Dimmen

D e heer Jan de Jong van de NOS wil aangepaste commentaar bij wielerwedstrijden. Niet meer dat heroïsche loeien, meer kritische geluiden. Dus als Tom Jelte Slagter straks op Alpe d’Huez Alberto Contador uit het wiel rijdt, horen we in de huiskamer hooguit wat gregoriaans gemompel van Maarten Ducrot.

Geen stemverheffing.

Voor Maarten kan het geen probleem zijn: toch al geboren mompelaar.

Als heroïek niet meer mag, kan de NOS het wielrennen beter schrappen. Zet dan een verslaggever in het spoor van Epke Zonderland – met één welgemikte kreet bij de afsprong is alles gezegd. Of koop de uitzendrechten van biljartwedstrijden. Daar mogen verslaggevers alleen fluisteren. Ben de Graaf was daar een meester in.

Thuis brommen, op televisie fluisteren.

Kunnen we nog wel verder met verslaggevers van schaatstoernooien? Lyrischer kom je het zelfs in de wielersport niet tegen. De stem altijd in overdrive bij de eindsprint van Sven Kramer. Galmende commentaren in Thialf. Zo galmend dat het ijs scheurt.

En dan is er nog Jack van Gelder die in Langs de Lijn anderhalf uur lang als een schreeuwlelijk staat te juichen bij balcirculatie van Ajax. Jack verdient een stadionverbod wegens ondraaglijke geluidshinder. Zijn sigaar mag overigens ook niet.

Kortom, onze nationale sportzender wil dat verslaggevers toon en tempo houden van het radioprogramma Met het oog op morgen. Kabbelende, dienende teksten, want informatie mag zo laat op de avond vooral niet in een schrikbewind eindigen.

De euro, de NAVO en Rutte halvelings als slaapliedjes.

Nederlandse wielerliefhebbers schakelen geregeld over naar de VRT omdat daar iedere pedaalslag al heroïsch is. Verslaggever Michel Wuyts stort zich als een razende tiet in de koers en laat zich door zijn gehoor helemaal leegzuigen. Hij grossiert in tremolo’s. Clichés en platitudes verkoopt hij als heroïek van de eigen navel. In zijn commentaarhokje wordt het nooit stil. Glasramen trillen mee op de cadans van ongebreidelde emoties.

Wijlen Theo Koomen was een bange stotteraar, vergeleken met Wuyts.

Op Franse zenders regent het tijdens de Tour ook halleluja’s. Thomas Voeckler die mee is in een waaier, en de hele wereld staat op zijn kop. Zelfs een oud-renner als Laurent Jalabert kan dan het kinderlijke kraaien niet laten.

Wielerverslaggeving op televisie kan iets gedempter, dat geef ik Jan de Jong graag toe. Maar dat wil nog niet zeggen dat de heroïek uit de koers moet worden genomen. Of dat elke snijdende demarrage na 200 kilometer wedstrijd naar het rijk der verdachtmakingen moet worden verwezen. Zeg er dan meteen bij dat de kijker een erbarmelijke sukkel is.

De dopingbiechten hebben niet alleen renners en ploegleiders ontredderd, ook sommige media zijn behoorlijk aan het zwalken gegaan. Tot in de verleiding van emotionele censuur.

Ga dan pingpongen.

Ik wil niet denken aan de bloedwaarden van Philippe Gilbert als hij straks op de Poggio naar de zege in Milaan-Sanremo snelt. Wielersport veronderstelt onbevangenheid, anders is er niets aan. Verslaggevers die alleen nog de stand van de ketting bestuderen, moeten voor Zembla gaan werken.

Oog voor heroïek is het wezen van cyclisme. De Aubisque en de Mont Ventoux beklimmen is van een andere orde dan een balletje trappen. Ik ben nog nooit een voetballer tegengekomen die na de wedstrijd scheel zag van het snot. Andy Schleck in volle klim daarentegen vergaat van snot.

Toch zal de NOS-commentator zijn uitputtingsslag niet meer als heroïsch mogen kenmerken.

De biecht van Lance heeft niet alleen het peloton ontredderd, het lijkt erop dat hij ook de NOS een keurslijf heeft aangepast.

Armstrong en journalistieke metiertrots: altijd al water en vuur.