De waarde van het dividendaandeel

Beleggers rekken het begrip ‘vluchthaven’ behoorlijk op, zo bleek vorige week in deze column. Staats- en bedrijfsobligaties zijn zo duur geworden en leveren veelal zo weinig rente op, dat zij steeds meer geld steken in aandelen van bedrijven uit opkomende economieën.

Vooral dividendaandelen zijn populair; die leveren tenslotte ook inkomen op. En ze zijn vaak nog relatief goedkoop, in tegenstelling tot obligaties. Obligatiekoersen van 115 zijn heel gewoon geworden. Als je een lening op die koers koopt, lijd je in principe een verlies van 15 procent wanneer hij afloopt en wordt terugbetaald.

„Ik snap dat punt van verlies niet”, twittert Peter Verhaar, medeoprichter en oud-directeur van internetbroker Alex. „Je moet altijd denken in effectief rendement.” Als voorbeeld noemt hij een bedrijfsobligatie van ABN Amro die afloopt in 2021 en ieder jaar een rente vergoedt van 6,375 procent.

Die lening kocht Verhaar „met zeer veel plezier” op een koers van 116. Want het ‘verlies’ van 16 moet je uitsmeren over de resterende looptijd van acht jaar. Als je dat verrekent met de jaarlijkse rente kom je op een effectief rendement van 4 procent per jaar. De formule voor die berekening is te vinden op het web, bijvoorbeeld op FinanceFormulas.net.

„Acht jaar vind ik te lang”, zegt particulier belegger Hans Koolschijn. „De kans is erg groot dat de rente in die periode omhoog gaat, en dan zullen de obligatiekoersen gaan dalen.” Koolschijn belegt liever in dividendaandelen van solide ondernemingen die om wat voor reden dan ook, onder hun werkelijke waarde noteren.

Tot dusver kocht hij Amerikaanse dividendaandelen omdat hij alleen daarover goede informatie kon vinden: een lijst met US Dividend Champions op de website DripInvesting.org. Maar onlangs ontdekte Koolschijn dat Standard & Poor’s indices van Dividend Aristocrats bijhoudt voor de VS, Canada, Europa en Azië.

De Amerikaanse S&P 500 Dividend Aristocrats-index is het strengst: daar mogen alleen bedrijven in die al minstens 25 jaar achtereen dividend betalen en dat ook nog ieder jaar hebben verhoogd.

Elders op aarde zijn er domweg te weinig van zulke aristocraten te vinden. In Canada word je al aristocraat door vijf jaar achtereen je dividend te verhogen, en dan mag je die verhoging ook nog eens maximaal twee jaar overslaan.

In Azië vond Koolschijn überhaupt weinig dividendbetalers: slechts twaalf fondsen, allemaal uit Australië, waarvan er maar één een beurswaarde heeft van meer dan twintig miljard dollar en een koers/winstverhouding van minder dan 20 – twee drempels die hij zelf hanteert voor de selectie van zijn aandelen.

Met een goede portefeuille is een dividendrendement haalbaar van 3 procent per jaar, schat Koolschijn – één procentpunt minder dan met Verhaars ABN Amro-obligatie.

Maar vooral Amerikaanse bedrijven kopen vaak eigen aandelen in en dan komt er nog een buy-back yield bij.

Langs die weg geeft een aandeel McDonald’s een totaal effectief rendement van 5 procent, zo heeft Koolschijn uitgerekend.

    • Joost Ramaer