorkruiste, daar oog voor heeft gehad, valt te bezien. Als voormalig vrijetijdswielrenner weet ik dat je dan wel wat anders aan je hoofd hebt. Helemaal als je aan het klimmen bent, zoals in de glooiende Chablis.

De foto bracht herinneringen boven aan mijn eigen klauterpartijen op de racefiets. Door de inspanning raakte ik bijkans in trance. Een trance die onder meer de jukebox in mijn hoofd tot leven bracht. En die jukebox speelde tijdens zo’n beklimming zomaar een liedje dat acuut stopte als ik boven was. In die trance voelde ik een bijna devote bewondering voor de zweetdruppels op mijn eigen handen. Waren dit echt mijn eigen handen? Wat waren ze mooi!

Overigens zou de renner die Lance Armstrong naar de kroon had willen steken er verstandig aan hebben gedaan om ‘ja’ te zeggen tegen doping én wijn. En had Freddy Maertens (wielerfenomeen tussen 1973 en 1987) in het tijdperk van ‘The Boss’ gekoerst, dan had hij misschien zelfs een kansje gemaakt om Armstrong te onttronen. Tijdens Maertens’ carrière schroomde ook hij niet om van de verboden middelen te snoepen. Bovendien bediende hij zich van nog een geheim wapen. Naar verluidt dronk Maertens pal voor de eindsprint een bidon champagne leeg: hij meende dat dit als een turbo werkte. En dat zou best eens waar kunnen zijn.

Onderzoekers op de Indiana University Center for Sports Medicine menen dat het drinken van maximaal één glas alcoholhoudende drank voor het sporten van positieve invloed kan zijn op de te plegen inspanning. Alcohol heeft een licht stimulerende werking op het hart, het zorgt voor een verwijding van de bloedvaten en ontspant de spieren.

Bij Maertens bleek drinken tijdens het sporten ook effectief: hij is twee keer wereldkampioen geworden. In deze tijd zou hij niet uit handen gebleven zijn van de dopingautoriteit. Of hij had rode wijn in zijn bidon moeten doen.

In de Amerikaanse Wine Spectator las ik namelijk over de invloed van rode wijn op het testosterongehalte. Tijdens dopingtests worden de testosteronwaarden in urine gemeten. Onderzoekers van de Universiteit van Kingston in Londen ontdekten dat deze veel lager waren als de proefpersonen rode wijn hadden gedronken. Zij schreven dat toe aan quercetine, een stof in rode wijn die niet alleen planten beschermt tegen schadelijke schimmels, bacteriën en virussen, maar er ook voor zorgt dat er minder testosteron in de urine wordt gemeten. De onderzoekers vonden hun conclusies belangwekkend genoeg om deze te delen met het WADA, het Wereld Anti-Doping Agentschap.

Kortom, rode wijn drinken is er voor topatleten eerdaags ook niet meer bij. In ieder geval niet in het openbaar. Men zou eens kunnen denken… Als goedwillende amateur hoef ik mij daar geen zorgen over te maken. En daarom schenk ik nog maar eens in. Om een beetje in de sfeer te blijven, kies ik voor een Omfietswijn uit de gids van Nicolaas Klei. Wel een rode natuurlijk. En dan dus niet om mijn testosteronwaarden te maskeren, maar puur om te genieten van wat in 2011 de corvinadruif te bieden heeft. Volgens Klei is deze rosso uit het Italiaanse Veneto „vrolijk, fruitig, slank, sexy en charmant”. De naam ervan: Casa Nostra.

Casa Nostra, dat klinkt als maffia. Verderop in diezelfde krant staat ‘bloeddopingmaffia’ bij een foto van de Italiaanse dopingarts Michele Ferrari. Dat ik Casa Nostra en bloeddoping meteen met elkaar associeer, is volledig voor mijn rekening.