Opinie

Doodsbenauwd voor de polder

Het polderoverleg schijnt weer tot leven te zijn gewekt en ik weet niet of ik nou blij moet zijn of doodsbenauwd. Wat bent u?

Je kunt er natuurlijk opgewekt naar kijken. Het is fijn als de lobbyclubs van het bedrijfsleven het eens worden met de vakbonden en met het kabinet over vervelende ingrepen. Zoals de versobering van de werkloosheidsuitkering die in het regeerakkoord staat. Dan kunnen de mensen wel kwaad zijn, maar dan heb je minder kans op een Museumplein of Malieveld vol met de mensen. De bonden zijn immers akkoord en die organiseren doorgaans die protesten.

Een sociaal akkoord levert draagvlak, en dat is voor een kabinet dat in vier jaar tijd 16 miljard euro wil bezuinigen van immense waarde. De oppositie in de Eerste en Tweede Kamer kan effectief de mond worden gesnoerd. „Leuk, uw sociale CDA-geluid, meneer Buma, maar de bonden zijn akkoord.” Een sociaal akkoord geeft rust. En rust is fijn voor de economie, zeggen de polderfans.

Maar je kunt er natuurlijk ook met angst en beven naar kijken. Juist omdat een akkoord het kabinet veel waard zal zijn, is de kans groot dat er van alles in het akkoord sluipt waar u en ik niet op zitten te wachten. De lobbyclub van Bernard Wientjes is allesbehalve de vertegenwoordiger van alle bedrijven in Nederland. Hij is toch vooral de vertegenwoordiger van de grote bedrijven. Die twee – klein en groot – hebben bepaald niet altijd dezelfde belangen.

En de vakbonden vertegenwoordigen steeds minder werknemers. De behoudzucht van de bonden spreekt net zoveel werknemers wel aan als niet. De vakbonden hebben de neiging vooral op te komen voor de rechten van ouderen.

Wat de onderhandelingen over een sociaal akkoord extra angstaanjagend maakt, is dat er zo ontzettend veel op tafel ligt. De bouwsector moet aangejaagd, de hypotheekrenteaftrek versoberd, de banken geholpen, net als de pensioenfondsen, de WW en het ontslagrecht versoberd, en flexwerkers beschermd. En dan is er nog een quotum voor bedrijven om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, de verhoging van de WW-premie, de samenvoeging van de bijstand en de sociale werkplaatsen. Er ligt zoveel op de onderhandelingstafel, zoveel plannen, oneigenlijke wensen, belangen, en terechte zorgen, ... het lijkt de Europese Unie wel. En uit die onderhandelingen komt ook zelden iets fraais. „Geef jij mij een ‘Financiële Transactietaks’ (Duitsland), dan geef ik jou ‘Behoud van landbouwsubsidies’ (Frankrijk).” Intussen hebben Nederland en Engeland het nakijken (willen geen transactietaks en geen subsidies).

Zulke uitkomsten dreigen hier ook. Voor je het weet zitten we met een geprivatiseerde WW. Of met pensioenfondsen die investeren in de hypotheken van onze banken in ruil voor soepeler rekenregels en lagere kortingen. Of met een paar hervormingen die niet doorgaan. Moeten we met dat alles blij zijn?

Cruciaal in de onderhandelingen is de grootste vakbond van Nederland, de FNV. De bond mag nog wiebelig zijn van alle interne ruzies, de onderhandelingspositie van de FNV lijkt sterk. De PvdA zit er absoluut niet op te wachten dat politieke concurrent SP samen met de FNV vier jaar lang gebroederlijk actievoert tegen ‘de sociale woestijn’ die de PvdA aanricht in Nederland.

De PvdA hoopt erop dat de bonden de kans aangrijpen de harde ingrepen te verzachten met hun handtekening. Maar invloedrijke FNV-bestuurders hebben de afgelopen jaren indringend duidelijk gemaakt nooit meer met een sociaal akkoord naar de achterban te gaan waarvan de slogan is: „Door ons is het minder erg geworden.” Zo van: „Ja, we zijn akkoord gegaan met een volwaardige WW-uitkering van maximaal 1,5 jaar, maar het kabinet wilde het terugbrengen naar 1 jaar.” No way.

De termijn van FNV-voorman Ton Heerts loopt op 30 april af. De FNV-leden kiezen in mei per referendum de eerste voorzitter van de nieuwe FNV. Wie daar de meeste stemmen voor levert? De opstandige bonden Abvakabo en Bondgenoten. Slaat Heerts te enthousiast aan het polderen, dan wordt hij direct teruggefloten. Zo bezien is Heerts de komende maanden the man to please. Doodeng, die polder.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie