Davos: massaal én exclusief

Morele thema’s staan hoog op de agenda van het jaarlijkse netwerkfeest in het Zwitserse Davos. Maar voor veel aanwezigen gaat het om het leggen van zakelijke contacten, het opdoen van ideeën of het lobbyen voor een nieuwe baan.

De fine fleur uit de politiek, het bedrijfsleven en de wetenschap bijeen in Davos. Foto’s AFP,Bloomberg

Voor liefhebbers is dit het ultieme netwerkfeest: vier dagen lang met 2.500 ondernemers, beleidsmakers en academici samenkomen in het Zwitserse wintersportplaatsje Davos. Massaal en tegelijk exclusief. Contacten leggen, ideeën opdoen, kaartjes uitwisselen en praten, praten, praten en nog meer praten. Met collega’s, concurrenten en hoogvliegers uit zakenleven en politiek.

Het bedrijfsleven is dominant. En maatschappelijke en morele thema’s staan opvallend hoog op de agenda. Volgens het officiële motto, dat in het moderne congrescentrum overal op de muren staat, streeft het World Economic Forum niets minder na dan „het verbeteren van de staat van de wereld”.

Een enkeling blijft nog wat langer om te skiën, maar voor het merendeel van de zakelijke en financiële elite in Davos is het jaarlijkse uitje zondag weer voorbij. Grote bedrijven tellen honderdduizenden euro’s neer om erbij te mogen zijn, individuele deelnemers ruim 20.000 euro. Veel belovend jong talent wordt uitgenodigd gratis deel te nemen, net als politici en academici. Ook journalisten betalen geen toegang.

„In Nederland heerst een licht wantrouwen ten opzichte van dit soort organisaties”, zegt Coen van Oostrom, een projectontwikkelaar die 27 was toen hij zijn eigen bedrijf OVG oprichtte, en nu in de Quote 500 staat. „Het heeft te maken met het wantrouwen tegen elites. Dat is jammer, want hier ontmoeten mensen uit het bedrijfsleven, de politiek en maatschappelijke organisaties elkaar. In Nederland staan de verschillende delen van de samenleving veel te veel met de rug naar elkaar toe.”

Van Oostrom, nu 43, werd in 2007 uitgenodigd om toe te treden tot de Young Global Leaders, een junior netwerk van het World Economic Forum. Inmiddels noemt hij het jaarlijkse bezoek aan Davos „mijn kompas, aan de hand waarvan ik mijn persoonlijke doelen stel. Je hebt hier toegang tot de allerbeste denkers uit politiek en zakenleven. Ze vertellen je wat er gaande is in de wereld, en ze houden je een spiegel voor. Hier word je geconfronteerd met de vraag hoe geld verdienen zich verhoudt tot de impact die je hebt op de wereld.”

Voor hemzelf, zegt Van Oostrom, is zijn geloof in duurzaam bouwen bijvoorbeeld terug te voeren op zijn jaarlijkse bezoek aan Davos. „Ik twijfel er niet aan dat in deze tijd iedereen zal worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid voor de wereld om hem heen.”

Maar Davos is ook uit puur zakelijk oogpunt interessant, erkent hij: „Je legt hier heel makkelijk contacten met grote bedrijven. Het levert je een bijzonder netwerk op.”

Feike Sijbesma, voorzitter van de raad van bestuur van het chemie-, farmacie- en voedingsconcern DSM, is een veteraan van Davos. Naast zakelijke redenen om ieder jaar te komen, telt ook voor hem de maatschappelijke betrokkenheid sterk mee, zegt hij. In Davos kwam Sijbes-ma in 2006 in contact met het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Sindsdien steunt het bedrijf, groot producent van nutriënten (vitaminen en mineralen), de VN-organisatie. Het partnerschap werd deze week voor drie jaar verlengd. Voor Sijbesma hoort het erbij. „Ook op het gebied van klimaatbeleid en de omgang met natuurlijke hulpbronnen moet het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid nemen.”

Nog verder gaat een andere Nederlander die in Davos mooie woorden spreekt over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven. Unilever-topman Paul Polman zei deze week tegen The Wall Street Journal dat hij helemaal geen zaken doet in Davos. De hele dag zou hij besprekingen houden met organisaties als Greenpeace en Oxfam over voedselveiligheid en duurzaamheid. Ook neemt hij deel aan debatten over bestrijding van armoede en kindersterfte. „Zaken doen kan het hele jaar nog”, zei hij tegen de krant. „In Davos werken we aan projecten die belangrijk zijn voor het goed functioneren van de wereld.”

Volgens Sijbesma en Polman is hun geëngageerde benadering ook zakelijk verstandig. Dat is het hele idee uitgangspunt van het World Economic Forum. Desondanks kunnen de vrome woorden over het werken aan een betere wereld makkelijk de indruk wekken vooral een handig marketinginstrument te zijn. Een chemiereus kan ermee compenseren voor milieuvervuiling, een voedingsconcern voor de productie van ongezonde voeding. Functioneert Davos zo niet als een grote ‘wasserette voor reputaties’, zoals de Britse krant The Guardian onlangs schreef?

„Natuurlijk!”, roept de Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt, hoogleraar ethisch leiderschap aan New York University, stralend uit. „En dat geeft niets.” Omdat in de koffiehoeken van het congrescentrum alle stoelen bezet zijn door druk netwerkende Davos-gangers, legt Haidt zittend op de grond uit hoe zijn illusieloze wereldbeeld eruit ziet. „Ik ben een sociaal psycholoog, ik denk na over de menselijke natuur. Daar heb ik geen hoge verwachtingen van. In Plato’s Politeia komt de vraag aan de orde of mensen zich alleen goed gedragen uit angst tegen de lamp te lopen. Zou de mens zich ook moreel gedragen als hij daar niet voor hoefde te vrezen? Ik denk het niet. Mensen geven om hun reputatie. Maar dat is helemaal niet erg. Het leidt zelfs tot beter gedrag.”

Haidt schreef een spraakmakend boek over de morele kanten van politieke voorkeuren (The Righteous Mind) en is op uitnodiging in Davos. Hij heeft er deelgenomen aan een aantal debatten, maar hij vindt er ook stof voor zijn theorie. De aandrang iets goeds te doen voor de wereld en voor volgende generaties, zegt hij, zie je vooral bij mannen, en in het bijzonder bij mannen van in de vijftig.

„Niet dat mannen moreel beter zijn dan vrouwen, vaak is het eerder andersom. Maar mannen gaan zich op zekere leeftijd vaker bekommeren om wat ze doorgeven aan volgende generaties, en om de maatschappelijke verantwoordelijkheid van hun onderneming en hun reputaties. Ik vind dat prima, want het levert veel goeds op. Dat zie je ook hier in Davos, met de uitgesproken maatschappelijk betrokken cultuur die hier heerst en de concrete resultaten die dat oplevert, onder meer in steun voor allerlei sociale projecten.’’

Bij uitstek in concrete projecten geïnteresseerd, vooral op handelsgebied, is Bernard Hoekman, econoom en directeur van de afdeling internationale handel van de Wereldbank. Voor hem is het World Economic Forum een unieke samenwerkingspartner. Nu de onderhandelingen over vrijhandel binnen de Wereldhandelsorganisatie volledig zijn vastgelopen, is hij in Davos om een alternatief te presenteren dat de Wereldbank en het World Economic Forum samen hebben uitgewerkt – met behulp van bij het Forum aangesloten accountantskantoren.

„In veel landen is een wereld te winnen als belemmeringen in de supply chain worden weggenomen: als bijvoorbeeld in een gecoördineerde aanpak de infrastructuur, het transport en de werkwijze van de douane worden verbeterd, kan dat de export van producten enorm stimuleren. Politiek is dat een stuk minder gevoelig dan de tarieven waarover bij de WTO wordt onderhandeld.”

Hoekman is in Davos, zegt hij, omdat hij nergens anders zijn ideeën zo goed over het voetlicht kan brengen als hier. „Er zijn op het World Economic Forum veel politici en grote bedrijven, hier is iedereen bij elkaar die je nodig hebt om je verhaal te verkopen. Dat is echt het Davos-model. De Wereldbank kan al die spelers niet zelf bijeen krijgen.”

Een bijkomstig voordeel, legt Hoekman uit, is dat er dit jaar extra veel ministers van Handel in Davos zijn. „Van de negen kandidaten die strijden om Lamy op te volgen als voorzitter van de WTO, lopen er hier vijf of zes rond om voor hun benoeming te lobbyen.” Want ook dat is echt het Davos-model.

Het Nederlandse bedrijfsleven is in Davos goed vertegenwoordigd, de Nederlandse politiek minder. Van het kabinet was alleen premier Rutte twee dagen op de conferentie – waar hij deelnam aan panels en sprak met veel politici en Nederlandse en buitenlandse ondernemers.

Eigenlijk, zegt projectontwikkelaar Van Oostrom, zou ook Chris Buijink, secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, hier moeten zijn, om te horen wat de trends in de wereld zijn. „Ik mis bij dit kabinet een zeker politiek elan om na te denken over de lange termijn”, zegt Van Oostrom, die lid is van de VVD. „Waarom denken wij niet na hoe we willen dat Nederland er in 2020 of 2030 uitziet? Over zulke dingen wordt hier gesproken. In Duitsland worden die debatten wel gevoerd. Philipp Rösler (minister van Economische Zaken en vicekanselier), die ook een Young Global Leader is geweest, is hier wél.”

    • Juurd Eijsvoogel