Blokkade spijsvertering redt levens na een shock

Remming van de activiteit van spijsverteringsenzymen in de dunne darm kan de levens redden van mensen die in shock verkeren.

Wanneer iemand in shock raakt wordt onder meer het slijmvlies van de dunne darm aangetast. Spijsverteringsenzymen lekken er doorheen en beginnen de eiwitten in de darmwand af te breken. Ook komen ze in de bloedsomloop terecht. Daardoor treedt zelfvertering (autodigestie) op, en ontstaan heftige ontstekingen die zich door het hele lichaam verspreiden. Die infecties kunnen meerdere organen aantasten en tot de dood leiden.

Onderzoekers in San Diego hebben ontdekt dat stoffen die deze enzymen remmen de levens redden van de meeste ratten die ze kunstmatig in shock brachten. Een klinische trial die de bruikbaarheid en veiligheid van dergelijke stoffen verder in kaart moet brengen ging onlangs van start (Science Translational Medicine, 23 januari).

Mensen in een (lichamelijke) shocktoestand verkeren in levensgevaar. Kenmerkend voor een shock is een plotselinge daling van de bloeddruk. Die kan verschillende oorzaken hebben: een hartaanval, bloedvergiftiging na een uit de hand lopende infectie of ernstig bloedverlies.

Door het optredende zuurstofgebrek worden weefsels en organen door het hele lichaam aangetast. Het was al langer bekend dat het slijmvlies van de darm een van de eerste weefsels is die wordt aangetast. Lange tijd is gedacht dat hierdoor darmbacteriën kans zouden zien om zich te verspreiden en de bij shock optredende ontstekingen zouden veroorzaken. Antibiotica hebben echter maar beperkt effect bij de behandeling, dus moeten nog andere factoren een rol spelen.

Dat bracht de onderzoekers op het idee om de rol van weglekkende spijsverteringsenzymen te onderzoeken.

Hiervoor werden bij ratten verschillende vormen van shock opgewekt: door bloedverlies, infectie of toediening van een bacteriële gifstof. Na een uur werd een stof die de werking van eiwitsplitsende enzymen blokkeert in de darm gebracht. Daarvan werden drie verschillende getest.

In alle mogelijke combinaties van shockvorm en blokkerende stof overleefde meer dan 80 procent van de behandelde ratten tegen minder dan 20 procent van de onbehandelde. Bovendien bleek de schade aan de diverse vitale organen van de behandelde dieren mee te vallen, waardoor ze vrij voorspoedig en blijvend herstelden.

Eén van de gebruikte middelen is intussen al met succes toegepast als laatste redmiddel bij een doodzieke patiënt: een 58-jarige man die bij een motorongeluk een ernstige bloedvergiftiging opliep. De onlangs gestarte klinische trial moet uitwijzen welke van de drie remmers het best aan shockpatiënten kan worden toegediend.

    • Huup Dassen