De omgekeerde wereld: Alfa gebruikt Japanse techniek.

Jarenlang imiteerden Japanse autofabrikanten fanatiek het westen. Zo kwamen ze aan hun stigma van copycats. De Lexus LS 400, de eerste Japanse topklasser van Europees kaliber, was in 1989 net een Mercedes S-klasse. De MX5, het retro-roadstertje van Mazda, was mede geïnspireerd op de zeer Britse Lotus Elan. Dat ‘kopieergedrag’ – tussen aanhalingstekens, want er kwamen soms superieure auto’s van – voedde aan deze kant van de oceaan het stiekeme geloof in Europese superioriteit.

De gezagsverhoudingen kantelen. Alfa Romeo, met inbegrip van Italianità, komt in 2015 met een tweezitter op basis van het volgende model MX5. Onder het Italiaanse ontwerp zal Japanse techniek schuilen. Meesterlijke techniek; de MX5 behoort tot de beste kleine sportwagens op de markt.

Het zou goed nieuws moeten zijn. Toch blijft het een enorme cultuurschok, zelfs als Alfa zelf de motor bouwt, zoals beloofd. De nieuwe Alfa Spider, zoals hij in de traditie van het merk vast zal gaan heten, wordt een halve Japanner. Je vraagt je af of Alfa-oudgedienden het zullen slikken. Denk aan het kooswoord voor hun auto’s: ‘raspaardjes’. Het is een impliciete, vaag xenofobe verwijzing naar genetische zuiverheid. Japanse waar kan vanuit dat perspectief bezien niet authentiek zijn; echt zijn alleen ‘wij’.

    • Bas van Putten